Column

Hé, komen de feiten terug in Den Haag?

maartenschinkel0

De opkomst is uiteindelijk niet slecht: vrijwel alle partijen die nu over zetels in de Tweede Kamer beschikken – afsplitsingen zijn hier weggelaten – laten hun verkiezingsprogramma toch doorrekenen door het Centraal Planbureau. Daarmee wordt een traditie voortgezet die je maar in weinig landen ziet. Partijen dienen hun program in, laten dat doorrekenen op gevolgen voor begrotingstekort, werkgelegenheid, koopkracht en tal van andere variabelen, en gaan op grond van de uitkomsten met elkaar in debat.

Is dit een dam tegen feitenvrije politiek? Niet in strikte zin. De doorrekening door het CPB produceert geen feiten. Zij produceert de uitkomsten van een model. En met zo’n model hoef je het in beginsel niet eens te zijn. De Partij voor de Dieren doet dan ook niet mee, hetzelfde geldt voor de PVV. En 50Plus, dat sowieso soms een lastige verhouding met feiten heeft.

De PVV lijkt vooral beducht voor de uitkomsten van een Nederlandse uittocht uit de euro, of zelfs de EU. Die zullen vermoedelijk bij het CPB allesverzengend zijn. Een doorrekening, jaren geleden alweer, door Lombard Street, een Brits economisch onderzoeksbureau, suggereerde dat het allemaal wel mee zou vallen. Maar daar was vanuit de economengemeenschap dan ook weer een allesverzengende kritiek op.

Bij de PvdD lijkt de weigering daadwerkelijk ideologisch van aard: een ‘neoliberaal’ model waarmee het CPB zou werken, wordt afgewezen. Waarbij overigens een nieuw probleem ontstaat. Want ook de typering ‘neoliberaal’ is nauwelijks een ‘feit’. Iedereen lijkt daar tegenwoordig iets ander onder te verstaan, en gebruikt de term vooral negatief - als symbool voor alles waar je het niet mee eens bent. Van de andere twee partijen was weerstand te verwachten, maar van de PvdD is het jammer.

Hoe ‘idelologisch’ het CPB is, is overigens betrekkelijk. Ja, er is terechte kritiek geweest op de economische wetenschap door het onvermogen om lengte en diepte van de huidige crisis tijdig te voorzien. En over de oplossing bestaat nog weinig eensgezindheid. Maar er zijn ook zat, meer mechanische, principes die vrij algemeen aanvaard zijn. En die maken de bulk van het CPB-model uit. Tegen de wet van vraag en aanbod kan, om maar een voorbeeld te noemen, toch moeilijk politiek bezwaar worden gemaakt.

Het zijn bovendien niet alleen de economische modellen waar kritiek op mogelijk is, maar ook de manier waarop politici zelf met de onderliggende principes omgaan. De Nederlandse bezuinigingen zijn gepleegd uit de kennelijke overtuiging dat een begroting “in balans of met een klein surplus” het beste uitgangspunt is om de economische conjunctuur schadevrij door te komen. Nu dat stadium van een klein surplus wordt bereikt, zul je zien dat bij de aanstaande verkiezingen het vaak zal gaan over hogere uitgaven. Want daar is nu toch ruimte voor? Dat kan, en moet misschien ook wel. Maar als je consequent was dan hoor je nu, op de top van de conjunctuur, niets te doen.

In de VS zijn de Republikeinen, die de overheid meermalen sloten vanwege een licht oplopend tekort onder Obama, nu plots zeer gecharmeerd van het voorgenomen tekortbeleid van Trump. Daar is de discussie overigens onmogelijk, omdat niemand elkaars feiten respecteert. Het Congressional Budget Office, ooit een objectieve scheidsrechter in dit soort zaken, verliest aan autoriteit. Niemand heeft het daar over dezelfde feiten. Ieder heeft een zwaar gepolitiseerde versie van de realiteit. Laten we blij zijn dat we dat in ons land niet hebben.

Maarten Schinkel schrijft op deze plek elke week over macro-economie en de financiële markten.