Rutte: Nederland en Indonesië ‘gelijkwaardige partners’

Rutte en Indonesische president bespreken extremisme in Jakarta. Over de koloniale geschiedenis zei de premier weinig nieuws.

Premier Mark Rutte en de Indonesische president Joko Widodo woensdag bij het Nationaal Paleis (Istana Negara) in Jakarta. Foto ANP / Jerry Lampen

Regeringsleiders die het parlement toespreken, het is een nieuwe vondst in Jakarta. De Chinese president Xi Jinping was de eerste die zo’n uitnodiging kreeg, dat was in 2013. Woensdag was de beurt aan de nummer twee: premier Mark Rutte.

Premier Rutte bezocht het parlement op de derde en laatste dag van Nederlandse de handelsmissie aan Indonesië. ,,Als kind, gefascineerd door de verhalen van mijn vader, had ik nooit kunnen dromen dat ik hier ooit als premier zou staan”, zei Rutte over zijn eigen band met Indonesië. Zijn vader woonde er jarenlang en verloor daar zijn eerste vrouw, zij overleed in een Jappenkamp.

Rutte sprak in het parlement, in een bijzaal en in aanwezigheid van maar een klein deel van de 560 leden, over Nederland en Indonesië als ,,vrienden en gelijkwaardige partners”. ,,Wij kijken jaloers naar de economische groei van Indonesië”, zei hij, die is met ruim 5 procent veel groter dan de Nederlandse. De twee landen moeten vooral op het gebied van watermanagement, infrastructuur en klimaatverandering blijven samenwerken.

Radicalisering onderwerp van gesprek

Zowel in het parlement als in gesprek met de Indonesische president Joko Widodo kwamen extremisme en radicalisering ter sprake. De voorzitter van het Indonesische parlement noemde in zijn toespraak PVV-leider Geert Wilders. Hij zei dat Indonesië het bewijs levert dat democratie en islam wél samen kunnen gaan, in tegenstelling tot wat Wilders beweert. Er zitten vijf islamitische partijen in het parlement, die daar geen politiek rond bedrijven, zei hij. Rutte herhaalde wat hij in Nederland ook vaak zegt over terreur: ,,Wij zijn met meer. Wij, Nederland, Indonesië en de goede krachten in de wereld.”

Eerder op de dag had Rutte een momentje met Joko Widodo, op de veranda van zijn presidentiële paleis in Jakarta. In hun gezamenlijke verklaring achteraf zei Widodo geen woord over de ontdekking dat drie Nederlandse scheepswrakken in de Javazee zijn verdwenen. Publiekelijk hadden andere bestuurders defensief gereageerd. Nederland heeft nooit om bescherming van de scheepswrakken gevraagd, zei het hoofd van het Nationale Archeologisch Centrum volgens het persbureau AFP. Dus zou Indonesië niet verantwoordelijk zijn voor de bescherming van de oorlogsgraven.

Woensdag stipte alleen Rutte de kwestie in twee zinnen aan. Hij bedankte Widodo dat Indonesië meewerkt aan een onderzoek over dit ,,verdrietige nieuws”. ,,We zullen samenwerken om helderheid te krijgen over wat er is gebeurd.”

‘Te lang geduurd om in het reine te komen’

Over de koloniale geschiedenis zei Rutte weinig nieuws. Hij noemde de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië een ,,bitter proces, gekenmerkt door intens geweld”. En verwees naar de woorden van Ben Bot, die betuigde als minister van Buitenlandse Zaken in 2005 spijt dat Nederland met zoveel geweld had geprobeerd de onafhankelijkheid van Indonesië te voorkomen. ,,We realiseren ons nu dat het te lang heeft geduurd om daar in het reine mee te komen”, zei Rutte.

Toch kwam het recent verschenen onderzoek van historicus Rémy Limpach naar die oorlog helemaal niet aan de orde. Limpach stelt vast dat het geweld tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog, van 1945 tot 1949, veel structureler van aard was dan bekend. Officieel beraadt het kabinet zich nog op een reactie, maar waarschijnlijk besluit het binnenkort dat er een nieuw onderzoek moet komen. Nu zat dat onderzoek deze handelsmissie in elk geval niet in de weg.