Wat doet de IS-strijder als het kalifaat valt?

Nederlandse IS-strijders

Terreurbestrijders zijn bezorgd over de terugkeer van IS-strijders, nu hun kalifaat op instorten staat. Het kabinet stelt voor om het verblijf in IS-gebied strafbaar te maken, maar keren de meeste strijders wel terug? Ze hebben nog een paar andere, misschien wel aantrekkelijkere opties.

Foto AFP.

Nu de bommen blijven vallen op IS-bolwerken als Raqqa en peshmerga’s en andere anti-IS-krachten oprukken, staan de bijna tweehonderd Nederlandse IS-strijders voor een belangrijke keuze. Moeten ze blijven meevechten? Er proberen tussenuit te knijpen – als ze al die gelegenheid krijgen? Terugkeren naar Europa, naar Nederland?

Terreurbestrijders in Nederland zijn vooral bezorgd over het laatste scenario. ‘Terugkerende jihadisten mogelijke bedreiging voor Nederland’, luidde vorige week de kop boven de nieuwste dreigingsanalyse van Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). NCTV Dick Schoof riep in NRC buurtbewoners in grote steden op om signalen van terugkeerders te melden. „Ook de slager die ineens merkt dat er niet vier maar vijf halalworsten worden besteld door het gezin om de hoek”, zei Schoof.

En vrijdag deed het kabinet nieuwe voorstellen gericht tegen de terugkeerders. Door het verblijf in IS-gebied strafbaar te maken hoopt het kabinet die groep gemakkelijker te kunnen opsluiten.

Maar hoe groot is die „mogelijke bedreiging” van de terugkeerders nu precies? Hoeveel Nederlandse IS-strijders zullen daadwerkelijk terugkomen? Minder dan de helft, zeggen deskundigen met kennis van het strijdgebied en de Nederlandse jihadisten; misschien zelfs niet meer dan enkele tientallen. Daarvoor hebben terugkeerders te veel andere opties. Groter gevaar schuilt ergens anders, zo leert een inventarisatie.

Jihadi’s in het kalifaat resten vijf opties

Ze kunnen, ten eerste, ervoor kiezen door te vechten op het slagveld, met een grote kans te sneuvelen. „Van de 190 zullen er heel veel sterven”. zegt onderzoeker Daan Weggemans van de Leidse universiteit, die een aantal van de jihadisten in het strijdgebied kent. „Behalve doorvechten is de vraag of ze ervoor zullen kiezen om zelfmoordaanslagen te plegen.” De Nederlandse IS-strijder Sultan Berzel uit Maastricht deed dit eind 2014 in Bagdad. Hij blies zich op bij een politiebureau; 23 mensen kwamen om het leven. „IS gebruikt dit nu steeds meer als een van de strijdmethoden”, zegt Weggemans. Voor zover bekend waren minstens twee Nederlanders betrokken bij dergelijke zelfmoordacties.

De tweede optie: zich aansluiten bij een andere terreurorganisatie nadat IS zo goed als verslagen is. Al enige tijd wijzen NCTV en deskundigen op de voortdurende dreiging van Al-Qaeda en haar voormalige filiaal Al-Nusra, die van het ineenstorten van IS zal profiteren. „Uit het verleden is bekend dat dit ook een veelvoorkomende optie is”, zegt Weggemans „Zo gingen buitenlandse strijders die in de jaren negentig uit Afghanistan gevlucht waren voor de Amerikanen, meevechten in Bosnië met moslims tegen de Serviërs.”

De derde mogelijkheid: overleven in resterend IS-gebied. Het kalifaat mag dan militair zwaar onder druk staan, dat betekent niet dat straks IS overal is weggevaagd. „Er zullen IS-enclaves blijven in Irak of Syrië, waar strijders zich proberen terug te trekken”, aldus Edwin Bakker, hoogleraar terrorisme en contra-terrorisme aan de Universiteit Leiden. En zelfs als IS op de grond geheel verslagen is zal het als terreurorganisatie blijven bestaan, verwacht zowel Bakker als Weggemans.

