Dit moment vraagt om meer samenwerking

Veiligheid spreekt niet vanzelf, schrijft . Europa moet meer samenwerken, ook op het gebied van defensie.
Foto’s iStock

Nederland is een bevoorrecht land, veilig omgeven door een ring van stabiele, welvarende Europese staten. Maar onze veiligheid is geen vanzelfsprekendheid. Geopolitiek gaat onze deur niet voorbij. Dat hebben we in onze geschiedenis meermalen ruw bemerkt. In 1672 (het rampjaar), in 1795 (het einde van de Republiek), in 1940 (de Duitse inval). Het waren breukjaren, waarin duidelijk werd dat we onvoldoende hadden geïnvesteerd in onze veiligheid, defensie, diplomatie en in bondgenootschappen.

Ik sluit niet uit dat we ons nu weer op zo’n kantelmoment bevinden, waarop de toekomst van onze samenleving opnieuw wordt gedefinieerd. Want hoewel we het economisch nog nooit zo goed hebben gehad, ondergaat ons land een aantal systeemcrises, die vragen om een nieuw sociaal contract: versnelde vergrijzing, toenemende ongelijkheid, moeizame integratie van nieuwkomers, klimaatcrisis, een leeglopende gasbel.

Onze omgeving gunt ons bovendien weinig rust. Het gist en borrelt aan de Europese buitengrens. Migratie stelt onze solidariteit op de proef. Het mondiale economische zwaartepunt verschuift naar Azië. Rusland, Turkije en Iran tonen nieuwe zelfverzekerdheid. De grens tussen oorlog en vrede vervaagt – denk aan cyberspace. Internationaal terrorisme en jihadisme hebben ons gevoel van veiligheid een forse knauw gegeven.

Tegen die achtergrond zoeken kiezers de noodrem. Steun brokkelt af voor het stelsel dat na de Tweede Wereldoorlog zorgde voor onze veiligheid, stabiliteit en welvaart: NAVO, EU, OVSE, WTO en VN. De Britten stappen uit de Europese Unie. In het Witte Huis zetelt straks een president wiens lijfspreuk is: ‘America First’.

Juist op dit kantelmoment moeten we bruggen blijven bouwen. Tussen elitair kosmopolitisme en protectionistisch nationalisme. Tussen preventie en repressie. Tussen realisme en idealisme. Tussen binnenland en buitenland. Eén ding staat vast: geen land kan dit alleen – de uitdagingen zijn daarvoor te complex.

Maar het moet wel anders. Europese samenwerking bijvoorbeeld. De afgelopen decennia nam die vooral de vorm aan van een wetgevingsmachine voor de interne markt. Maar die wetgevingsmachine voldoet in de huidige setting niet langer. Europa moet zichzelf opnieuw uitvinden – en snel. Wij Europeanen moeten ons mannetje staan in de boze buitenwereld van 2016. De onzekerheid over het nieuwe Amerikaanse leiderschap sterkt mij verder in de overtuiging: op sommige terreinen moet Europa onder leiding van Duitsland stappen durven zetten naar meer, niet minder samenwerking – zeker op het terrein van veiligheid.

Dat betekent: flink investeren in echt gezamenlijk buitenlands beleid en op de terreinen asiel, defensie, ontwikkelingshulp en eerlijke handel. We moeten het Europees Gemeenschappelijk Veiligheid- en Defensiebeleid verder versterken. Doorgaan met taakspecialisatie van onze krijgsmachten bijvoorbeeld; de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie hebben daar deze maand over besloten.

We moeten dat zo veel mogelijk met onze Britse vrienden doen. Want Brexit of niet, we moeten het VK verankeren in onze Europese veiligheidspolitieke samenwerking. Het VK maakt nog steeds deel uit van onze Europese waardengemeenschap. Daar ligt onze grootste kracht: in mensenrechten, vrijheid en democratie. Strategisch handelen op basis van deze waarden: dat is wat dit kantelmoment ook van ons vraagt.

Staan voor onze waarden in binnen- en buitenland: dat dwingt respect af, ook als de tegenpartij er anders over denkt. Dat betekent: mensenrechten hoog in het vaandel houden – juist nu er zoveel tegenslag is vanuit autocratische regimes. Een strikt wapenexportbeleid hanteren. Royaal steun blijven geven aan het maatschappelijk middenveld en jongeren. Het humanitair oorlogsrecht hooghouden, juist nu dat steeds minder wordt gerespecteerd in landen als Syrië en Jemen.

Pragmatisch buitenlandbeleid sluit principes en idealen niet uit. Integendeel: realisme en idealisme zijn kanten van dezelfde medaille. Geen effectiviteit zonder legitimiteit. In een tijd van autocratie, neonationalisme en terreurdreiging moeten we durven vertrouwen op waarden die mensen tot ver buiten Europa aanspreken. Dat is ook van belang voor onze relatie met Rusland – die andere geopolitieke reus die we in internationaal verband realistisch tegemoet moeten treden met de uitgestoken hand van de dialoog (OVSE), de vuist van sancties (EU) en de spierbal van afschrikking (NAVO).

De koers van de VS blijft voor ons van levensbelang. Ook met de nieuwe Amerikaanse regering moeten we de weg vinden naar constructieve samenwerking en daarop nu al anticiperen. In de NAVO, maar ook in andere internationale organisaties. Want het hele stelsel van multilaterale instellingen mag misschien niet perfect zijn, als we het vandaag zouden opheffen, zouden we het morgen weer moeten oprichten.

Dat geldt zeker de VN. Veiligheid is alleen duurzaam als we het breed invullen – daar heeft de volkerenorganisatie een cruciale rol. Door te hervormen. Door in te zetten op preventie en deradicalisering. Door vredesoperaties brede mandaten mee te geven. Door grondig en langdurig te investeren in de opbouw van instituties, migratiebeheersing, klimaat en ontwikkeling – zeker ook aan de zuidkust van de Middellandse Zee. Het zal een zaak van lange adem zijn, die investeringen vergt. Versterking van ons eigen postennet in de ring van instabiliteit rondom Europa hoort daarbij.

Een simpel recept bestaat niet. Nationale oplossingen voor veiligheid voldoen niet meer. Als wij in Europa niet snel leren hoe we stabiliteit kunnen exporteren, zullen we instabiliteit importeren uit de landen om ons heen. Daarvoor is constructieve samenwerking nodig. Daar ligt voor Nederland en Europa de enige weg naar een zekere toekomst in een onzekere wereld.

Bert Koenders is minister van Buitenlandse Zaken (PvdA). Dit artikel is gebaseerd op een toespraak die hij donderdag hield bij de Universiteit Leiden. De toespraak is te lezen via rijksoverheid.nl.