Recensie

A Chorus Line: overtuigende dansshow als musical

Musical De nieuwe uitvoering van A Chorus Line is een opmerkelijke verbetering.

Foto Roy Beusker

Toen er voor het eerst een Nederlandse versie van de Amerikaanse auditiemusical A Chorus Line werd gespeeld, in 1993, waren hier de meedogenloze showdansaudities naar Amerikaans en Engels model nog een onwennig verschijnsel. Tijdens de tweede, in 2001, was dat al danig veranderd. En tijdens deze derde productie is dit soort audities ook in Nederland volstrekt gewoon. Dat brengt A Chorus Line nu een stuk dichterbij dan in die eerdere jaren.

Daar komt bovendien bij dat hier in de laatste decennia ontelbaar veel jonge talenten zijn opgestaan die de disciplines van dit vak – zingen, dansen, acteren – voortreffelijk beheersen. Zodat de nieuwe Nederlandse versie een opmerkelijke verbetering laat zien. Waar het ensemble in de eerste en de tweede vaak nog een veel te bedeesde indruk maakte, is alle vereiste pep ditmaal volop aanwezig. Deze show is in de eerste plaats een overtuigende demonstratie van vakbekwaamheid.

A Chorus Line werd in 1975 gemaakt door Broadway-choreograaf Michael Bennett, tijdens workshops met werkloze showdansers. Door hun inbreng is de voorstelling ongewoon realistisch – vooral over het desperate doorzettingsvermogen dat deze artiesten moeten hebben om telkens weer aan het werk te blijven. Goed beschouwd is deze dansshow zo goed als glamourloos. Met een simpel plot: een regisseur moet uit zeventien auditanten kiezen wie hij wil engageren. In deze afvalrace blijft slechts de helft over. De songs, met schwung gecomponeerd door Marvin Hamlisch, zijn veelal de levensverhalen van de dansers. En die zijn uiterst behendig verdeeld over solo- en groepsnummers. Ze werden verstaanbaar vertaald door Coot van Doesburgh.

In de vaardige regie van Martin Michel treedt hier een ensemble aan met veel opvallend talent. Dat moet dus het resultaat van succesvolle audities zijn.