Cultuur

Interview

Interview

Max Cavalera van Soulfly, ex-Sepultura.

Foto: Andreas Terlaak

Max Cavalera wilde nooit beroemd worden

Max Cavalera (47) had in de jaren negentig succes met zijn thrashmetalband Sepultura. Hun album Roots sloeg in als een bom. De roem overviel hem, en hij vluchtte in drank en drugs. Nu het album twintig jaar oud is, speelt hij het met zijn broer integraal.

Het is eind augustus en heel erg warm in Zwolle. Fans die vroeg bij popzaal Hedon staan voor het concert van metalband Soulfly, zweten hevig in hun zwarte shirts. Max Cavalera (47), zanger en gitarist van Soulfly, zit in zijn geblindeerde tourbus, met de airco op standje 11. Voor de zekerheid heeft de forse metalzanger een ratelende tafelventilator voor zich, die vol in zijn gezicht blaast. Hij beweegt zo min mogelijk.

Massimiliano Antonio ‘Max’ Cavalera (Belo Horizonte, Brazilië, 1969) draagt een spijkervest met afgeknipte mouwen, met op de rug ‘fuck this shit’. Zijn donkere baard is inmiddels halfgrijs. Er hangen lange, blonde lokken langs zijn gezicht, maar halverwege zijn kapsel ontstaat een enorme dreadlock, een gevaarte ter grootte van een babyzeehond.

Cavalera is in de hoofdstad van Overijssel voor een concert met zijn band Soulfly, maar het gesprek zal gaan over de band waar hij groot mee werd: de legendarische thrashmetalband Sepultura. En wie over metal begint, krijgt de praatgrage en warme versie van Cavalera.

Hij doet niets liever dan namen oplepelen van bands waar hij op het moment van onder de indruk is. „Ik dompel mezelf helemaal onder in metal, vooral heel extreme dingen”, zegt hij tegen de wind in. „Batushka, Zeal & Ardor, naar dat soort bands luister ik nu.” Hij glundert. Zijn liefde voor heavy muziek uit zich in een indrukwekkende productie van bijna jaarlijks een nieuw album van een van zijn bands, of het nu Cavalera Conspiracy, Soulfly of zijn nieuwe project Killer be Killed is.

Beluister ‘Roots’ van Sepultura. De tekst gaat verder onder de afspeellijst.

Maar dit jaar staat in het teken van het verleden. Van Sepultura, de band die hij in 1996 met ruzie verliet, vlak na het uitbrengen van hun grootste succes: Roots. Hij richtte de band in 1984 op met zijn één jaar jongere broer, Iggor Cavalera (die tweede g in zijn naam is een recente toevoeging). Ter ere van het twintigjarig jubileum van Roots spelen de broers die plaat integraal, onder meer in de Tilburgse 013, volgende week dinsdag. „Nog steeds een te gek album”, vindt Cavalera. „Alles is zo gesimplificeerd op die plaat. Het is bijna minimalistische muziek.”

Daar heeft hij geen ongelijk in: veel nummers op Roots zijn afhankelijk van slechts een paar akkoorden. Grootste hit ‘Roots Bloody Roots’ draait eigenlijk maar om één noot die ritmisch op en neer gaat. Dangdang, dangdangdang. En dan die korte, felle tekst, makkelijk te verstaan in de agressieve brul van Cavalera: ‘Roots! Bloody Roooots!’ Het is van een eenvoud die nieuw was voor de band die juist naam had gemaakt met veel complexere thrashmetal, vol inventieve riffs en halsbrekende solo’s. „We maakten met Roots het tegenovergestelde van wat we daarvoor deden”, zegt de frontman. „We waren natuurlijk altijd heavy, maar door alles te versimpelen en lager te stemmen werd het superheavy.”

Het openingsnummer van ‘Roots’, nog altijd favoriet bij fans, ‘Roots Bloody Roots’. De tekst gaat verder onder de video.

Het publiek wilde iets nieuws

De timing voor het experiment was goed. Halverwege de jaren negentig was het metalpubliek een beetje moe van de van-dik-hout-metal van Megadeth en Slayer, en klaar voor heavy muziek met frissere invloeden, uit hiphop en dance. Die nieuwe lichting ‘nu metal’ zoals het ging heten, aangevoerd door bands als Korn en Deftones, beïnvloedde de Cavalera’s zeer in die tijd, en ze namen de producer van die twee bands in de arm voor het opnemen van hun album, Ross Robinson. Korn-zanger Jonathan Davis zingt zelfs mee. De snaren werden fors omlaag gestemd zodat de ritmisch groovende metal nog harder aankomt, en je er goed op kan meespringen.

En Roots had nog een troef: Braziliaanse wortels. Die iconische hoes al, met een trotse indiaan met een stratenplan-tatoeage in het gezicht, blik op oneindig. Dat beeld werd geleend van het bankbiljet voor 1.000 Braziliaanse cruzeiros, maar dan met logo’s van Sepultura onder de ogen en om de nek. De bandleden verbleven zelf drie dagen bij de Xavante-indianen in de Amazone, en namen muziek met ze op. Het gaf Roots een tropische lading die in heavy metal nauwelijks bestond. En dat hoor je door het hele album terug. Dat begint in ‘Roots Bloody Roots’ met de warme geluiden van het regenwoud, getjirp en geratel van de bossen, voordat de band daar beukend en raggend op gitaren een eind aan maakt. ‘Ratamahatta’ heeft een bijdrage van de Braziliaanse tropicalia-zanger Carlinhos Brown, in ‘Attitude’ hoor je het Braziliaanse snaarinstrument berimbau, in ‘Breed Apart’ zitten tribale ritmes en in een van de twee ingetogen, akoestische instrumentale tracks hoor je het traditionele gezang van de Xavante. Metal en de oorspronkelijke bewoners van Brazilië: twee levensstijlen aan de randen van de maatschappij vonden elkaar in een onwaarschijnlijke samenwerking.

