Herman Brood maakte een scheet tot donderslag

Unknown Brood is een prikkelende titel voor een documentaire. Wat is er eigenlijk nog niet bekend over Herman Brood, de rock-’n-roller, snelschilder en knuffeljunk die, als hij niet door een ander gefilmd werd, de camera op zichzelf richtte? Maar meestal had Brood wel een fotograaf, journalist of biograaf/superfan Bart Chabot op sleeptouw.

Toen hij in 2001 op 54-jarige leeftijd zijn door speed en drank uitgewoonde lijf van het Hilton Hotel wierp, liet hij een indrukwekkend oeuvre achter. Op Wikipedia tel ik 24 platen, 19 singles, 3 films, een toneelstuk en 6 boeken; tel daar nog theatershows, tv-optredens en ontelbare kunstwerken bij op, niet noodzakelijkerwijs door Herman Brood zelf geschilderd.

Over zijn leven lijkt alles gezegd: voor Unknown Brood waren er al vier documentaires – dit jaar nog het verdienstelijke Kunst... begin drrr niet an – plus biopic Wild Romance uit 2006. Het gaat dan over een in wezen hyperverlegen einzelgänger én dramaqueen uit Zwolle die als jochie de piano ontdekte. En daarna de speed, die hem de moed gaf te zwetsen en het podium te beklimmen. Volgen Cuby & the Blizzards, vrouwen, drugs en arrestaties, de gloriejaren 1977-1980 met Herman Brood & His Wild Romance, en de Amerikaanse tournee die eindigt in een implosie als het erom spant: in New York, voor de Amerikaanse muziekpers en platenbonzen. Waarna Brood settelt als nationaal fenomeen: de halfverdoofde scharrelaar in kunst, performance, praatjes en plaatjes.

Voegt Unknown Brood iets toe aan die bestaande Broodografie? Van „nooit eerder vertoonde beelden” moet hij het niet hebben; daar zijn er zoveel van. Wel plaatst de documentaire accenten die hem iets deerniswekkender maken. Zuster Beppie nuanceert de mythe over zijn ongelukkige jeugd en benadrukt hoe frêle hij was: zonder speed was Herman Brood nooit zo oud geworden, denkt ze. Al is die zelfmedicatie – amfetamine sleepte hem door het leven – ook geen nieuw beeld: in Wild Romance faalt Brood in New York omdat zijn promotor hem drugsvrij wil, en zo geen rockster maar een onzeker en stomdronken wrak krijgt.

Unknown Brood weidt uit over de trieste laatste levensjaren als verlopen piraat met grijze papegaai op de schouder, op de gedoemde artiest die zijn leven lang op zelfmoord zinspeelde. Zie de belofte, zo rond 1980, dat „ik niet van het dak zal springen voor ik een nummer-1-hit heb”. Uiteindelijk moest Herman Brood in 2001 van het dak springen om die nummer-1-hit te krijgen: zijn versie van My Way.

Is dat leven al die films, standbeelden, theatershows en biografieën wel waard? Verkeerde vraag. Herman Brood was zijn zelfgemaakte kunstwerk. Als dat ons nog steeds fascineert, deed hij dat goed. Maak van uw scheet een donderslag, was zijn carnavalskraker uit 1979. Het was ook Herman Broods levensmotto.