Homo? Gordon moest er maar een aspirientje voor nemen

‘De Europeaan’, de docu over Frans Timmermans, roept sympathie op voor de politicus, maar is niet kritisch en zelfs een beetje saai. Nee, dan Gordon.

Frans Timmermans kan met alle presidenten van Europa een voetbalpraatje maken in hun eigen taal. In de documentaire De Europeaan zien we hem rondbenen door de machtscentra van Europa, van Brussel tot Ankara, en bij de VN in New York. Hij heeft een vreemd loopje. Half gorilla, half Charlie Chaplin. Een innemend, onhandig lijf.

Regisseur Dirk Jan Roeleven liep een jaar lang mee met de vice-voorzitter van de Europese Commissie. Wegens zijn talenkennis en sociale vaardigheden fungeert Timmermans als boegbeeld van de EU, bijna nog meer dan voorzitter Jean-Claude Juncker, en krijgt hij de vluchtelingencrisis op zijn bord. De pogingen die op te lossen vormen de rode draad van de film.

Lees ook: Mee met de belangrijkste Nederlander in Europa, een interview met Roeleven over zijn documentaire.

Roeleven kan met zijn kleine camera werkelijk overal binnenkomen. Zijn hoofdpersoon laat dat ook toe: we zien hem koken thuis in Heerlen, we zien hem tussen de vluchtelingen van Kos, we zien hem bij een concert meezingen met Bruce Springsteen: „Come on, rise up! Come on, rise up!”

Je krijgt veel sympathie voor de politicus: hij gaat gemoedelijk met iedereen om, maar kan ook zijn poot stijf houden en geeft nooit op. Je krijgt ook sympathie voor de EU als overlegorgaan. Het werkt haperend, maar het is beter dan niets.

De film is niet kritisch. Timmermans is wel eens te loslippig en te emotioneel, en het klopt niet altijd wat hij zegt. Daar horen we hier niets over. Spannender dan dit kun je het verder waarschijnlijk niet maken, maar het blijft een beetje saai: een lange tocht door wandelgangen, kantoren en vergaderzalen vol mensen. Timmermans is ook geen dramatisch figuur. Je ziet weinig van zijn demonen.

Met Gordon naar Floradorp

Nee, dan Gordon. Die krijgt ook een documentaire, 25 Jaar Gordon (twee delen, zondag op RTL 4). Het is een hilarisch portret van de voormalige marktkoopman uit Amsterdam-Noord, die eerst naam maakte als volkszanger en nu bekend is van zijn tv-werk met Gerard Joling. Het komische duo Geer en Goor wordt gedragen door zijn Amsterdams botte afzeikhumor.

Regisseur Michiel van Erp, die doorgaans voor de publieke omroep werkt, heeft zich licht aangepast aan de nieuwe omgeving – met vooruit- en terugblikken rond de reclameblokken. Verder is de film helemaal zijn stijl: volkse types bekeken met liefdevolle spot.

Van Erp is in zijn element als de zanger terugkeert in Floradorp, Amsterdam-Noord. Het grootste leed wordt hier laconiek en met veel humor opgediend. Hoogtepunt is als de overbuurvrouw haar overleden man „uit de kast trekt”. Ze pakt een witte cadeauverpakking van een magnum wijnfles, die naast de bank staat. Hierin blijkt ze de urn met de as te bewaren.

Over zijn drankzuchtige vader vertelt Gordon: „Helemaal lazarus kwam-ie in zijn blootje naar beneden op mijn verjaardag.” De overbuurvrouw zegt dat Gordons moeder diens homoseksualiteit nooit heeft geaccepteerd: „Je moeder zei: neem een aspirientje, dan gaat het wel over.” Gordon zelf, staande bij het graf van zijn moeder: „Tot op de dag voor haar dood heeft ze gezegd: jongen, waarom ga je niet een gaatje verder?”

Wilfred Takken vervangt Hans Beerekamp.