Column

Overtuigde travestie kan zo sexy zijn

Foto Joyce Roodnat

Die laarzen zijn fantastisch. Zwart, tot ver over de knie, ultra-hoge hakken. Daarop je show doen, je moet maar durven. De Britse comedian Eddie Izzard is een bliksemende performer. Dat hij gekleed gaat in minirok en die hoge laarzen is een feit, geen grapje. Hij is geen nepvrouw maar mannelijk as hell. Overtuigde travestie kan zo sexy zijn. Dit oudere meisje ziet het graag en ze verheugt zich al op de aanstaande kersthow van de Nederlandse performer Sven Ratzke – ook onweerstaanbaar androgyn.

In Maastricht zie ik in Museum aan het Vrijthof een geagiteerde kunstenaar sleutelen met een laptop. De expositie heet LUMA en presenteert lichtkunstwerken. IJl maar ingenieus. Gooit een argeloze vrijwilliger de elektriciteit eraf en dan is zo’n kunstwerk niet zomaar weer opgestart.

Het zacht wapperende decor is het eerste wat ik zie van Sneeuw, de voorstelling van NT Gent naar de roman van Orhan Pamuk. Het stuk moet nog beginnen en ik vind dit al zo mooi. Banen stof hangen neer uit de nok, regenboogwarm, triomfantelijk, en vol kansen om te verdwijnen en te verschijnen. Pierre Bokma is op zijn breekbaarst als een Turkse banneling, terug uit Duitsland in een benard dorp vol fluisterende mensen. Schoolmeisjes plegen zelfmoord omdat ze hun hoofddoek niet mogen dragen. Principes botsen en versimpeling lost niets op, vermoeilijking is de enige uitweg: hou die hoofddoek maar, voorlopig. Ik denk even aan het hardvochtige advocatenstuk Race, bij het Nationale Toneel, over de vergeefse race om te ontkomen aan racisme. Ook daar geldt: één plus één is niet altijd twee. Soms is het anderhalf, dan is het weer twee-en-een-beetje.

Die laarzen, die lichtkunstenaar, dat opwaaiende decor. Ik kan zulke details niet rijmen met de cynische observatie die Barbara Visser deed in gesprek met NRC: „In de kunstwereld draait alles om status en geld.” Visser is voorzitter van de Akademie van Kunsten en nu ook een jaartje directeur van IDFA, het documentairefilmfestival. En ze is zelf kunstenaar. In die drievuldigheid bespioneert ze haar collega’s en beticht ze nu van „een hoop ijdelheid”. Een vreemde, moralistische sneer. Los van de vraag of ijdelheid zo verkeerd is (zonder een gezonde dosis zelfbewustzijn vaart geen kunstenaar wel) zie ik altijd een hoop twijfelheid, als ik dat zo mag zeggen. Wat Visser verslijt voor een zucht naar status en geld (lees: macht) is uiteraard een verlangen naar erkenning. Elke kunstenaar wil gezien worden. Kunstenaars werken graag en als het moet zo ongeveer gratis. Maar ze doen het liever niet voor niets.

Bij LUMA schrikt de lichtkunstenaar terug om gefotografeerd te worden. Doe maar niet, het gaat om mijn werk, zegt hij – en dan floept het aan en zie ik een hypnotiserend lichtspel in een rij weckpotten. „Ik wil een God die mijn eenzaamheid begrijpt” klinkt het in Sneeuw.

En Eddie Izzard? Die blaft tersluiks, als een schuchtere hond. Heel Carré geniet.