Column

Nepnieuws en fakenieuws

Je zou denken dat hét woord van het jaar 2016 pas eind december bekend wordt gemaakt, want dan is het kalenderjaar bijna voorbij. Maar dergelijke woordverkiezingen zijn inmiddels een wedstrijd geworden die je – wat betreft publiciteit – kunt winnen door er zo vroeg mogelijk bij te zijn. En dus maakte de uitgever van de befaamde Oxford Dictionaries al op 15 november de winnaar bekend: post-truth.

Post-truth komt al zeker tien jaar in het Engels voor, verduidelijkte de jury, maar dankzij Brexit en Trump is de frequentie ervan zo gestegen dat het in de Oxford Dictionaries zal worden opgenomen. Onder meer in de verbinding post-truth politics, voor politiek waarin onderbuikgevoelens er meer toe doen dan feiten.

Zonder twijfel is dit woord niet alleen gekozen omdat de frequentie ervan is gestegen, maar ook omdat het zo’n schokkend verschijnsel aanduidt. Als het er niet meer toe doet of iets waar is of niet waar, wat houd je dan in hemelsnaam als standaard aan?

Voor het Nederlandse woord van het jaar 2016 lijkt nepnieuws mij een goede kandidaat. Ook dat gaat al langer mee. Het Vrije Volk gebruikte het in 1987, in de kop: „Nepnieuws is ‘in’ op Amerikaanse tv. Fictie en werkelijkheid lopen door elkaar”. De laatste weken is de frequentie van het woord nepnieuws sterk gestegen: het is nu vrijwel dagelijks te lezen en te horen in de media. Een eerste aanzet voor een definitie: min of meer spectaculair nieuws dat niet op waarheid berust en dat wordt verspreid om de publieke opinie te beïnvloeden, dan wel om er geld mee te verdienen via Google of Facebook.

Zonder twijfel zal nepnieuws worden opgenomen in de Dikke van Dale. Het komt daar in een lijst met andere nep-samenstellingen, zoals nepbom, nepmedicijn, nepmiddel, neppil, nepparlement, neplog (‘weblog van een fictieve persoon’, een neologisme uit 2008), enzovoorts.

Het interessante van al die nep-samenstellingen is dat ze betrekkelijk jong zijn. Nep is een Bargoens woord, een woord uit de dieventaal. Het is in 1906 voor het eerst opgetekend, in een Bargoens woordenboekje van W.L.H. Köster Henke. Deze politiecommissaris vermeldde het in de samenstelling nepschooren voor ‘onbruikbare goederen’. Vanaf 1913 vinden we het werkwoord neppen in de betekenis ‘voor de gek houden, een loer draaien’ en sinds 1937 kennen we nepper voor ‘bedrieger’ of ‘afzetter’. Men zei toen ook van de nep leven en hij leeft van de nepvaart, beide voor ‘leven van oplichterij’.

Dat er nu zoveel samenstellingen met nep- te vinden zijn (het zijn er tientallen), betekent niet dat er meer nepproducten worden gemaakt dan vroeger. Vanaf het begin van de 18de eeuw zijn er honderden samenstellingen te vinden met namaak, zoals namaakbont, namaakparel, namaakgoud, namaakzilver, enzovoorts. Ook namaaknieuws komt voor; in 1976 kopte het Vrije Volk: ‘Namaaknieuws, dat vind ik leuk.’

Dat er nu zoveel samenstellingen met nep bestaan, toont – taalkundig gezien – vooral aan dat we informeler zijn gaan praten, want nep is uit het Bargoens opgeklommen tot het ABN, samen met tientallen andere Bargoense woorden. Gezien onze voorliefde voor het Engels zal nep in het ABN zonder twijfel steeds meer concurrentie krijgen van fake. Dus naast nepnieuws lijkt fakenieuws me een andere kandidaat voor hét woord van 2016.

Ewoud Sanders schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders