Een race tegen de rat

Ongediertebestrijders Ze zijn extreem vruchtbaar en zo groot als een mannenvoet. Zal de mens het ooit winnen van de rat? Waar machines kapotgeknaagd en babykonijntjes opgegeten worden, grijpen rattenvangers in.

Foto Sebastian Steveniers

Uit een zak van zijn uniformbroek haalt Koen Geerits een zaklamp tevoorschijn. Hij schijnt op de donkere nok van het dak. „Daar zijn ze binnengekomen. Kijk, ze hebben een stuk hout vernield om er zich een weg door te banen.” Geerits is op sporenonderzoek. In de dichtbegroeide klimop rond de plaats delict wijst hij op platgetrapte paadjes in het groen. Het zelfgemaakte weggetje van de voortvluchtigen maakt duidelijk dat ze hier geregeld ongevraagd in- en uitlopen.

De daders veroorzaakten al veel schade in deze veeboerderij in Limburg. Ze legden de meest recente grote investering van de boer – een gigantische constructie om volautomatisch een hele stal koeien te melken – al enkele keren stil. Puur vandalisme. „Ze bijten de kabels stuk”, vertelt de boer, „waardoor de hydraulisch en pneumatisch gestuurde pompen op tilt slaan.” Hij laat een elektriciteitskabel zien, het koper ligt bloot. „Ik kan je verzekeren dat de kosten hoog oplopen wanneer je elke dag een technicus moet laten opdraven om de schade te herstellen. En als je pech hebt, raken ze twee kabels tegelijk aan en veroorzaken ze brand.

Koen Geerits haalt zijn belangrijkste wapen tevoorschijn: een spuitbus met blauw schuim dat hij op specifieke plaatsen aanbrengt. Als ze ertegenaan lopen, kleeft het aan hun lijf. Wanneer ze zich toiletteren, zegt Geerits – hij spreekt met respect over de daders – likken ze dat gif op.

Er zijn nog meer sporen. Hij heeft vingerafdrukken – excuus: pootafdrukken – gevonden in het stof. „En hier, een smeerspoor”, zegt zijn collega en toezichthouder Bart Schepers. „Kijk naar die zwarte plek op die tegel, of de verkleuring op die buis. Dat is typisch voor ratten: het is de afdruk van het vet dat ze op hun buik hebben hangen.”

Het sporenonderzoek moet duidelijk maken waar de daders zich ophouden. Hoeveel er aan het werk zijn, is moeilijk vast te stellen. Schepers: „Zeker vijftien, al veel minder dan toen we hier voor het eerst kwamen. Het zat vol, ze moeten met een stuk of honderd geweest zijn.”

Tekst gaat verder onder de foto.

Foto Sebastian Steveniers

Rattenvangers vullen de lokaasdozen. Foto Sebastian Steveniers

Kaken als een alligator

De verdachten hebben behaarde oren, donkere ogen, zijn van neus tot kont ongeveer een mannenvoet groot (tussen 20 en 30 centimeter voor de bruine rat, tussen 16 en 24 centimeter voor de zwarte). Hun staart is dik en beslaat nog eens een kleine 20 centimeter. Ze zijn vooral ’s nachts actief. Ze kunnen rennen, klimmen, springen en zijn uitmuntende zwemmers.

De zwarte rat leeft vooral in de buurt van varkens- en kippenkwekerijen, havens, schepen en gebouwen met een ruime voedselvoorraad. De bruine rat overleeft in rioleringen, toiletpotten, onder planken vloeren van huizen, in metrostations, onder voetpaden, onder oude meubels in kelders, op zolders, onder mesthopen en kippenhokken. Ze hebben amper een gaatje van anderhalve centimeter nodig om hun lijfje doorheen te friemelen.

Hun dieet is het afval van mensen. Volgens Amerikaanse rattenlectuur zijn favoriete gerechten: roerei, macaroni met kaas en gebakken aardappelen. Eigenlijk vreten ze alles, zeggen Geerits en Schepers. Uit ervaring weten ze dat ook Marsrepen, Rolo’s en chips in de smaak vallen.

Geerits en Schepers werken voor de ongediertebestrijder Rentokil (300 medewerkers verspreid over vijf vestigingen in Nederland) en komen al enkele jaren naar deze boerderij. Hoeveel ratten er precies in Nederland zijn is onbekend. Bij het Kenniscentrum Dierplagen (KAD) kwam de afgelopen jaren een groeiend aantal meldingen van rattenoverlast binnen. Schepers: „Ik doe dit al dertien jaar en zie nauwelijks verbetering. En onze strijd wordt moeilijker en moeilijker.” Hij doelt op de Europese regels: per 1 januari 2017 wordt het gifgebruik bij rattenbestrijding bijvoorbeeld aan banden gelegd.

