Zijwieltjes

Ik kan er maar niet aan wennen dat het tegenwoordig donker is als ik mijn gordijnen opentrek. De kamervloer lijkt een ijsschots en de planten die in de zomer de betonrot op mijn balkon moesten camoufleren, zijn allang op weg naar een leukere incarnatie. Terwijl ik wadend door de ochtendkilte naar mijn keuken loop, heb ik opeens een regel van de Zweedse dichter Tomas Tranströmer in mijn hoofd: Ontwaken is een parachutesprong uit je dromen. Ik besef dat ik van literatuur houd omdat het een zekere heroïek verleent aan de dagelijkse dingen. Ik lees de laatste weken meer dan normaal, op zoek naar dit soort troost.

2016 is geen mild jaar: iedereen die een beetje muziek kon maken ging de pijp uit, homoclubs worden onder vuur genomen, Alan Rickman, de acteur, is dood, er was iets met Amerika en sinds een week heeft de wielersport haar laatste restje onschuld verloren. Ik lees om de moed weer uit de schoenen te vissen.

Als ik ’s avonds verder wil lezen in het magistrale Anna in kaart gebracht van Marek Sindelka, belt vanuit het niet mijn broer, op wie ik dol ben (het was de eerste twaalf jaar wel even doorbijten maar nu kan ik niet meer zonder). Ook hij vindt het donker moeilijk en stelt voor eropuit te gaan. En zo lopen we even later door de stad, onderweg naar een film over dieren die niet bestaan.

„De feestverlichting hangt alweer”, neuriet mijn broer, en hoewel velen daar van alles van vinden, word ik er blij van.

„Het is alleen jammer”, zeg ik, „dat het na december weer voorbij is met dat lichtoverschot. Terwijl dan pas het guurste gedeelte van de winter begint. De dagen worden vanaf de jaarwisseling weliswaar langer maar door die kou lijken ze duisterder dan ooit. Waarom laat de gemeente de verlichting niet gewoon hangen tot half april? Word je eerst lekker gemaakt met mooie lichtjes, trekken ze zodra je in het epicentrum van de winter zit, de stekker eruit!”

„Ik denk dat je er anders naar moet kijken”, zegt mijn broer. „Die lampjes helpen je om te wennen aan het donker. Als ze in januari wordt weggehaald, ben je inmiddels al lang in staat om met de afwezigheid van daglicht om te gaan.”

„Wauw”, zeg ik. „Feestverlichting als zijwieltjes voor het duister.” Dat voelt meteen een stuk beter. En samen wieleren we het donkere staartje van 2016 in.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.