De vierde optie: proberen te verhuizen naar ander gebied in het Midden-Oosten, zegt Weggemans, of omliggende gebieden. Afghanistan bijvoorbeeld, of Libië, of Jemen. Oorlog en failed states in die regio genoeg. „Misschien hebben Nederlandse strijders er familie of vrienden”, wat zo’n keuze vergemakkelijkt, zegt Weggemans.

De vijfde optie: proberen IS-gebied te verlaten en terug te keren naar Europa en zelfs Nederland. Het is nu een theoretische optie, omdat IS dit niet toestaat. Wie het straks toch lukt het strijdgebied te ontvluchten, is nog lang niet thuis, waarschuwt een rapport dat deze maand uitkwam van een denktank van West Point, de militaire academie van de VS. Daadwerkelijk terugkeren in eigen land noemde het rapport slechts „een van de paden” die openstaan. Hoogleraar Bakker voorspelt zelfs dat uiteindelijk „slechts enkele tientallen” zullen terugkeren, „en dan ook nog verspreid over enkele jaren en goed gemonitord door de inlichtingendiensten”.

Al jaren daar? Met een gezin? Dat maakt uit

Als de leiding van IS de Nederlandse strijders al een keus geeft, spelen diverse overwegingen een rol. Het genoemde Amerikaanse rapport wijst de verblijfsduur op het slagveld en de gezinssituatie van jihadisten aan als factoren die de keus beïnvloeden.

Wie al in 2014 vertrokken is, en dus relatief lang in IS-gebied verkeert, is waarschijnlijk verstrengeld geraakt met de gewapende strijd. Bovendien is zo iemand sterk vervreemd van het thuisland, en zit niet te wachten op – minstens – een paar jaar gevangenis thuis. Terugkeer ligt dan niet voor de hand, zeggen Bakker en Weggemans. De eerste vier opties zijn dan veel waarschijnlijker: ergens anders proberen door te vechten of op krachten te komen. Weggemans: „Er waren berichten dat jihadisten de overwinning van Trump in de VS begroetten. Een anti-islamitische regering in Washington , zo hopen ze, zal de steun voor hun eigen beweging vergroten.”

“Sommige strijders vinden dat ze aan hun aardse plicht hebben voldaan als er zonen zijn. Ze vechten vervolgens tot de dood erop volgt”

Daarnaast is het al dan niet hebben van kinderen een belangrijke variabele, aldus het rapport van West Point. Het ligt er wel aan waar die kinderen zich bevinden. Wie kinderen in het thuisland heeft achtergelaten bij het vertrek naar Syrië, kan die willen terugzien. Vaker komt het echter voor dat jihadisten juist een gezin in het kalifaat hebben gesticht. „Het kalifaat moedigde dat aan”, zegt Edwin Bakker. „Want dat vergroot de loyaliteit. Het is een oude tactiek. Al-Qaeda deed het met zijn strijders in Afghanistan. Langer geleden paste Alexander de Grote in zijn rijk dezelfde truc toe.”

Het hebben van kinderen kan nog een ander, wranger effect hebben, zo voegt Weggemans hieraan toe. Ook dit resulteert juist niet in terugkeer. „Sommige strijders vinden dat ze aan hun aardse plicht hebben voldaan als er zonen zijn. Ze vechten vervolgens tot de dood erop volgt”, aldus de onderzoeker. „Er is zelfs een verhaal bekend over een jihadist – geen Nederlander – die ’s ochtends vader van een tweeling werd, en ’s middags zichzelf opblies bij een zelfmoordactie.”

Terugreizen is vaak gemakkelijker gezegd dan gedaan…

Vraag het aan de 22-jarige Reda Nidalha, de vermeende spijtoptant die terug wil naar Nederland. Op zijn weg terug kwam hij vast te zitten in een interneringskamp van de oppositie in Noord-Syrië. Daarnaast worden veel terugkeerders opgepakt in bijvoorbeeld Turkije. Ze worden al dan niet overgedragen aan de autoriteiten van het land van herkomst, schrijven de auteurs van het West Point-rapport.