De strijd tussen mens en rat woedt al honderden jaren. In de tussentijd heeft de mensheid robots laten koffiezetten en astronauten naar de maan gestuurd, maar die kleine vierpotigen onder controle krijgen, dat lukt ons niet.

In Limburg kunnen ze erover meepraten. „De zwarte rat is nog moeilijker te bestrijden dan de bruine”, vertelt Schepers. „Met vergif hoef je niet aan te komen, ze zijn te slim om ervan te eten.” Ook vallen maken weinig kans. „Ze zijn nog meer neofoob dan bruine ratten: ze vermijden alle voorwerpen die nieuw voor ze zijn in hun omgeving, zoals de klemmen en lokaasdozen. Het zijn waanzinnig sluwe dieren. Wordt hun populatie kleiner, dan kweken ze extra hard.”

De strijd tegen de rat is dan ook een bijzonder arbeidsintensieve klus. Plaats je rattenvallen, dan moet je elke dag terug om te controleren of je beet hebt: zo’n val kan slechts één rat strikken. Gif kun je niet zomaar strooien, dat is te gevaarlijk voor andere dieren of voor kinderen. Bovendien worden ratten meer en meer resistent tegen gif: vielen ze vroeger bijna direct neer na het eten van wat korrels, tegenwoordig lopen ze er nog twee dagen mee rond. De laatste uren waggelend, a dead rat walking in jargon.

„Ze eten goed”, zegt Geerits na het controleren van de lokaasdozen die hij eerder op de boerderij plaatste. Die zijn leeg, alle gifblokjes en -korrels zijn op. Hoeveel slachtoffers er hierdoor zullen vallen, zal hij nooit weten. „Die dieren kunnen overal sterven.” In de verte ziet Geerits iets liggen. Het zijn twee dode zwarte ratten. Kleintjes. Geerits: „Verdorie, we vangen niets dan kleintjes. De grote sturen altijd hun kinderen om de boel te verkennen. Zelf nemen ze geen risico.”

Superkracht

De volgende stop van de rattenvangers van Rentokil is een particulier met gestresste kippen en opgegeten konijnenjongen. „Hier zitten ze echt overal”, concludeert Geerits. Hij wijst naar de vele gaten in de aarde van het kippenhok en naar het aangevreten, houten tuinhuis. „Als we niet oppassen, storten ze zich straks op de voordeur. En als ze eenmaal in huis zitten…”

De ratten doen zich te goed aan de maïs op het omliggende veld en het afgevallen fruit. „Ze zijn niet meer zo schuw als vroeger”, vertelt de man. „Soms kijken ze me recht in de ogen.” Sterk, dat zijn ze ook. Schepers vertelt dat als een rat pech heeft en alleen zijn staart of een pootje klem zit in een val, hij dat om los te komen geregeld van z’n eigen lijf afbijt.

Maar hun grootste superkracht is hun vruchtbaarheid. Vrouwelijke ratten ovuleren om de vier dagen, copuleren tientallen keren per dag en blijven vruchtbaar tot de dood.

Zal de mens het ooit winnen van de rat? Mensen hebben honden getraind om ratten te vangen, machines met ultrasone geluiden ontwikkeld, en mosterdgas ingezet om ze met miljoenen tegelijk te vergiftigen. In de Sovjet-Unie zijn zelfs helikopters ingezet om gif te verspreiden over grote graanvelden. Navraag bij experts leert wel dat er mogelijk een doorbraak in zicht is: anticonceptie. De Amerikaanse biologe Loretta Mayer ontwikkkelde een middel dat bij de dieren een menopauze veroorzaakt: hun eicellen komen niet meer tot ontwikkeling, waardoor ze voor langere tijd onvruchtbaar zijn.

Maar voorlopig zullen ratten overal komen waar mensen zijn. In zijn boek More Cunning Than Man schreef de Amerikaan Robert Hendrickson al hoezeer onze soorten op elkaar lijken: „Wrede, opportunistische omnivoren die zich in alle oorden en klimaten weten aan te passen. Die als soort van oost naar west migreren, onverantwoord vruchtbaar zijn in alle seizoenen, en blijkbaar behoefte hebben aan genocide tegen hun eigen soortgenoten.”

© Dit is een ingekorte versie van een artikel dat eerder in het Weekblad van De Standaard verscheen