Zo verwerkelijk je een kinderdroom

Beroepskeuze

Kinderen willen vaak bioloog worden (net als Freek Vonk) of vlogger (net als Enzo Knol). Maar zo’n droom najagen is lang niet vanzelfsprekend.

Foto's Robin Utrecht

Toen ik een jaar of tien was, wilde de hele klas astronaut worden (want Wubbo Ockels). Nu mijn jongste zoon ongeveer even oud is, wil zijn hele klas youtuber worden (want Enzo Knol) of bioloog (want Freek Vonk). Maar heel weinig van hen zullen die droom uiteindelijk waarmaken, net zoals niemand uit mijn oude klas uiteindelijk bij de NASA belandde. Hoe komt het dat sommige mensen toch vasthouden aan hun kinderdroom, en wat is ervoor nodig om die te bereiken?

„Over het algemeen hebben kinderen in de lagere schoolleeftijd geen realistisch idee van wat ze later willen worden”, zegt Frans Meijers, tot voor kort lector pedagogiek aan de Haagse Hogeschool. Meijer doet veel onderzoek naar beroepskeuze en levensloop. „Als kinderen dat wél weten, zijn het geweldige uitzonderingen op de regel. Meestal zijn het mensen die uiteindelijk het beroep van een van hun ouders kiezen en de kans krijgen zich erin te specialiseren.”

Meijers trekt graag de volgende vergelijking: er zijn mensen die een leven lang gelukkig zijn met hun eerste liefde. Maar met een rationele overweging heeft dat vaak weinig te maken. „Doorgaans word je verliefd op iemand van de ‘eigen soort’. Iemand met ongeveer hetzelfde opleidingsniveau, dezelfde levensovertuiging, dezelfde sociaal-economische achtergrond. Als de roze bril eenmaal van je neus valt, moet je beschikken over zelfreflectie en leren samen problemen op te lossen.”

Zo werkt het ook bij het kiezen van een loopbaan, zegt hij. De beroepsfantasieën van een tienjarige zijn even reëel als fantasieën over een ideale levenspartner. Die fantasieën zijn voor 60, 70 procent gebaseerd op wat de ouders belangrijk vinden (geld verdienen, aanzien, iets betekenen voor anderen) en voor het overige deel op beeldvorming uit de media. Enter Ockels, Knol en Vonk. Of Crime Scene Investigation: laboratoriumopleidingen stroomden vol toen CSI op televisie was. Binnen enkele maanden liepen ze overigens weer even hard leeg, omdat de werkelijkheid niet leek op de werkelijkheid van televisie.”

Er bestaat dus een bepaald droombeeld, maar kinderen reflecteren daar niet op, stelt Meijers. Meestal gebeurt dat pas wanneer de roze bril van hun neus kukelt en de realiteit anders blijkt te zijn dan de droom. Pas dan is het tijd om het zelfbeeld aan te passen aan dat wat haalbaar is. De beroepskeuze wordt daarom vooral bepaald door rapportcijfers, en het wegstrepen van alternatieven, blijkt uit Meijers’ onderzoek.

Bij degenen die er wél in slagen hun kinderdroom te verwezenlijken zijn doorzettingsvermogen, geluk, en een zekere mate van ‘oogkleppen op’ vooral van belang. Net zoals er ook mensen bestaan die na vijftig jaar nog gelukkig zijn met hun eerste liefde en nooit de behoefte hebben gevoeld verder te kijken. Maar, uitzonderingen zijn dat wel.