221116IHN_Ned_Strijders2

De Nederlandse overheid lijkt hier betrekkelijk passief tegenover te staan. Zo wordt Nidalha geen hulp geboden om bijvoorbeeld naar een Nederlands consulaat in Turkije te komen. Hoogleraar Edwin Bakker heeft kritiek op deze Nederlandse passiviteit. „Ik begrijp heel goed dat je geen soldaten naar dat erg gevaarlijke gebied gaat sturen om Nidalha en andere spijtoptanten op te halen”, zegt hij. „Maar er zijn ook andere manieren om te helpen. Zo heeft Nederland militaire contacten met de Koerdische peshmerga’s, en diplomatieke contacten met de Syrische oppositie. Die contacten kun je gebruiken om druk uit te oefenen om die jongen vrij te krijgen en naar Turkije over te brengen.”

Voordeel daarvan is dat de Nederlandse overheid meer controle houdt over terugkeerders, zegt Bakker, van groot belang voor het beperken van het gevaar van terugkeerders. „Wat er nu kan gebeuren is dat voor Nidalha losgeld wordt betaald om hem vrij te krijgen. Het gevaar komt van buitenlandse sympathisanten van de jihad, met name uit de Golfregio, die deze gevangenen willen vrijkopen. Dan verdwijnt Nidalha”, denkt Bakker.

… als terugreis slaagt, pleegt jihadist niet direct hier een aanslag

Van de circa veertig Nederlandse jihadisten die sinds 2014 terugkeerden, is een groot deel weer vrij (soms na een korte celstraf). Het waren vaak mensen die op idealistische gronden naar Syrië gingen (vechten tegen Assad), en in 2014 en 2015 gedesillusioneerd terugkwamen. Daarna droogde de stroom terugkeerders op.

221116IHN_BuitenlandseStrijders2

Zelfs voor de geharde strijders, die nu in Syrië en Irak vechten, en mogelijk willen terugkeren, gelden verschillende scenario’s na terugkeer. De meesten van hen staan op de radar van de inlichtingendiensten MIVD en AIVD. Zij worden na terugkeer meteen opgepakt. Maar zelfs als dat niet gebeurt en ze onopgemerkt Nederland binnenkomen, hoeft er niet per se meteen op Schiphol of Rotterdam Airport een bom af te gaan. Zowel het West Point-rapport als de Nederlandse deskundigen noemen diverse scenario’s. Meest voorkomende mogelijkheid: het onderduiken in criminele netwerken, die nogal eens overlappen met jihadistische. Een voorbeeld is de 21-jarige Somalische Nederlander Mohamed A., die een half jaar in Syrië verkeerde. Na terugkeer werd hij in 2014 opgepakt omdat hij een overval in Scheveningen had willen plegen. De verdachte was in het bezit van een shotgun. Volgens de politie wilde hij met de opbrengst van de overval jihadistische acties financieren.

Buitenlandse jihadi’s zijn groter gevaar

Substantieel gevaar voor de nationale veiligheid van Nederland, zegt zowel Bakker als Weggemans, zit bij buitenlandse strijders. Anders dan de Nederlanders staan zij veel minder op de radar van de Nederlandse of Europese inlichtingendiensten. Ook zijn ze met meer. Edwin Bakker zegt: „Het gaat om Tunesiërs, Jordaniërs, bijvoorbeeld, maar ook Syriërs, die straks geen kant op kunnen als Assad in Syrië aan het langste eind trekt.” Er vechten meer dan 6.000 Tunesiërs met IS mee. „Omdat ze veelal niet naar hun eigen land terug kunnen, is het een aantrekkelijke optie voor hen om bijvoorbeeld via de vluchtelingenstromen veilig gebied in Europa te bereiken. In Duitsland, Scandinavië maar ook Nederland.”

Bakker noemt deze groepen „losers of the last war”. Strijders gewend aan geweld, gemakkelijk in de omgang met wapens, desperado’s (in de niet-romantische zin van het woord), onder de radar van de diensten blijvend. „Ze zijn enigszins vergelijkbaar met Albanezen en anderen uit het voormalig Joegoslavië die nu Amsterdam met liquidaties onveilig maken”, zegt Bakker. „Het debat zou veel meer moeten gaan over deze internationale groep, en de internationale samenwerking ter bestrijding ervan.” Bakkers conclusie komt overeen met de aanbevelingen die het West Point-rapport doet over meer internationale samenwerking.