Recensie

Exil-kunst vol kleurrijk optimisme

Rik Wouters kwam in 1914 als vluchteling van België naar Nederland. Zijn werk toont een verhaal van geluk, tragiek en hoop.

Detail uit Mélancolie du soir (1915) van Rik Wouters. Museum van Elsene, Brussel

De honderdste sterfdag van Rik Wouters, de jong overleden Belgische kunstenaar, wordt herdacht met meer tentoonstellingen. Eén daarvan is in Amersfoort, waar hij als vluchteling zijn laatste twee jaren doorbracht. Met lente-achtige kunst uit zijn meer vreugdevolle Belgische jaren begint Museum Flehite de tentoonstelling: interieurs, uitzichten, kleur, en zijn geliefde vrouw Nel in fauvistische toetsen.

In 1914 brak de oorlog uit. Een miljoen Belgische vluchtelingen werd opgenomen in Nederland. Soldaat Wouters werd als krijgsgevangene, want Nederland was neutraal, geïnterneerd in een kamp bij Amersfoort. Daar krijgt de vriendelijke tentoonstelling een grauwe wending. Nel bracht hem papier en potlood, waarmee hij een barak schetste, gewapende bewakers, een begrafenis van Belgische soldaten na een gewelddadige opstand in het kamp. Een grauwe wereld. Maar daar is Nel weer en zijn stijl lijkt ineens weer voor haar te zijn gemaakt: in zuinig gewassen inkt poseert ze op een landweg, aquareltoetsen blauw en bruinroze geven de winterdag een lichte en hoopvolle atmosfeer.

Werk van Rik Wouters is ook te zien in het Antwerpse MoMu. Lees: Subtiele kritiek op huidige, jachtige modewereld

Geluk, tragiek, hoop vormen een verhaal dat Wouters deelt met andere vluchtelingen, zoals Gustave de Smet en ConstantPermeke, wier stillevens dik en lustig in de verf zitten. Die ontwikkeling richting het expressionisme zou Wouters niet meer mee zou maken. Hij overlijdt in 1916 aan kaakbeenkanker, nadat in 1915 het verdriet zijn optimistische werk in is geslopen: een somber fruitstilleven, een geknakt ogende Nel naast een bed, door gordijnen beklemmend ingekaderd à la Munch. Zo laat deze tentoonstelling vluchtelingenkunst zien die kon ontstaan door mecenaat en de juiste omstandigheden, beantwoord door de blik van deze buitenstaanders op de landen die hen ontvingen (Nederland, Engeland) – en wat museumstukken opleverde. Permeke schilderde koeien, De Smet een interieur, Wouters boten en huizen. Het is geschilderde troost. Dat maakt deze tentoonstelling boeiend: het gaat over vluchten, gastvrijheid, optimisme, veerkracht. En over Nel.