Recensie

‘Bad Santa’ en de dood van de kerstfilm

Anti-kerstfilms

Hollywood maakt nauwelijks nog warme kerstfilms, wel pikzwarte kerstkomedies als ‘Bad Santa 2’. Dankzij de politisering van de kerstgedachte?

Waar is de kerstkomedie gebleven? Goedhartige films waarin kerstman, slee, rendieren en/of pakjes zoekraken, het kerstfeest op het spel staat, maar de kerstgedachte alsnog voor een wonder zorgt? Of waarin kibbelende families na dolle verwikkelingen vrede sluiten, zodat de camera door een beijzeld raam van de in kaarslicht badende dinertafel kan uitzoomen?

Het is een door Hollywood geadopteerde Victoriaanse traditie die teruggaat op Charles Dickens’ A Christmas Carol in 1843: egoïsme en hebzucht die het onder de kerstboom afleggen tegen gulheid, warmte en samenzijn. Het leverde elk jaar kerstfilmhits op, van It’s a Wonderful Life (1946) tot Home Alone (1990). Eind november is de tijd om kerstfilms te lanceren: na de feestdagen gaat namelijk niemand meer. Maar gezien het aanbod van de laatste jaren, is het genre dood.

Wel biedt de bioscoop anti-kerstfilms als Bad Santa 2, die deze week uitgaat: een vervolg op de cultkomedie uit 2003. „Happy endings bestaan niet”, gromt Billy Bob Thornton, die de misantropische, dronken asociaal Willie speelt, al meteen over zijn grote liefde. „Je kan iemand maar zó vaak in zijn schoot kotsen.”

Lees verder na de trailer

Dat zet de toon van deze pikzwarte komedie waarin Willie zich opnieuw als kerstman verkleedt, nu om een goed doel te beroven: Giving City. Met als partners zijn oude sidekick, de kwaadaardige dwerg Marcus (Tony Cox), en zijn vuilbekkende moeder Sunny Soke (Kathy Bates).

De film handhaaft de ingrediënten van Bad Santa : extreem vloeken, politiek incorrecte humor, deviante seks en de kolossale cherubijn Thurman Merman (Brett Kelly), die door zijn domheid en onschuld als enige de cynische Willie ontwapent. Thurman is een lichtpuntje in een wereld vol schoften, viespeuken en hypocrieten: zelfs de idealistische hulpverlener Diana blijkt een nymfomane met een drankprobleem.

Kerst met bulldozer te lijf

Wat mist is timing en finesse: Bad Santa 2 gaat het kerstgevoel met een bulldozer te lijf. Zo ramt Willie in vol ornaat een collega-kerstman met een Mariabeeld in elkaar, waarna een gedetineerde in de cel dreigt: „Ik heb altijd al een kerstman willen neuken”, en Willie antwoordt: „Ik heb altijd al op een getatoeëerde lul willen schijten.” En dat anderhalf uur lang. Op een enkel schandalig grappig moment na, is Bad Santa 2 eerder geestdodend dan verfrissend, zoals Bad Santa in 2003 was. Maar die kwam ook uit de koker van de broers Coen en de onvolprezen regisseur Terry Zwigoff.

Bad Santa 2 past wel goed in Hollywoods huidige kerstmenu van cynisme en nihilisme. De andere kerstkomedie van 2016, Office Christmas Party, richt een Project X aan op een kantoor: een kerstorgie waarbij elk kerstsymbool ontheiligd wordt onder het motto: ‘holy shit’.

Ontheiliging is de rode draad in anti-kerskomedies: men gaat de kerstman te lijf met een kettingzaag, droogneukt een rendier, schiet het kindeke Jezus uit de kribbe of kotst in de kerk, zoals in The Night Before (2015), waar drie dertigers kerstavond met coke en paddo’s vieren.

Daarnaast is er kersthorror, zoals Rare Exports of Krampus, waar een kerstdemon een nare familie van arrogante Democraten en botte Republikeinen belaagt. Zonder verzoening: hun straf is juist eeuwigdurend samenzijn onder de kerstboom.

Daar staan vrijwel geen positieve kerstkomedies meer tegenover. Die gaan nu direct naar tv en dvd: vorig jaar flopt de eerste kerstkomedie in jaren met een sterrencast, Love the Coopers.

De laatste echt succesvolle kerstfilms dateren uit de jaren 2003 en 2004: Love Actually, Elf, Bad Santa, Christmas with the Kranks, The Polar Express. Sindsdien is het een aflopende zaak, uitgezonderd een reeks traditonele Afro-Amerikaanse kerstfilms zoals Black Nativity, This Christmas en Almost Christmas .

Rechts claimt de kerstgedachte

In 2010 signaleerde de Amerikaanse vakpers al dat de kerstkomedie verdween. Dat werd gekoppeld aan Hollywoods toenemende Aziatische oriëntatie: op die groeimarkt vallen kerstfilms dood. Maar ook in Amerika slinkt het publiek. Kerstkomedies spelen van oudsher met de kloof tussen Kerstmis als hol consumptieritueel en de ware kerstgedachte, die uiteraard zegeviert. Maar die hele kerstgedachte wordt nu veelal als een loos cliché ervaren, of als conservatief agendapunt.

De kerstfilm is namelijk gepolitiseerd nu rechts Amerika Kerstmis claimt. Een al jaren terugkerend motief van Fox Network en rechtse Talk Radio is de ‘oorlog tegen Kerstmis’ vanuit het door joden en ‘liberals’ gedomineerde Hollywood. Dat vertaalt zich ook in speelfilms over dat atheïstisch complot, zoals Christmas with a Capital C (2011), waar een dorp in Alaska zich verzet tegen een bittere seculiere burgemeester die de kerststal verbiedt en ‘Happy Christmas’ vervangt door ‘Happy Holidays’. „Het waren wel christenen die de USA oprichtten!”, roept een dorpeling boos.

Saving Christmas uit 2014 heeft als motto „putting Christ back in Christmas”: een christen overtuigt zijn ongelovige broer dat Kerst geen hypocriet consumptiefeest van heidense oorsprong is, maar een viering van geloof, hoop en familie. „Heb je ooit het gevoel gehad dat Kerstmis is gekaapt?”, merkt iemand op in Saving Christmas. Dat gevoel leeft breed in conservatieve kringen, en de huidige trend van cynische kerstkomedies zal dat zeker niet verminderen.

Voor Hollywood lijken kerstfilms nu te beladen om er serieus geld in te steken: hooguit in kleine pro- en anti-kerstfilms om het patriottische, dan wel seculiere marktsegment te bedienen. Kerst is onderdeel van de cultuurstrijd zoals Sinterklaas dat in Nederland dreigt te worden – om andere redenen, maar langs dezelfde scheidslijnen. Maar wie weet: onder president Trump maakt de kerstkomedie misschien een comeback.