Column

Filmopname

Amsterdam is een filmgenieke stad. Vooral de binnenstad is een ideaal decor voor allerlei soorten films, van commercials tot documentaires en speelfilms. Als gewone bewoner word je daar regelmatig aan herinnerd.

Soms is een filmproducent zo beleefd om een briefje in je bus te gooien met de mededeling dat binnenkort een deel van je straat zal worden afgesloten. Dit om zo’n heftige tv-dramaserie van eigen bodem mogelijk te maken, waar ik vermoedelijk niet naar zal kijken. Of om een nieuw meesterwerk te realiseren van een buitenlandse regisseur van wie ik nog nooit gehoord heb. Excuses voor het ongemak, staat er meestal bij.

Dat ongemak bestaat vooral uit in gele hesjes gehulde veiligheidsmensen, die je op straat fluisterend staande houden omdat „er zo een take” begint. Je kunt dan beter een straatje omgaan, want de voorbereidingen van zo’n take duren vaak eindeloos. De take zelf duurt doorgaans niet meer dan enkele seconden – dan wordt-ie afgebroken omdat er iets fout is gegaan. Waarna het lange wachten op een nieuwe take begint.

Gisteren bleef ik op de Keizersgracht wat langer kijken. Dat kwam omdat ik aanvankelijk niet in de gaten had dat ik bijna in een filmopname was beland. Eerst zag ik een vrouw op sierlijke zwarte laarsjes en in een lange, donkere regenjas; ze staarde peilloos somber naar het water van de gracht. Een ouder echtpaar liep op haar toe en begon een praatje. Wilden ze haar moed inpraten? Toen flitste er een meisje voorbij op een fiets met vuurrode velgen. Mannenstemmen schreeuwden haar toe dat ze weer moest omdraaien.

Toen pas zag ik dat al die mensen figuranten waren die stonden te wachten omdat „er zo een take” zou beginnen. Ik raakte in gesprek met een gezette figurante, een vrouw met een sterk buitenlands accent. Voor haar was het bijna dagelijks werk, ze stond ingeschreven bij een groot castingbureau. Nog een dag eerder was ze voor een andere film opgeroepen. Ze vond het wel aardig werk, vooral ‘de edelfiguratie’. „Omdat je dan ook wat mag zeggen”, zei ze er met een gelukkig lachje bij.

Op deze dag hoefde dat niet. De gracht was verderop afgezet tot aan het centrum van de actie: de entree van een hotel. Daar stond de opnameleider, gewapend met een megafoon, aanwijzingen te geven aan enkele acteurs. Een van hen was een kale man van middelbare leeftijd, gehuld in een korte, grijze winterjas. Hij moest van de straathoek naar het hotel hollen, terwijl enkele figuranten, onder wie de vrouw in de regenjas, hem als passanten voorbij wandelden.

De acteur nam zijn werk serieus. Voor elke take deed hij lichaamsoefeningen om er zo bezweet mogelijk uit te zien als de opname begon. Hij danste op een neer, sprong touwtje zonder touwtje. Vervolgens moest hij over zo’n veertig meter naar het hotel spurten nadat er ‘actie’ was geroepen. En zes, zeven keer vergeefs omdat de opnameleider niet tevreden was.

Eén keer mislukte de opname omdat een man met een witte poedel doodgemoedereerd naar de kaderand kuierde. Ik dacht dat het erbij hoorde, maar toen het hondje omstandig begon te kakken terwijl de man in zijn jack naar een poepzakje zocht, begreep ik dat de zwetende acteur aan de zoveelste vergeefse spurt was begonnen.

Maar ach, zo moet Marlon Brando ook groot zijn geworden.