Cultuur

Interview

Interview

Foto Chris Floyd/Camera Press

‘Ze vragen steeds hoe ik in een rolstoel gevlucht ben’

Nujeen Mustafa Ze vluchtte in haar rolstoel uit Syrië naar Duitsland. Ze schreef een boek over haar tocht en over hoe het is om vluchteling te zijn. ‘We zien er anders uit, maar we zijn allemaal van dezelfde soort.’

‘A lot of ggg, right?” Nujeen Mustafa bladert glimlachend door de Nederlandse versie van haar boek Nujeen, dat ze voor het eerst ziet. „Wist jij dat Nederland gaat verdwijnen in het jaar 2200?”, zegt ze. „Dat komt doordat jullie zo dicht bij zee wonen. Ik hoor hier sinds mijn negende al over en ik vind het heel spijtig.”

Ze kijkt op uit haar boek. „Ik weet ook dat er in Nederland meer fietsen zijn dan mensen. En wist jij dat dertig procent van de Nederlandse vrouwen haar kind thuis baart?” De feitenkennis van de zeventienjarige Nujeen houdt daar niet op. Nu dreunt ze weetjes op over Nederland, dat kan ze over veel landen doen.

Het meeste weet ze over de Koerden, haar volk, en over Syrië, waar ze geboren is, in 1999 in de stad Manbij. Het is het land dat ze vorig jaar ontvluchtte – eerst vanwege Assad, later ook IS – kort nadat haar oom en tante door IS-leden bij een controlepost door hun hoofd werden geschoten. Zoals de meeste Syriërs namen Nujeen en haar zus via Turkije de boot naar het Griekse vasteland, en bereikten ze via de Balkanroute Duitsland. Maar zoals weinig vluchtelingen legde ze die 6.500 kilometer af in een rolstoel.

Nujeen is veertig dagen te vroeg geboren, met spastische kinderverlamming waardoor ze niet kan lopen. Tijdens de route, die door berggebieden ging en over hobbelige wegen, is ze veel gedragen door andere migranten en door haar inmiddels 27-jarige zus Nasrine. Haar ouders zijn achtergebleven in Turkije.

Nujeen is een nakomertje in een gezin van negen kinderen en de enige die goed Engels spreekt. Dat leerde ze van haar favoriete soapserie Days of our Lives, ze spreekt het uit alsof ze in het Verenigd Koninkrijk heeft gewoond. „Ik was bang dat jij een zwaar Nederlands accent zou hebben”, zegt ze, „en ik je steeds moest vragen iets te herhalen.”

Nujeen schreef een boek over haar leven en vlucht. Ze schreef het samen met de Britse schrijver Christina Lamb, die eerder met de Pakistaanse Nobelprijswinnares Malala Yousafzai I am Malala schreef. „Ik dacht eerst, ik heb nog niet lang genoeg geleefd om een biografie te schrijven.” Ze wil met het boek laten zien dat vluchtelingen mensen zijn. Normale mensen.

Malala noemt Nujeen op de kaft van haar boek een heldin. „Ik voelde me vereerd dat Malala mijn verhaal kent”, zegt Mustafa. „Ze is een overlever en geen slachtoffer.”

Nujeen Mustafa woont „precies twee dagen geleden een jaar” in Duitsland, samen met haar zus en twee broers. En ze gaat hier naar school. Om kwart over zeven ’s ochtends wordt ze opgehaald.

In Syrië woonde ze op de vijfde verdieping van een flatgebouw zonder lift. Ze kwam amper buiten, haar zus leerde haar lezen en schrijven. ‘Toen ik eenmaal kon lezen, bestond mijn wereld uit boeken lezen, tv-kijken en op het balkon zitten. Vanaf die plek kon ik naar de andere daken kijken, met hun wapperende was, hun satellietschotels en hun watertanks’, schrijft ze in haar boek. Iedere dag keek ze urenlang naar Discovery Channel, Amerikaanse soapseries en heel veel documentaires – het liefst over het heelal.

Foto Chris Floyd/Camera Press

Foto Chris Floyd/Camera Press

In Duitsland gaat ze naar een school voor kinderen met een beperking. „Voornamelijk buitenlandse kinderen, maar geen vluchtelingen, gelukkig. Anders bleef ik omringd door mensen die het zwaar hebben gehad.” Ze moet wel wennen aan „de German lifestyle”, zegt ze erbij. Ze bedoelt dat hier veel meer regels zijn. „‘Wat is het magische woord?’, zeggen ze als ik iets vraag. Je moet dan bitte zeggen. En je zegt guten Appetit voordat je begint met eten. Zelfs tegen je beste vrienden moet je heel beleefd zijn. In Syrië zijn we veel relaxter in de omgang. Maar ik vind het wel iets moois hebben, en het betekent niet dat we op school nooit gek kunnen doen.”

Wat Nujeen ook opvalt is dat je in Duitsland als kind veel meer verantwoordelijkheden hebt. „In de klas moeten we het bord schoonvegen en onze tafels schoonhouden. Mijn bijnaam is de chaos queen omdat ik langzaam ben met opruimen, waardoor het altijd een rommeltje is. Ik ben een perfectionist, áls ik iets doe, moet ik het goed doen.”

