Verkild, gestrand en gezandstraald

Strandrace Nancy van de Ven liet zich niet afschrikken door twee ongelukken met bijna dodelijke afloop van haar broer. Ze wilde motorcrossen, hoe dan ook. Ook voor haar is de zwaarste strandrace ter wereld de ultieme afsluiting van het seizoen. Van de Ven is beter dan veel mannen. Maar in Scheveningen even niet. Ze blaast in de finale haar motor op.

Foto’s Merlin Daleman

„Ik ben er klaar mee.” Met zijn laatste slok koffie giet Giel van de Ven twee kalmeringstabletten naar binnen. „Ik ben profbokser geweest en voor de duvel niet bang. Als het moet mep ik zo tien man het ziekenhuis in, maar zonder die pillen heb ik mezelf niet in de hand.” Zuchtend tuurt hij uit het raam van zijn camper die hij op de boulevard van Scheveningen heeft geparkeerd.

Nog een kwartier. Dan is het twee uur en start zijn dochter Nancy (19) in de finale van de Red Bull Knock Out, de zwaarste motorcross strandrace ter wereld. Bulldozers hebben er een vijf kilometer lange martelgang gebouwd vol hoge schansen, scherpe bochten en verraderlijke boomstammen.

„Ik heb al bijna een kind verloren aan de motorcross”, jammert vader Van de Ven. „Rinus lag twee keer op sterven. Eerst met een slagaderlijke bloeding, kapotte milt, nier en alvleesklier, daarna met zeventien botbreuken in zijn rug, borstbeen en ribben. ‘Ga er maar vanuit dat hij het niet redt’, zei de dokter. En uitgerekend toen vroeg Nance of ze mocht gaan rijden. Maar ja, ze wilde zo graag.”

Inmiddels is ze nummer twee van de wereld. Als ze afgelopen juni niet tegen haar Franse concurrente Livia Lancelot was gebotst, waarbij haar motor het begaf, had ze wereldkampioen kunnen worden. Maar toch, treurt vader Van de Ven met gevoel voor drama: „Ik ben een softie; voor mij hoeft het niet zo nodig.”

Jongens vroeger woest bij verlies

Terwijl Van de Ven de race vanaf de boulevard volgt, staan broer Rinus en moeder Janneke paraat in de pitlane. Al om zeven uur ’s ochtends wachten ze met Nancy op de start van de eerste heat. Het meisje met lang blond haar, bruine sproeten en startnummer 85 is met 1.57 meter ruim een kop kleiner dan haar 999 concurrenten. „De meeste jongens kennen me wel”, zegt ze later. „Maar vroeger werden ze soms woest als doorhadden dat ze van een meisje hadden verloren.”

Ze heeft vandaag wel een belangrijk nadeel: haar motor heeft minder vermogen, namelijk 250 cc. „Een 450 cc is te zwaar voor mij. Maar zo word ik op het lange stuk wel makkelijk voorbijgereden.” Noodgedwongen tactiek: „Ik moet iedereen op de heuvels weer inhalen.”

Dan barst er een hels geknetter los en stuiven de coureurs weg. Meteen eindigen de eersten al headfirst in het zand. „Dat is het enige moment waarop ik bezorgd ben”, zegt moeder Janneke.

Ondanks de ijzige kou verloopt de race gesmeerd. Al snel ligt Nancy op plaats 61, bijna een evenaring van haar spectaculaire 58e plaats van vorig jaar. Bovendien hoeft ze nog niet voluit te gaan, zegt Rinus, kauwend op een tiewrap. „De eerste vijfhonderd gaan door naar de finale.”

Na veertig minuten scheurt Nancy de pitlane binnen. Terwijl ze het zand uit haar ogen spoelt, gooien haar moeder en broer de tank vol. „Zit er nog een meid voor me?” wil ze weten. Zonder op het antwoord te wachten geeft ze gas. „AAN DE KANT!” schreeuwt ze en schiet weer weg, rakelings langs de mecaniciens.

De race is inmiddels in een slagveld veranderd: langs de vloedlijn zakken motoren weg in het zand, elders ontploffen motorblokken en stijgen witte rookpluimen op. „Ze is gevallen”, wijst Rinus geschrokken. „Kijk maar: er is van alles afgebroken.” Even later: „Nu rijdt ze bijna stapvoets!”

Als 68ste komt Nancy over de finish. „Dat had niet langer moeten duren”, roept ze. „Mijn koppeling lag er compleet uit.” Werk aan de winkel: Rinus en Giel beginnen meteen te sleutelen.

Nancy puft ondertussen uit in de camper, die uitpuilt met vrienden en familie. „Wij zijn woonwagenbewoners”, zegt vader Giel. „Dan staat de deur altijd open.” Met haar vriendje Brent Strijbos („inderdaad, de zoon van oud-wereldkampioen Dave”) leest Nancy de metingen uit haar sporthorloge. „Maximum snelheid: 140,6. Gemiddelde hartslag: 181. 1.372 calorieën verbrand.” Ondertussen houdt ze een koud blikje tegen haar kaak. „Heel mijn gezicht is dik. Ik ging twee keer over de kop. Eerst reed een jongen me omver en knalde er ook nog één achterop. Daarna sloeg mijn wiel dubbel en vloog ik zó over mijn stuur.”

Maar pijn is geen reden om te stoppen. „Ik heb een keer met twee gebroken handen doorgereden, én gewonnen. Doorrijden met een gebroken grote teen deed écht zeer, trouwens, want dat was mijn schakelteen.” Andere blessures: „Afgescheurde kruisband, verdwenen kraakbeen en een kapotte meniscus. Ik moet al vijf jaar geopereerd worden, maar herstellen duurt zes tot negen maanden – dan ben je je seizoen kwijt.” Zeker nu de wereldtitel aan de horizon gloort, is dat geen optie. „Tenzij ik bijvoorbeeld meteen mijn arm breek.”

Is ze nooit bang? Resoluut: „Nee.” Ook niet na haar broers verleden? „Je weet toch nooit wat er gebeurt.”

Racen zit in het bloed, weet oom, vaste supporter en autocrosskampioen Leonard van de Ven: „Ik ben met 180 kilometer per uur zeven keer over de kop gegaan en heb al mijn ribben gebroken. Maar ik race nog steeds.” Met zijn vrouw bezoekt hij alle wedstrijden van zijn nichtje. „Haar prestaties zijn bovenaards.”

‘Wat een enorme sensatie’

Tijd voor de finale. Meteen na de start ligt Nancy op plaats 66. Haar opmars vordert gestaag. Slalommend baant ze zich een weg door de vele achterblijvers. Na drie kwartier beginnen de commentatoren te gillen: „Wat een enorme sensatie! Nancy van de Ven op de 42ste plaats!”

Vlak voor de pitstop gaat het mis. Terwijl Nancy langs de vloedlijn raast, blaast ze haar motor op. Zwaar teleurgesteld slentert ze te voet verder, haar machine voor zich uit duwend. „Ik heb het steenkoud en ben helemaal gezandstraald.”

Schrale troost: ze is niet de enige uitvaller. Van de 750 finalisten zullen er slechts 281 de eindstreep halen. Steeds meer gestranden zien via het scherm bij de pitlane hoe hun rivaal Jeffrey Herlings (bijnaam: The Bullit) overtuigend wint.