Room Eleven wil ‘lekker spelen’ bij comeback

Reünie Na zeven jaar is popjazzband Room Eleven weer bij elkaar voor een serie optredens. De band kon het overweldigende succes van toen niet aan.

Foto Melanie Marsman

Slechts een kwartier had hun reünieconcert in juli nodig om uitverkocht te raken. En de shows van deze week, in onder meer Paradiso, zijn dat nagenoeg ook. Dat het vijftal Room Eleven met zang van Janne Schra, gitaar, bas, piano en drums na een stop van zeven jaar ineens weer zou spelen, is van veel kanten toegejuicht. „We wisten eigenlijk niet of het nog zou leven”, lacht zangeres Janne Schra. Deze comeback is er een van „lekker spelen”. Zonder druk, losjes bedacht omdat debuutalbum Six White Russians and a Pink Pussycat - destijds onderscheiden met platina - tien jaar geleden uitkwam. Die is er nu opnieuw, op speciaal roze vinyl.

Room Eleven heeft zes jaar bestaan. Een „bij elkaar geraapt” bandje waarvoor de basis was gelegd via een advertentie op het Utrechts conservatorium: zangeres Janne Schra vond zo gitarist Arriën Molema. De repetitie voor het eerste optreden van de toen nog naamloze band was, jawel, in kamer 11. Met de nodige flair laveerde de twintigers in hun kleine liedjes over alledaagse onderwerpjes (zelfs de afwas) langs pop en swingjazz. De invloeden uit de Americana, blues, folk en bossanova waren niet te missen. Met koortjes, handklapjes en banjoriedels was er een dromerige hang naar nostalgie, geïnspireerd door een retrogroep als de Squirrel Nut Zippers. Vrolijk. Zomers. Keurige, lome niets-aan-de-hand-muziek die perfect aansloot in de heersende popjazztrend.

Van Johannesburg tot Japan

Gebrek aan succes was er zeker niet. Een Zilveren Harp in 2009, uitverkochte club- en theatertours. Optredens op festivals van North Sea Jazz tot Oerol. Drie jaar achter elkaar stond Room Eleven op het Canadese Montreal Jazz Festival voor een echt groot publiek. Tournees leidden van Johannesburg tot Japan.

Ik heb dat tweede album Mmm… Gumbo toen bijna jankend ingezongen

Het zijn wapenfeiten waarover Janne Schra nu kan denken: ‘wat ongelófelijk leuk allemaal voor die mensen!’ Alsof het niet over hen gaat. Hoe dat komt? Het bandje ging hard. Té hard. „Als ik terugdenk aan de jaren met Room Eleven zijn ze vager dan mijn jeugdherinneringen”, zegt Schra. „Natuurlijk, in een vlaag zie ik weer een avond in Quebec voor me, een bijzondere show in een Édith Piaf-achtig theatertje met dansend publiek. En dat ik op mijn sportschoenen optrad, omdat ik mijn laarzen was vergeten. Maar wat ik vooral voel zijn de zorgen van toen. Hoe we grip probeerden te houden. Wat een achtbaan het was.”

Room Eleven in vier videoclips. De tekst gaat verder onder de slideshow.

De turbulente ontwikkeling van de band stond haaks op het knagende gevoel bij de band over hoe alles ‘van bovenaf’ werd bepaald. „De succestrein moest door”, weet Schra nog. „En je verwacht van jezelf dat je dat ‘natuurlijk’ wel doet. Maar ik had er moeite mee. Hoe nieuwe ideeën weinig tijd kregen om te rijpen. Hoe hoog de druk was om snel een tweede album te leveren. Ik ging een paar weken naar Amerika om liedjes te schrijven met de door mij bewonderde Dayna Kurtz. Ze was een harde, maar inspirerende tante. De band volgde snel voor de opnames van de plaat. Maar wat kwam ik mijzelf tegen. Ik heb dat tweede album Mmm… Gumbo toen bijna jankend ingezongen.”

Maar toen: een burn-out

Een burn-out, constateert ze nu als ze vertelt hoe verloren ze zich voelde bij de uitreiking van de gouden plaat. „In Paradiso, door mijn moeder! Ik hoorde hoe het publiek bij de bar stond te lullen. Ik voelde me erg verloren.” Ze wist: veel mensen zouden een moord doen om dit allemaal mee te maken. „En ik verlangde terug naar het vage, weliswaar onsuccesvolle singer-songwriters bestaan.” Na een loodzware theatertournee trok de band in 2009 de stekker eruit.

Na het uiteenvallen ontwikkelde Schra zich als begenadigd solozangeres. Eerst onder haar schilderspseudoniem Schradinova, daarna onder eigen naam. Gitarist en songwriter Arriën Molema studeerde filosofie en werd bestuurslid van BumaStemra. Pianist Tony Roe en bassist Lucas Dols wonnen met de innovatieve jazzband Tin Men and the Telephone nieuw publiek. En Maarten Molema drumt bij Dotan en Giovanca.

Deze reünie komt voort uit het verlangen om weer eens samen te spelen. Het oude repertoire wordt door de musici, nu allen midden dertig, weer zo tintelend mogelijk gebracht. De kans dat Room Eleven nieuwe muziek componeert, is volgens Schra, die zichzelf zo veel mogelijk tijd gunt voor het componeren van haar liedjes, klein. „Het is heerlijk deze oude schoenen weer eens aan te trekken. En ze passen echt weer lekker. Maar of de drukbezette types weer gaan samenwerken? Ik zou er niet weer op rekenen, maar uitsluiten vind ik ook weer zo wat.”