Nujeen weet zeker dat het met haar beperking te maken heeft. „Als je zo’n duidelijke lichamelijke beperking hebt als ik, dan wordt er weinig van je verwacht”, zegt ze. „Je probeert dat met alles wat je wél kan te compenseren. Ik ging al heel jong intellectuele gesprekken voeren met ouderen, zodat mensen dachten: die zit in een rolstoel maar ze kan toch iets. Ik vond leeftijdgenoten te kinderachtig.”

In het boek vertelt Nujeen over de bombardementen die ze in Syrië meemaakte: „We werden experts op het gebied van wapens. We kenden het verschil in geluid tussen Mig21- en Mig23-vliegtuigen, tussen de verschillende gevechtshelikopters en tussen bommen, clusterbommen en raketten.”

Een dag zaten ze met het gezin urenlang verscholen in de badkamer. Ze schrijft: „Als er iemand doodgaat, dacht ik, dan wil ik dat ik het ben. Alle andere leden van het gezin maakten zich nuttig en ik wilde liever niet zien hoe mijn familieleden zouden doodgaan – dan nog liever zelf dood. Nu is dat anders. Tijdens de vlucht was ik vaak de enige die Engels sprak en heb ik voor veel vluchtelingen vertaald, dat voelde heel fijn. In Duitsland heb ik het gevoel dat ik er toe doe, in Syrië was dat veel minder. Als er gasten bij ons kwamen vroegen ze als eerste wat er misgegaan was bij mijn geboorte. Dan moest ik het hele verhaal vertellen.”

Soms ging Nujeen dan voor de tv zitten en deed ze alsof ze niet kon praten. „Hier is het eerste dat mensen vragen: ‘Hoe ben je in een rolstoel gevlucht?’ Ze zien me niet als zwak en kwetsbaar, maar juist als een sterk persoon. Terwijl ik natuurlijk altijd dezelfde Nujeen was.”

Toen vlak na de zomer van 2015 tienduizenden migranten Duitsland bereikten, ontvingen veel Duitsers hen met open armen. De sfeer veranderde toen bijna een miljoen migranten zich in Duitsland hadden gevestigd.

Toen op nieuwjaarsnacht in Keulen op grote schaal vrouwen werden aangerand, wezen veel Duitsers naar de vluchtelingen. Later bleek dat een deel van de aanranders vluchteling waren. Nujeen was die dag jarig. „We waren gewoon thuis toen het nieuws kwam. Sommige mensen zijn gewoon zulke slechte ambassadeurs voor de vluchtelingen, ze hebben niet goed begrepen wat de grenzen zijn van de vrijheid die ze hier hebben.

„Ik heb persoonlijk niet het gevoel gehad dat mensen anders naar me gingen kijken. De boze mensen zien vluchtelingen als groep en niet als individuen. Je moet dus blijven bewijzen dat ze het mis hebben, dat we geen verwende mensen zijn die misbruik maken van de voorzieningen. We moeten de taal leren en werk vinden, maar dat heeft wel tijd nodig. Soms lijkt het wel alsof in het westen angst en hebzucht het vluchtelingenbeleid bepalen.

Mustafa denkt dat het anders was geweest als Europeanen zich noodgedwongen in Syrië hadden moeten vestigen. „Ik zou in ieder geval minder vooroordelen hebben over mensen die ik nog nooit heb ontmoet.” In het westen bestaat een negatief beeld over het Midden-Oosten valt Nujeen op. „ Hier leeft het idee dat islamitische vrouwen ongeschoold zijn, niet werken en slecht worden behandeld. Ik vind dat echt ongelooflijk. Maar wij Syriërs woonden met onze familie in onze huizen. We werden ook vroeg wakker, gingen naar ons werk, en waren om vijf uur weer thuis, net als Duitsers. Misschien spreken we een andere taal, zien we er anders uit, maar we zijn allemaal van dezelfde soort. En trouwens, eigenlijk hebben wij al bewezen dat wij vluchtelingen anders opvangen, met alle Palestijnen en Libanezen die we in Syrië hebben.” In Syrië wonen al decennialang meer dan 500.000 Palestijnse vluchtelingen. Velen van hen zijn nu ook naar Europa gevlucht.

Nujeen zoekt soms haar heil bij andere vluchtelingen. Dan praten ze over hoe ze hun best doen om normaal over te komen op Duitsers. „We zijn voorzichtig in hoe we ons gedragen en wat we zeggen, omdat we bang zijn dat mensen het gek vinden.” Ze denkt even na. „Als het op kleding aankomt bijvoorbeeld; mensen laten hier meer huid zien. Mijn leraar zei laatst: ‘Heb je het niet warm, waarom heb je zoveel aan?’ En we eten met een lepel en niet met een mes.

Ze hoopt met haar boek het beeld dat veel mensen van vluchtelingen hebben, te nuanceren en de Syrische oorlog dichterbij te brengen. „Dat is voor mij echt een eer en een voorrecht. Eerlijk gezegd mis ik het soms om het verwende kindje van m’n ouders te zijn. Maar ik ben vooral blij dat mijn behoefte om iets te betekenen in deze wereld eindelijk is bevredigd.”