Cultuur

Interview

Interview

De meest boze Loach in tijden

Ken Loach

De tachtigjarige Britse regisseur is na enkele milde, meer humoristische films over kapitalisme terug met een somber stemmend drama over twee mensen die op de knieën worden gedwongen door bureaucratie.

De Britse regisseur Ken Loach? Die was toch met pensioen na zijn lauw ontvangen Ierse drama Jimmy Hall? Soms voelt hij zich een dinosaurus in de digitale tijd, vertrouwde hij me twee jaar geleden in Den Haag toe. Hij sneed zijn films bijna als enige nog handmatig, maar tape om geluid en beeld te synchroniseren was niet langer te koop. Voor Jimmy Hall had hij na een oproep op internet alsnog een paar rollen cadeau gekregen, nota bene van animatiestudio Pixar, voorpost van de digitale film.

Toch is de nu tachtigjarige Ken Loach, het socialistische geweten van het Verenigd Koninkrijk, in mei terug in Cannes met I, Daniel Blake. Digitaal gemonteerd inderdaad. „Vreselijk was dat”, huivert hij. Maar het moest, voor de goede zaak. Want Loach windt zich op: dit is zijn meest boze film in tijden. Neigde zijn recente oeuvre naar milde komedies over krabbelaars die zich samen staande houden in een gure kapitalistische wind – The Angels Share, Looking for Eric – ditmaal toont hij twee waardige mensen die op de knieën worden gedwongen en vermalen door een vijandige bureaucratie. Die woede maakt indruk in Cannes: I, Daniel Blake wint er de Gouden Palm, Loach’ tweede na zijn Ierse revolutie-epos The Wind That Shakes the Barley in 2006.

Lees de recensie van ‘I, Daniel Blake’: Hedendaagse schreeuw om humanisme

Desperate situaties

Zijn pensionering stelt hij toch nog even uit, knikt Loach. „Opnames slopen je als oude man. Voor Jimmy Hall was ik bijna anderhalf jaar van huis, en elke ochtend die wekker om zes uur! Maar dan zit je twee weken thuis en belt Paul Laverty [zijn vaste scriptschrijver, red.]: wat ben je aan het doen? Niets eigenlijk, dus gingen we kijken in Nuneaton, het fabrieksstadje in de Midlands waar ik opgroeide. En daarna in andere steden. Overal dezelfde verhalen: mensen in desperate situaties die op een bureaucratische muur stuiten. Voedselbanken zijn een normaal onderdeel van het systeem geworden, dat is toch een absurde terugval?”

Lees verder na de trailer

I, Daniel Blake gaat over een 59-jarige timmerman die ondanks een hartaanval en een doktersverklaring na het afvinken van een telefonische vragenlijst gezond wordt verklaard. Daniel Blake, gespeeld door stand-up komiek Dave Johns, blijkt een aardige, behulpzame man, te eerlijk, ouderwets en trots om de absurde regels van het Department for Welfare and Pensions (DWP, Sociale Zaken) naar zijn hand te zetten. Hij krijgt een vaderlijke band met Katie, een jonge bijstandsmoeder met twee kinderen die uit haar eigen Londen naar het verre Newcastle is verjaagd. Katie is slim en ambitieus, ze studeert aan de Volksuniversiteit, maar wordt uit wanhoop over haar armoede richting prostitutie geduwd.

Schofferen als beleid

I, Daniel Blake is een sentimentele, publieksvriendelijke versie van het Franse La Loi du Marché. „Je moet wel razernij voelen over wat het DWP mensen nu aandoet”, zegt Loach. Dat arbeidsbureaus van het DWP cliënten schofferen en inefficiënt opereren, is in zijn ogen geen toeval. „Dat is bedoeld om mensen in te wrijven dat werkloosheid hun eigen schuld is. Om ze mentaal te breken.”

De film van Loach veroorzaakte een discussie over ‘poverty porn’. Lees: Armoedeporno van links en van rechts

Medewerkers van het DWP staan onder druk om regels zo strikt mogelijk te interpreteren en draconisch te straffen. Loach: „De figuranten achter de balies van mijn arbeidsbureau van I, Daniel Blake zijn op twee vrouwen na allemaal ex-ambtenaren van het DWP die er genoeg van hadden. Maar ja, dan neemt iemand met minder scrupules je baan over.”

Loach benadrukt dat I, Daniel Blake niets overdrijft. „Er zijn veel ergere voorbeelden. Een man die een telefonische diagnose moest afbreken wegens ademhalingsproblemen, voor straf arbeidsgeschikt werd verklaard en een dag later stierf aan een hartaanval. Een man wiens vrouw beviel en zijn uitkering kwijt raakte omdat hij de afspraak miste. Een vrouw met terminale kanker die werd gebeld met de vraag wanneer ze dacht te overlijden.

„Ik geloof dat het beleid is. Mensen zo frustreren dat ze zeggen: ik laat me niet langer vernederen, ik red me zelf wel met een zwart baantje en een laag salaris, zonder belastingen, maar ook zonder rechten. Zo druk je de officiële werkloosheid en voer je de neoliberale agenda uit. Want de Tory’s willen terug naar een 19de-eeuwse wereld waarin de armen ploeteren uit angst voor armoede en de rijken werken uit hebzucht.”

Maar het voelt toch wat ironisch, dit felle pamflet in Cannes, tussen de reclame voor dure parfums, sieraden en auto’s, zegt iemand. „Ach, ik kom hier al sinds de jaren zeventig”, glimlacht Loach. „Die ironische mix van extreme rijkdom en linkse films had je toen ook al. Zonder humor heeft een socialist het hier erg moeilijk.”

De agenda van Hitler

Wat hij denkt te bereiken met I, Daniel Blake? „Het is een film, weet u, geen beweging. Ik hoop mensen aan het denken te zetten, dat ze een beetje boos de bioscoop verlaten.”

Zijn de mensen al niet woedend, vraag ik. Stemmen ze daarom niet op populisten als Trump, met een relatief linkse sociaal-economische agenda? Loach, nu somber: „Trump. U bedoelt de agenda van Hitler? Demagogen die alle misère en onvrede op één minderheidsgroep projecten, toen joden, nu moslims? Ik ben van 1936, weet u, en dan ben je soms bang dat de cirkel rond is. Ik groeide op in het naoorlogse Engeland, dat vastberaden was niet terug te keren naar de crisis, massawerkloosheid en dictatuur van de jaren dertig. In een sociaal-democratische wereld gebaseerd op solidariteit en algemeen belang. In de jaren tachtig en negentig zag ik Reagan, Thatcher en hun navolgers een samenleving oprichten met individuele hebzucht als motor. En nu zijn we na privatisering en deregulering weer in een wereld van chronische werkloosheid, crisis en opkomende dictatuur.”

Het verbaast Loach ook dat hij niet meer boze, socialistische films als I, Daniel Blake ziet. „Misschien omdat regisseurs van nu zijn opgegroeid onder Thatcher en Reagan.”

Wat te doen? Ken Loach: „Misschien moeten we wat meer oude regisseurs hebben?”