Opinie

Racisme wortelt in onze taal

Opinie Herijk het woord ‘zwart’ in de taal. We hebben geen racismepolitie nodig, maar taalpolitie, betoogt ondernemer.

Illustratie iStock

opiauteur Strijk Carlo

Met tranen in de ogen volg ik wat eens begon als een onbevangen debat en nu een bittere, hatelijke strijd is geworden. Een verbaal gevecht waarin zelfs doodsbedreigingen niet geschuwd worden en opiniemakers beveiliging krijgen. Inderdaad, ik doel op de kwestie-Zwarte Piet, of hij wel of niet zwart moet zijn. Net als Denk-politica Sylvana Simons ben ik een ‘gekleurde ervaringsdeskundige’. Ik was zelfs de eerste gekleurde tv-presentator in Nederland, met een eigen show op RTL5.

Voor een beter begrip van dit uit de hand gelopen debat moeten we overigens terug naar de kern van de Nederlandse taal. Daar zitten de problemen namelijk ingebakken. Alles wat zwart is, heeft een negatieve connotatie in de taal die wij – van klusjesman tot premier – gebruiken zonder er erg in te hebben.

Zolang we ons niet realiseren dat we aan de basis van die taal moeten schaven, blijven de publieke en politieke debatten over racisme slechts een vorm van symptoombestrijding.

Sta eens stil bij deze uitdrukkingen: iemand zwartmaken, zwartkijker, zwart werk, een zwarte dag, de zwarte lijst, iemand de zwartepiet toespelen, een zwarte bladzijde. Van jongs af aan leren we een gevoel te hebben bij bepaalde woorden. Dat zorgt voor een referentiekader, een betekenis in het dagelijks leven.

Als je op IJsland zegt: het wordt 15 graden morgen, dan gaat iedereen in zwembroek of badpak naar het strand. Zonnen, zwemmen zelfs. Maar op Curaçao niet, daar halen de inwoners bij zo’n temperatuur de zuidwester uit de kast. Zoals aan ‘15 graden’ een gevoel wordt gekoppeld, zo is dat natuurlijk ook bij het woord ‘zwart’.

Donkergekleurde mensen ‘zwarten’ noemen, zorgt ervoor dat velen er een negatief gevoel bij krijgen. In vakliteratuur heet dit ook wel ‘linguïstisch relativisme’. Van kinds af aan bepaalt de bedrading in onze hersenen, ons softwaresysteem, hoe we ‘zwart’ ervaren. Dit is ons ‘belief system’ of referentiekader, en dat kan makkelijk worden beïnvloed. Ook wel ‘framen’ genaamd.

Veel mensen in de zwartepietendiscussie zeggen dat ze helemaal geen negatief beeld hebben van Zwarte Piet. Of van zwarte Nederlanders – die zelf liever ‘gekleurde’ Nederlanders genoemd willen worden. Dat kan komen doordat blanken hun eigen frame niet zien.

Hierbij een dringende oproep aan deskundigen en neerlandici: herijk het woord ‘zwart’ in de taal, taallessen en taalboekjes. We hebben geen racismepolitie nodig, zoals Denk bepleit, maar een taalpolitie.

Ik verlang naar de tijd dat we elkaar rond Sinterklaas niet schichtig aankeken of dat verklede pietje wel door de beugel kan. Dat we weer in liefde een gezellig feest kunnen vieren. Die tijd zal nog wel even op zich laten wachten met mijn voorstel. Ik richt me daarom nu tot de taalelite van Nederland. Politici, journalisten, taalpuristen, leraren en faculteiten Nederlands: pak deze handschoen alsjeblieft op. Ga eens goed in dialoog over ons taalgebruik, het gebruik van het woord ‘zwart’.

En dan niet alleen op de opiniepagina’s en in de sociale media, maar graag overal.

We hebben in Nederland niet alleen taaltechnici nodig die ‘Groene Boekjes’ produceren, maar ook mensen die zich durven uitspreken over het gevoel dat een woord kan oproepen, over de risico’s van framing ervan. Mensen die het gebruik van woorden ter discussie durven stellen, zeker in de Zwarte Piet-kwestie is dat van groot belang.