Opinie

Participeren? We doen niet anders in dit land

Opinie Als er één land ter wereld verbondenheid kent, is het Nederland. Geen land kent zoveel stichtingen en verenigingen per hoofd van de bevolking. Jammer dat de nieuwe verkiezingsprogramma’s daar blind voor zijn, schrijft hoogleraar Filantropische Studies .

Foto Robin Utrecht/ANP

Met de verkiezingen in aantocht komen politieke partijen met plannen, beloftes en missies. Eén ervan is het bevorderen van maatschappelijke bindingen. ‘Samen sterker’, prijkt er op het titelblad van het D66-verkiezingsprogramma. De PvdA gaat de campagne in met ‘Een verbonden samenleving’. En het CDA hamert op het bevorderen van ‘burgerschap’.

Geen land kent zoveel stichtingen

Maar weest gerust, die verbindingen bestaan al; ze horen traditioneel bij Nederland. Het wrange aan de verkiezingsleuzen is dat ze er blijk van geven dit niet te zien, of niet te kennen. Of, wat wellicht nog erger is, zelfs te miskennen.

Als er één land ter wereld verbondenheid kent, dan is het Nederland. Geen land kent zoveel stichtingen en verenigingen per hoofd van de bevolking als Nederland. Dat zit in de genen.

Nederland heeft de grootste non-profitsector van de wereld; de goede doelen bloeien; iedereen fietst, runt, loopt of zwemt vrijwillig voor een goede zaak; NL doet; het aantal particulieren dat een eigen fonds of een fonds op naam opricht stijgt exponentieel; bijna 50 procent van de bedrijven doet aan maatschappelijk verantwoord ondernemen. En hoeveel vrijwilligers zetten zich niet in voor de vluchtelingen?

Als de boom achter het huis van Anne Frank omvalt is er de volgende dag ‘de Stichting ter behoud van de boom achter het huis van Anne Frank’. In het buitenland wordt gezegd: ‘Zet drie Nederlanders bij elkaar en je hebt een stichting.’ Dit heet ‘particulier of maatschappelijk initiatief’ en is typisch Nederlands. Mag Nederland in het buitenland onder meer bekendstaan om zijn tulpen, klompen, molens, kaas en drugs, geen land ter wereld kent zoveel ouderenhofjes. De maatschappelijke betrokkenheid uit zich in de enorme inzet voor maatschappelijke doelen, geefbereidheid (filantropie) en vrijwilligerswerk.

Dit alles lijkt politici te ontgaan. Het doornemen van de conceptverkiezingsprogramma’s van PvdA, CDA, VVD, D66 en SP levert het volgende resultaat. In geen enkel programma van deze partijen komt het begrip ‘particulier initiatief’ voor. Ook het begrip ‘filantropie’ treft men nergens aan. Ten aanzien van vrijwilligerswerk is het CDA ‘uitschieter’ met vijf vermeldingen, mede vanwege het voorstel van een ‘maatschappelijke dienstplicht’ voor jongeren waarmee burgerschap wordt gestimuleerd (evenals het afzien van sollicitatieplicht voor 60plussers als zij vrijwilligerswerk doen).

De SP noemt eenmaal vrijwilligerswerk maar het verkiezingsprogramma meldt onomwonden dat vrijwilligerswerk ‘vrijwillig’ is en „geen verplichte tegenprestatie in de bijstand”.

Overheidsbeleid laat het afweten

In het verkiezingsprogramma van de PvdA valt het begrip eenmaal terloops; bij VVD en D66 komt vrijwilligerswerk niet ter sprake. Ook maakt geen enkel programma zich sterk voor het behoud van de giftenaftrek: bij uitstek het middel om verbinding te bereiken. Deze vijf verkiezingsprogramma’s overziend komt de vraag op: is dit tekenend, verontrustend of is het een vorm van bedrijfsblindheid?

Maar ook het overheidsbeleid laat het afweten. Zo is bij de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) en de Participatiewet in januari 2015 het begrip ‘participatiesamenleving’ geïntroduceerd. Dit nieuwe zorgbeleid omvat twee operaties: 1. Decentralisatie van bevoegdheden en financiën van het rijk naar gemeenten, en 2. Het betrekken van het familie- en informele netwerk van zorgbehoeftigen bij het bepalen van de zorg.

Particulier initiatief wordt niet genoemd, noch in de beleidsverandering als partner betrokken.

Het particulier initiatief speelde eeuwenlang een belangrijke rol in het realiseren van maatschappelijke doelen. In de jaren zeventig bepleitte Bram Peper politieke participatie en invloedvergroting. De overheid moest het welzijnsbeleid zelf gaan organiseren volgens het principe ‘wie betaalt, bepaalt’.

Dit beleidsmodel werd voorbeeld voor het overheidsbeleid. De overheid ging het welzijnswerk, de cultuursector, onderwijs en de zorg volledig financieren en controleren.

De slinger beweegt nu terug. De particuliere (mede)financiering van de maatschappelijke doelen is in opmars. Dat is niet alleen uit overheidsbezuinigingen te verklaren: het particulier initiatief groeit namelijk exponentieel sinds 1990 toen er van bezuinigingen geen sprake was. Particulier initiatief herovert gestaag een maatschappelijke positie.

Nederland blijft het land van de ‘regent’ (de overheid), de ‘koopman’ (de markt) en de ‘dominee’ (maatschappelijke betrokkenheid). Dat zou moeten doorklinken in hoe politici en politieke partijen zich de samenleving van de toekomst voorstellen.

Met de parlementsverkiezingen en een nieuw regeerakkoord in zicht wordt het tijd om bij het bevorderen van verbondenheid aandacht te schenken aan wat Nederland altijd gekenmerkt heeft: maatschappelijk betrokken particulier initiatief.