Op internetfora klinkt gemor om de vele remises

schaken

De strijd om de wereldtitel tussen Magnus Carlsen en Sergej Karjakin heeft vooralsnog alleen maar remises opgeleverd. Maar er wordt wel hard gevochten.

Magnus Carlsen en Sergej Karjakin zijn over de helft van hun WK-tweekamp in New York. Ze hebben zeven partijen gespeeld, die alle zeven remise werden. Er komen er nog vijf en als het dan nog steeds gelijk staat, wordt het wereldkampioenschap in de tiebreak van snelschaakpartijen beslist. Wie nu een partij verliest, heeft heel weinig tijd om dat weer goed te maken.

In bijna alle partijen is hard gevochten, maar op de internetfora mort de gewone schaakman – inderdaad vrijwel altijd een man – die bloed wil zien en aan subtiele gevechten om kleine kruimeltjes voordeel geen boodschap heeft. De Russische oud-wereldkampioen Garry Kasparov nam het op voor de ongewone schaakmens en zei ongeveer een week geleden grimmig: „Een indicator dat een partij interessant is, is vaak dat de amateurs hem niet meer interessant vinden.”

In het begin was het steeds Carlsen die winstkansen had, maar van de laatste drie partijen waren er twee waarin Karjakin in het voordeel was. Beide keren ging het op ongeveer dezelfde manier. Carlsen had beter gestaan, zag of meende te zien dat hij in remise moest berusten en beging vervolgens een ernstige slordigheid, alsof hij vergeten was dat ook Karjakin op de winst mocht spelen.

In de vijfde partij was het hem duur komen te staan als Karjakin niet meteen daarna ook een fout had gemaakt. Zondag leidde Carlsens slordigheid er in de zevende partij alleen maar toe dat hij een onbetekenende pion achter kwam. Geen ramp, maar een paar zetten eerder was hij nog duidelijk in het voordeel geweest.

Aan het bord zit Carlsen soms met gekweld gelaat zo zwaar onderuit gezakt dat het lijkt alsof de wedstrijd hem niet meer interesseert. Dat doet de Noorse wereldkampioen wel vaker, dus het hoeft niets te betekenen.

Voor de match begon werd gedacht dat de openingsvoorbereiding een sterk punt van Karjakin zou zijn, ook omdat hij een beroep kon doen op een klein legertje van hoog gekwalificeerde Russische helpers.

Te veel secondanten, dat kan hetzelfde effect hebben als een groep twistende lijfartsen rond het ziekbed, allen met een andere diagnose, zodat er voor de zieke weinig anders opzit dan de laatste adem uitblazen om de diagnoses tot overeenstemming te brengen.

Openingsgevechten

Of het nu daaraan ligt of niet, het is opmerkelijk dat niet Karkajin, maar Carlsen alle openingsgevechten tot nu toe gewonnen heeft. Met wit kreeg hij steeds wat voordeel en met zwart minstens gelijkspel. Een mooi voorbeeld was zijn openingsspel in de zesde partij.

Wie alleen de zetten naspeelt zou zijn hart vast kunnen houden voor Carlsen. Hij had in het begin een pion geofferd, laat daarna een wit paard op e6 binnendringen en zet ook nog zijn dame op een gevaarlijk veld. Kon dat zomaar? Wie zag hoe Carlsen de zetten bijna zonder nadenken uit zijn mouw schudde, wist dat alles grondig voorbereid was.

In de vijf partijen die nog komen, heeft Carlsen drie keer wit. Hij is nog steeds zwaar favoriet.

Sergej Karjakin - Magnus Carlsen, zesde partij na de 16de zet van wit.

Zwart heeft een gambiet gespeeld en maakt nu vrijwel geforceerd remise. 16...f5 Dat ziet er verzwakkend uit, maar Carlsen heeft alles onder controle. 17. Peg5 Lxg5 18. Pxg5 h6 19. Pe6 Dd5 20. f3 Tfe8 21. Te5 Ook met 21. Pc7 was gerekend. 21...Dd6 Briljante voorbereiding. Het ziet er griezelig uit voor zwart, maar wit heeft niets. 22. c3 Txe6 23. Txe6 Dxe6 24. cxb4 cxb4 25. Tc1 Tc8 26. Txc8+ Dxc8 en een paar zetten later werd het remise.