De bandleden op bezoek bij de Xavante-indianen, waar ze worden beschilderd in traditionele kleuren. Ze spelen met de Xavante het nummer ‘Itsari’. De video is helaas niet ondertiteld.

Drank en drugs

Er kwam wel kritiek. Sommige critici vroegen zich af of Cavalera helemaal gék was geworden, dat hij ineens zulke simpele nummers schreef. Maar het succes van Roots was immens. Het album werd ruim twee miljoen keer verkocht en bereikte een gouden status in zeven landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Nederland.

Sepultura speelde dat jaar, 1996, drie keer in Nederland. Eerst in de Melkweg, daarna op het hoofdpodium van Pinkpop – live op radio en televisie uitgezonden – en in december in Ahoy. Sepultura werd op slag een van de grootste metalbands van dat moment. Cavalera schrok ervan: „Het leek me vooraf helemaal geen geheid commercieel succes, omdat het zo’n vreemd en rauw album was. Het hielp dat iemand als Dave Grohl Roots omarmde, haha! Dave vond het meteen te gek.”

Cavalera kon niet goed met het succes omgaan. „Toen we terugkwamen in Brazilië kon ik geen bar binnengaan, we werden door de menigte besprongen. Ik vond het vreselijk, ik had het gevoel dat ik mijn vrijheid kwijt was. Ik dacht: ik ben een metalhead uit de underground, dit hoort niet. Ik begon veel te drinken en ik nam drugs. Dat was eigenlijk het begin van het einde van de band. Er was geen houden meer aan.”

Max Cavalera

Max Cavalera. Foto Andreas Terlaak

Er speelde meer. Cavalera’s vrouw Gloria was manager van Sepultura, maar ze lag niet lekker bij de rest van de band. Ze zou meer met haar man bezig zijn dan met de band. Als de band in de zomer van ’96 in Engeland op een festival moet spelen, komt Cavalera’s stiefzoon, Gloria’s zoon Dana Wells, om bij een auto-ongeluk in hun thuisstad Phoenix. Als het echtpaar weer wordt herenigd met de band, blijkt het sluimerende conflict hoog op te zijn gelopen en krijgt Cavalera een ultimatum: Gloria ontslaan of zelf vertrekken. Hij kiest het laatste en speelt eind december dat jaar zijn laatste show met de band die hij zelf oprichtte, om niet veel later een nieuwe band te beginnen: Soulfly. Sepultura gaat verder met een nieuwe zanger, de Amerikaan Derrick Green.

„Je kunt er wel theorieën op nahouden over hoe de situatie gered had kunnen worden, maar volgens mij was het gewoon zo bedoeld”, zegt Cavalera nu. „We hadden een jaar vrij kunnen nemen, en dan net kunnen doen of er niks gebeurd was. Maar er groeide een gezwel in de band, met uitzaaiingen. Mijn vertrek was het beste. Ik wilde ook nooit populair of beroemd worden. Sommigen zeiden dat Sepultura de volgende Metallica zou worden. Als ik was gebleven, dan was het misschien die kant op gegaan. Dat soort bullshit wilde ik helemaal niet.”

Sepultura op het hoofdpodium van Pinkpop in 1996. Deze video begint gek genoeg met het einde, het nummer ‘Ratamahatta’ en het begin van ‘Orgasmatron’, een cover van Motörhead.

Grommende badmeester

De broers raken gebrouilleerd, maar als Iggor in 2006 ook uit Sepultura stapt, leggen ze het bij en beginnen ze een nieuwe band: Cavalera Conspiracy. Dat is de band waar de Cavalera’s nu de zalen mee rondtrekken voor de Roots-tour. Helemaal onwennig zal het niet zijn: zowel voor Cavalera Conspiracy als voor Soulfly zijn een paar nummers van Sepultura nog altijd vaste prik op de setlist. Max sluit altijd zo’n beetje elke Soulfly-show af met fan-favoriet ‘Roots, Bloody Roots’. In Zwolle staat hij als een grommende badmeester aan de rand van het podium, de fans dirigerend: vorm een ‘circle pit’, zo’n draaikolk van mensen waar De Staat tegenwoordig graag mee optreedt. „This is a fucking metal show! Open the circle pit!”, buldert hij de zaal in.

Voelt het gek dat hij nu met zijn broer weer Roots speelt? Cavalera: „Nee hoor. Spelen met mijn broer is belangrijk. Goed voor onze broederschap en beter dan elkaar alleen maar op verjaardagen zien. De vibe is er, de energie is er. Iggor en ik begrijpen die plaat gewoon heel goed. Hij heeft er veel aan bijgedragen en voor mij is het een beetje mijn kindje, dat ik van kleins af aan heb grootgebracht. Roots spelen voelt heel erg als thuiskomen.”