‘Er wordt me door de Tweede Kamer verboden te zijn wie ik wil zijn’

Het boerkaverbod zal waarschijnlijk met gemak door de Tweede Kamer komen. Bij het debat was woensdag een ruime meerderheid positief over het plan. Op de publieke tribune keken tien vrouwen in nikab toe. „Er wordt over mij gesproken. Dan mogen zij me best zien.”

Bezoekers van de Tweede Kamer gekleed in een nikab op de publieke tribune, voor aanvang van het debat in de Tweede Kamer over gezichtsbedekkende kleding. Foto ANP / Bart Maat

Met z’n tienen zaten ze er. Tien vrouwen in nikab, een gezichtssluier, op de publieke tribune van de Tweede Kamer. Bij het debat dat over hén ging. Of liever over het feit dat zij, als het aan de meerderheid van die Kamer ligt, hun nikab moeten afleggen als ze het schoolplein oplopen, de bus instappen, een arts bezoeken of de gemeente.

Het maakte sommige Kamerleden duidelijk onrustig, en niet alleen de PVV of Groep Bontes/Van Klaveren. „Voelt u zich niet ongemakkelijk over wie daar nu zit”, vroeg Malik Azmani (VVD) aan Linda Voortman (GroenLinks). Hij had duidelijk niet door dat de vrouwen toen bijna allemaal net even de gang op waren gelopen. En hij doelde vast niet op de groep mannen in spijkerbroek en trui – Middelburgers en ambtenaren van de Belastingdienst – die nog wel op de tribune zaten.

Jacques Monasch (afgesplitst PvdA’er) voelde zich zelfs zo „onprettig” dat hij „in het Huis van de Democratie” niet iedereen in de ogen kon kijken tijdens het debat, dat hij de voorzitter vroeg de huisregels aan te passen. Zij wees hem er fijntjes op dat als de wet veranderde, die dan ook in de Kamer van toepassing zou zijn.

De vrouwen zelf, van de groep Blijf van mijn Niqaab af!, hadden tot dan toe vooral heel stil zitten luisteren. Er werd niet gewiebeld, niet gefluisterd, slechts af en toe op de mobieltjes gekeken. De in zwarte handschoenen gehulde handen zaten keurig gevouwen op de schoot. Alleen een hardgrondig ‘ja’ klonk toen de voorzitter erop wees dat praten over bezoekers op de publieke tribune „ingewikkeld” was. Zij konden immers niets terugzeggen.

De woede van de vrouwen kwam na afloop in de gang, buiten het gehoor van de politici. Van Karima Rahmani: „Mannen in pak bepalen nu wat ik morgen mag dragen. Dát noem ik onderdrukking. Er wordt me nu door de Tweede Kamer verboden te zijn wie ik wil zijn,” zei ze. En nee, het was geen ludieke actie hier te zijn. „Er wordt over mij gesproken. Dan mogen zij me best zien.”

De groep was al met moeite het Kamergebouw binnengekomen. De beveiliging wilde de vrouwen eerst zo niet toelaten. Belachelijk, vond Rahmani. „We bespreken of er wel of geen verbod moet komen, en voor het zover is, zijn ze het al aan het handhaven aan de deur.”

Ze begreep wel dat mensen zich ongemakkelijk kunnen voelen als zij alleen maar haar ogen kunnen zien. Maar dat verwachtte ze niet van politici, en ongemak zou helemaal niet tot wetgeving moeten leiden. „Kent u iemand die door een nikab-dragende vrouw is aangevallen?”