Commentaar

Toetsing aantal onschuldig veroordeelden is hard nodig

nrcvindt

Het boek Onschuldig vast, van de Nijmeegse wetenschapsfilosoof Ton Derksen bevat een conclusie die ten minste intrigerend kan worden genoemd. Jaarlijks worden in Nederland vele honderden, mogelijk meer dan duizend, personen onschuldig veroordeeld. Dat zou neerkomen op foutpercentages die afhankelijk van de verdenking variëren van drie tot meer dan tien.

Voor zover valt na te gaan is het voor het eerst dat een wetenschapper met een dergelijke conclusie over de Nederlandse strafrechtspleging komt. Het kabinet begon de toelichting bij het wetsvoorstel waarmee in 2009 rechterlijke dwalingen makkelijker hersteld moesten worden, nog met de vaststelling dat „er geen signalen zijn dat onjuiste uitspraken op grote schaal voorkomen”. Het wetsvoorstel ging er vanuit dat het om een klein aantal zou gaan. Sterker, naarmate de tijd verstreek en het aantal herzieningen klein bleef, werd daar ook uit afgeleid hoe goed de strafrechtspraak in dit land wel niet was.

Die signalen zijn er dus nu wel. Zij het dat de schaal van het onderzoek en de methodiek beperkingen kent, die Derksen overigens zelf erkent. De eerste conclusie moet dan ook zijn dat zijn resultaten getoetst moeten worden, door andere onafhankelijke wetenschappers. Tot de sterkere argumenten van Derksen behoort zijn analyse van buitenlands onderzoek in vergelijkbare landen. Daar worden niet alleen meer fouten gevonden en hersteld, maar wordt ook publiekelijk onderkend dat regelmatig onschuldigen worden opgesloten. De Nederlandse strafrechtspleging is nog lang niet zover.

Het wetsvoorstel reageerde destijds op een aantal zeer ernstige justitiële dwalingen. Sindsdien is het mogelijk om strafzaken te heropenen als bijvoorbeeld nieuwe (technische) deskundigheid een ander licht werpt op het bewijs. De wet hield echter vast aan de voorwaarde van een ‘novum’ – een nieuw feit, dat bij de behandeling van de zaak onbekend was. Waarmee dus werd vastgehouden aan het idee dat het oordeel over de feiten die de rechter wel kende, per definitie juist was en ‘dus’ onherroepelijk moest blijven.

Derksen wijst dat van de hand. De neiging cognitieve en logische fouten te maken maakt hij zo aanschouwelijk dat iedere strafrechter zal moeten erkennen dat een bepaald aantal foute vonnissen per jaar niet onaannemelijk is. En dan schiet de huidige herzieningsregeling dus tekort. Zoals het Kamerlid Sharon Gesthuizen (SP) in 2009 al bepleitte zou herziening op basis van het bestaande dossier ook mogelijk moeten zijn. Zij bepleitte een onafhankelijke revisieraad, buiten de rechtspraak om – met niet alleen juristen. Vreemde ogen dwingen – de rechtspleging kan er van opknappen.