Cultuur

Interview

Interview

‘Als zijn kleine zusje kon ik hem niet redden’

Coco Schrijber

Op IDFA is Coco Schrijbers’ ‘How to Meet a Mermaid’ te zien, over de verdrinkingsdood van haar broer. „Eigenlijk was dit privé.”

How to Meet a Mermaid is een filosofische en visueel poëtische vertelling over drie mensen die in de zee verdwijnen. Een van hen is de broer van regisseur Coco Schrijber, Lex. Hij was 47 jaar toen hij tijdens een vakantie in de Rode Zee verdween. „We zagen elkaar niet vaak, maar ik wist meteen wat er gebeurd was”, vertelt Schrijber, „hij had zelfmoord gepleegd. Ik was niet van plan om over hem een film te maken. Zijn zelfmoord was privé. Ik was bezig met het verhaal over Rebecca, een van de andere hoofdpersonages. Zij werkte op een cruiseschip en verdween. Ik las dat er tijdens cruises veel vermissingen zijn. Dat intrigeerde mij. Behalve haar verhaal was er dat van de surfleraar Miquel, die ik had ontmoet op vakantie. Hij wilde illegaal oversteken van Mexico naar Amerika. Op een surfplank. En toen zei iemand: hé, jouw broer, die is ook toch de zee ingelopen?”

Lees verder na de trailer

Wilde je met deze film begrijpen wat je broer had bewogen zelfmoord te plegen?

„Ik wilde een film maken over de werkelijkheid. Wij leven in de werkelijkheid die we aankunnen. We zien haar anders naarmate onze gemoedstoestand verandert. Als je ongelukkig bent, neem je misschien de beslissing eruit te stappen, terwijl je een kwartier later misschien een andere beslissing had genomen. Dat intrigeert mij.”

Lex’ psychiater en beste vriend komen aan het woord. Van hen zou je verwachten dat ze de daad kunnen verklaren.

„We letten niet goed op. We verplaatsen ons niet écht in anderen. Anders zouden er niet zoveel geliefden en naasten zijn die zich het leven benemen, zonder dat iemand dat zag aankomen. Daarover maak ik me soms boos, al is dat aanmatigend. Mijn broer kon dat trouwens wel: luisteren naar anderen. Ik kon mijn broer niet redden, omdat ik zijn kleine zusje was. Hij zou dat nooit hebben geaccepteerd.”

De zee is een hoofdpersonage in je film.

„Veel films over de zee, van Robert Redfords All is Lost tot Life of Pi, gaan over de wil om te overleven. Maar er bestaat dus ook zoiets als de wil om te sterven. Voor mij is de zee simpelweg aanwezigheid, iets wat er is. Daarover gaat de film: over de tedere onverschilligheid van het universum. Niemand maakt het iets uit of jij er bent of dat jij verdwijnt. Hooguit je nabestaanden. Je bent alleen op aarde, en het is helemaal aan jou om hier te blijven of te vertrekken.

„Er zijn tussen de 700.000 en 800.000 zelfdodingen per jaar wereldwijd, dat zijn meer slachtoffers dan wanneer je de natuurrampen en oorlogen bij elkaar optelt. Er zijn vaak meer redenen om niet te leven dan wel. Ik vind het ontroerend om te zien hoe we worstelen om in leven blijven. In de film gebruik ik teksten van William Faulkner als leidraad. Hij is voor mij een autoriteit. Eigenlijk hou ik niet van een voice-over. Ik zie de tekst meer als een vertolking van een stemming. Faulkner verwoordt hoe wij als mensen in het universum staan.

Je duikt uiteindelijk zelf naar de bodem van de zee. Welk inzicht gaf je dat?

„Ik heb veel stoere dingen uitgehaald in mijn leven, van parachutespringen tot motorrijden. Allemaal dingen die je eigenlijk niet zou moeten doen. Voor deze film ben ik gaan duiken. Dat vond ik eng. Je moet blijven ademhalen, zei de duikinstructeur. Niet stoppen. Toen moest ik lachen. De meeste films beginnen met een zware quote van een groot filosoof of zo, maar hier komt het toch allemaal zo’n beetje op neer. Blijven ademen.”