Column

Mooi

ellendeckwitz0

Mijn lievelingsvriendin is chronisch nieuwsgierig en komt daarnaast met vrijwel alles weg. Dus als we zaterdagavond in de kroeg staan en er een wat oudere, knappe man binnenkomt, stuift ze er meteen op af.

„Zo hee,” zegt mijn vriendin tegen de man, „jij ziet er goed uit!” De man glimlacht, en ze vervolgt met: „Je kan zien dat jij ooit echt knap was.” De man staart haar even onzeker aan, ik gebaar met wat losse polsbewegingen dat ze al heel wat op heeft.

„Jeetje”, stamelt hij. „Zoiets kan ik niet tegen een vrouw zeggen zonder er gedoe mee te krijgen.”

„Maar gelukkig kan ik het maken!” lacht mijn vriendin. „Ik heb me trouwens altijd afgevraagd hoe dat is, om een erg knappe man te zijn.”

De man begint te vertellen. Mijn vriendin luistert geboeid en ik zink een beetje weg. Ik word van mooie mannen zowel blij als chagrijnig. Ze spelen het leven op de easy-modus, en hoewel zij ook niets aan die kaaklijn of zwembadblauwe ogen kunnen doen, blijf ik het oneerlijk vinden. Natuurlijk, ons uiterlijk heeft de halfwaardetijd van een banaan op de bodem van je tas. Maar eenmaal knap, blijf je er vaak beter uitzien dan je leeftijdsgenoten, met alle voordelen van dien.

Tijdens onze studietijd raakte mijn vriendin eens in gesprek met een groep bijzonder aantrekkelijke corpsballen (een deel bleek zelfs modellenwerk te doen). Ook aan hen vroeg ze hoe het was om zo aantrekkelijk te zijn.

„Gewoon.” zei de Alfa. Ze stonden er niet zo bij stil, vonden de aandacht vanzelfsprekend. „Kom op,” zei mijn vriendin, „kijk nou naar je meisje.” Zijn geliefde stond bij hen in de buurt en leek de roodharige versie van model Sylvia Geersen. „Daar ben je toch niet zomaar aan gekomen”, riep mijn vriendin, en de Alfa grinnikte. „Och, die heb ik met mijn humor versierd”, zei hij. We hadden die avond al langer met hem gesproken, maar grappig was hij niet (ook al vond hij, omdat hij zo om zijn eigen moppen lachte, dat zelf wel). Zijn hoofd was van aanzienlijk betere kwaliteit dan zijn humor. Ik besefte dat hij de effecten van zijn uiterlijk opvatte als verdiensten van zijn persoonlijkheid, en ik voelde me een beetje sip worden. Bij lelijke vrouwen is het juist omgekeerd. De afkeer die hun uiterlijk oproept, betrekken ze automatisch ook op hun innerlijk.

Toen mijn vriendin en ik naar huis tramden, zei ik dat tegen haar.

„Erg hè,” antwoordde ze, „een fijn uiterlijk is de beste pokon voor een goed gevoel over je persoonlijkheid.”

„Het is niet eerlijk”, mopperde ik.

„Maar wel fascinerend”, fluisterde mijn vriendin, en ze staarde bedwelmd voor zich uit.