Nederlandse staat wint van vastgoedman Homburg

Conflict Homburg verliest voor Canadese rechter van de Nederlandse staat in zaak romdom het faillissement van zijn vastgoedimperium.

Een van foto Koen Suyk / ANP

Vastgoedbaron Richard Homburg kan de Nederlandse staat niet verantwoordelijk stellen voor het ineenstorten van zijn vastgoedimperium Homburg Invest in 2011. Dat heeft het hooggerechtshof van Nova Scotia in Canada geoordeeld in een zaak, aangespannen door Homburg en 2.000 beleggers in zijn vastgoedfonds Homburg Invest.

Zo’n 9.500 hoofdzakelijk Nederlandse beleggers staken sinds 2002 via obligaties 440 miljoen euro in het in Canada gevestigde Homburg Invest. Dat kocht er vervolgens vastgoed in onder andere Nederland en Duitsland en Estland van.

In 2011 ging Homburg Invest ten onder. Op de achtergrond speelden de slechte omstandigheden op de vastgoedmarkt een belangrijke rol. Homburg Invest kocht namelijk veel vastgoed op het hoogtepunt voor de kredietcrisis.

Maar zeker zo belangrijk was dat Richard Homburg – die ook de Canadese nationaliteit bezit – overhoop lag met de Nederlandse staat. Van toezichthouder AFM kreeg hij bijvoorbeeld een boete vanwege het in 2009 verspreiden van misleidende en onjuiste informatie, in tv-programma Business Class van Harry Mens.

De AFM stelde bovendien dat de bedrijfsvoering bij Homburg Invest niet „beheerst en integer” was en dat topman én grootaandeelhouder Homburg te veel zeggenschap had.

Onder druk van de AFM vertrok Homburg vervolgens als topman. Daarna raakte hij vanwege een interne machtsstrijd Homburg de controle over zijn vastgoedbedrijf kwijt, ondanks het feit dat hij een meerderheid van de aandelen bezat.

In september 2011 vroeg Homburg Invest in Canada surseance van betaling aan. Kort daarna trok de AFM de beleggingsvergunning van Homburg Invest in Nederland in, daardoor kon de penibele situatie ook niet meer worden opgelost met de uitgifte van extra aandelen. Homburg Invest ging ten onder en honderden miljoenen van Nederlandse beleggers verdampten.

Lees ook het achtergrondverhaal over Homburg: Van extra geld naar gapend gat

Schadevergoeding

Dat zijn imperium in elkaar stortte is volgens Homburg niet zijn schuld, maar de schuld van de Nederlandse staat. Vorig jaar zei hij op een beleggersbijeenkomst dat er na de kredietcrisis „totale paniek” bij de overheid heerste en de overtuiging dat „iedereen in het onroerend goed slecht is”. „Wij moesten gewoon ten onder gaan”, zei hij op die bijeenkomst, zo blijkt uit een verslag op Youtube. „Er is een lijstje gemaakt. Wij stonden daar op, DSB ook.”

Vorig jaar begon Homburg in Canada een schadevergoedingsprocedure tegen onder andere toezichthouder AFM en De Nederlandsche Bank. Volgens Homburg zou de Nederlandse staat, belichaamd in deze toezichthouders, zich ten onrechte heeft bemoeid met een in Canada gevestigd bedrijf.

Via de in Nederland opgerichte Stichting Support Homburg Bond Claim sloten zo’n 2.000 beleggers zich bij de zaak in Canada aan – een deel daarvan tegen betaling.

De Canadese rechter geeft Homburg en de beleggers nu hard de deksel op hun neus. Dat blijkt uit vonnis met dagtekening van vorige week donderdag waarvan het Financieele Dagblad dinsdag het bestaan ontdekte.

Het hooggerechtshof in Nova Scotia stelt dat een Canadese rechter in deze zaak geen rechtsbevoegdheid heeft om zich over acties van de Nederlandse overheid uit te laten. Homburg Invest „had een vergunning in Nederland en heeft daarmee ingestemd om zich te onderwerpen” aan toezichthouders als de AFM.

Door de uitspraak is de route die Homburg en de bij hem aangesloten beleggers hadden uitgestippeld om de verdampte miljoenen terug te halen afgesloten. De Stichting Support Homburg Bond Claim noemt het vonnis desgevraagd „teleurstellend”. Op de website van de stichting, staat nog dat de (inmiddels verloren) procedure „een gerechtvaardigde kans” op een schadevergoeding van de Nederlandse staat biedt.

Een groep van 130 beleggers is juist een heel andere route voor genoegdoening ingeslagen en richt de peilen op Homburg zelf. Arie de Hoog, voorzitter van deze Vereniging Homburg en Geneba-gedupeerden (VHGG), noemt de uitspraak het bewijs dat Homburg beleggers „voor de zoveelste keer bij de neus heeft genomen”.

VHGG werd onlangs door Homburg voor de rechter gedaagd omdat ze zijn goede naam zouden aantasten door hem publiekelijk te beschuldigingen van misleiding, manipulatie, mismanagement, bedrog, stelen en fraude. Die uitspraak is 30 november.