Oprukkend protectionisme

nrcvindt

De Verenigde Staten doen niet mee aan een nieuw handelsverdrag voor de landen rond de Stille Zuidzee, dat was de boodschap van de aanstaande Amerikaanse president Donald Trump gisteren. Daarmee wordt een streep gezet door het Trans Pacific Partnership (TPP), een verdrag dat onder president Barack Obama in gang werd gezet, en dat niet alleen de vrijhandel in het gebied moest vergroten, maar ook China moest inperken: dat land werd nadrukkelijk buiten de groep deelnemers gehouden.

China zelf lijkt nu in het vacuüm te willen springen met een eigen handelsinitiatief. Zo slaat de inperking van de macht van dat land in de regio om. De Chinese regering krijgt nu juist een vergroting van zijn invloed op een presenteerblaadje aangeboden.

Dit is er slechts een voorbeeld van dat het protectionisme zichzelf maar al te vaak in de voet schiet. De wereldhandel lijkt toch al te stagneren. Daar zijn oorzaken voor die weinig van doen hebben met beleid: verdergaande automatisering die het mogelijk maakt dichterbij de afzetmarkt te produceren, het einde van het schok-effect waarmee China de wereldmarkt betrad of het niet verder dalen van de kosten van transport. Maar er is ook een beweging die het opwerpen op tenminste handhaven van grenzen, en het vergroten van handelsbarrières nadrukkelijk op de agenda zet.

De EU wist er vorige maand te nauwer nood het CETA-verdrag met Canada doorheen te krijgen. Het veel grotere Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP) met de Verenigde Staten kan inmiddels rekenen op dermate grote publieke weerzin aan weerskanten van de oceaan, dat het ten dode opgeschreven lijkt.

Weerstand tegen vrijhandel komt vooral door de gebroken belofte dat het aan iedereen voordelen biedt. Maar de balans tussen de nadelen en voordelen slaat nog steeds overdonderend door naar het laatste.

Vergeten wordt dat het mitigeren van de negatieve gevolgen van vrijhandel, met name op de arbeidsmarkt en de lagere inkomens vooral een zaak is van nationaal beleid.

Wanneer de inkomensverdeling er schever door wordt, de ongelijkheid groter en een groeiend deel van de bevolking onbemiddelbaar dreigt te worden op de internationale arbeidsmarkt, dan kan en moet dat met nationaal beleid worden opgelost. Globalisering staat in een kwaad daglicht. De schaduwzijde krijgt nu dermate veel aandacht, dat we de ontelbare voordelen die het heeft gebracht te makkelijk ter zijde schuiven. Want wie zou, om maar een voorbeeld te noemen, uit vaderlandsliefde plots duizenden euro’s willen betalen voor een nieuwe smartphone?