‘Vernietiging Rohingya-dorpen Birma erger dan gedacht’

Human Rights Watch concludeert dit uit nieuwe satellietbeelden. Het roept de Birmese regering op om VN-toezichthouders toe te laten.

Een platgebrand huis in het dorp Warpait in de regio Rakhine (Beeld van 14 oktober 2016) Foto Ye Aung Thu / AFP

De vernietiging in Rohingya-dorpen in de Zuid-Birmese staat Rakhine is groter dan tot nu toe gedacht werd. Dat beweert mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. Bij een grootscheepse antiterreuractie tegen de islamitische minderheid zou het Birmese leger veel meer gebouwen zijn stukgeschoten dan eerder werd gedacht.

Human Rights Watch analyseerde nieuwe satellietbeelden van Rakhine, waar het na maanden van onrust vorige week weer tot etnisch geweld kwam. Uit de beelden blijkt dat er naast 430 al bekende gebouwen nog eens 820 andere objecten kapot zijn geschoten. De mensenrechtenorganisatie vreest voor het lot van de burgerbevolking. Na analyse van de beelden roept Human Rights Watch de Birmese regering nu op om VN-toezichthouders tot de conflictzone toe te laten.

Birmese regering beschuldigt media van overdrijven

Vorige week laaide etnisch geweld in het Zuidoost-Aziatische land opnieuw op; het Birmese leger startte de antiterreuractie nadat er aanslagen waren gepleegd op politieposten. Met helikopters en grondtroepen werd de aanval ingezet, met tientallen doden als gevolg.

De Birmese regering deed eerdere kritiek van Human Rights Watch af als valse verslaggeving. Een woordvoerder liet vorige week weten het niet eens te zijn met berichtgeving in de media. Niet de Birmese veiligheidstroepen, maar terroristen zouden de gebouwen hebben opgeblazen. Internationale journalisten werd opgeroepen om dit te onderzoeken - maar de toegang tot het gebied wordt de pers bijzonder lastig gemaakt.

De kwestie ligt extreem gevoelig in Birma. Toen Nobelprijswinnaar Aung San Suu Kyi begin dit jaar de macht overnam van de militaire junta, was er hoop dat de positie van de Rohingya erop vooruit zou gaan. Dit lijkt voor alsnog niet het geval; zelfs de naam ‘Rohingya’ erkennen was voor Aung San Suu Kyi een brug te ver.

Discriminatie en onderdrukking van Rohingya

De islamitische Rohingya worden in Zuidoost-Azië stelselmatig gediscrimineerd, onderdrukt en opgejaagd. Ook in Bangladesh, waar de groep in oorsprong vandaan komt, worden ze niet geaccepteerd. Vorige week werd een vluchtelingenboot met Rohingya door Bengaalse grenswachten weer terug het water in geduwd - hun lot is onzeker.

Voormalig secretaris-generaal van de VN Kofi Annan sprak eerder zijn bezorgdheid uit over de situatie in het zuiden van Birma. Annan leidt een Britse commissie die de oorzaak van het geweld onderzoekt.