Met meer melk kwam er meer mest, te veel mest

Veehouderij Euforie na de afschaffing van de melkquota heeft plaatsgemaakt voor een nieuw probleem: mest. Moet de veestapel kleiner of moet de melkproductie worden beperkt?

Foto iStock

Jos Kuijpers heeft wat je zou zeggen een doorsneemelkveebedrijf. Dat hij boert op een landgoed inclusief kasteel – zijn opa werkte er in zijn jonge jaren nog als boerenknecht – is wat ongebruikelijker, maar de grootte van zijn bedrijf in het Brabantse Aarle-Rixtel is wel gemiddeld. Hij heeft negentig melkkoeien. In Nederland betekent dat: niet klein, niet groot.

Grote investeringen als een nieuwe stal vond Kuijpers de laatste jaren de moeite niet. Zijn drie dochters willen namelijk niet door, straks. Aan de andere kant: „Je weet nooit hoe het loopt.”

Zo’n veertig kilometer verderop, in Heesch, staat de melkveehouderij van Jos van den Hurk. Hij breidde juist wél uit. In 2010 bouwde hij een nieuwe stal voor 250 koeien. Veel moderner: minder ammoniakuitstoot en met robots die de koeien dag en nacht kunnen melken. Inmiddels heeft hij er 350 staan. Boeren, zegt Van den Hurk, zijn nou eenmaal „een ondernemend volkje”.

Gezamenlijk zijn Nederlandse melkveehouders wellicht té ondernemend geweest. Want alle melkveehouders moeten waarschijnlijk gaan inkrimpen, of ze nou wel of niet zijn gegroeid.

Nederland produceert namelijk te veel mest. Of preciezer: er is een overschot van het in mest aanwezige fosfaat, dat in grote hoeveelheden schadelijk is voor het milieu. Dit jaar dreigt het tweede jaar op rij te worden dat Nederland niet aan de Europese regels op gebied van fosfaat voldoet.

De zuivelsector heeft daarom de afgelopen tijd koortsachtig overlegd. Met succes.

Donderdag werd een principeakkoord gesloten tussen boerenorganisaties, zuivel- en voerbedrijven, de Rabobank (de grootste financier in de sector) en staatssecretaris Martijn van Dam (Landbouw, PvdA), waarin verschillende maatregelen staan die moeten zorgen voor een vermindering van de fosfaatproductie.

Die gesprekken hadden haast. Doordat Nederland Europese milieuregels overtreedt, dreigt een gunstige Europese regeling in 2018 te verdwijnen. Nu nog mogen Nederlandse boeren van Brussel meer mest op hun land uitrijden dan Europese collega’s, omdat de bodem hier dat goed aankan. Maar dan moet de totale fosfaatproductie wel onder het vastgelegde plafond blijven. En dat is nu niet zo.

Als deze mestregeling niet verlengd wordt, kan dat boeren tot 940 miljoen euro kosten, rekende onderzoeksinstituut Wageningen Economic Research onlangs uit. Dat heeft vooral te maken met kosten voor het verwerken van mest die niet meer het land op mag. Voor veel boeren zal dat problematisch zijn: de melkprijzen waren lang erg laag, veel boeren hebben daarom al heel slechte maanden gehad.

Verdere complicaties

Wat de zaken verder compliceerde, was dat de wet die staatssecretaris Van Dam ontwierp om dat mestoverschot aan te pakken vorige maand werd afgekeurd door de Europese Commissie. De Commissie ziet de wet als verboden staatssteun, omdat de Nederlandse overheid er boeren mee helpt aan Europese regels te voldoen. De wet had op 1 januari moeten ingaan, maar wordt nu aangepast en is een jaar uitgesteld.

In de tussentijd is er nu het principeakkoord. Daarmee kan Nederland laten zien dat Brusselse regels hier – ondanks overschrijdingen – écht wel belangrijk worden gevonden. De sector hoopt nu dat dit genoeg is om het Nederlandse mestvoordeel in 2018 te behouden. Maar of dat lukt is lang niet zeker.

Vorig jaar zag het er allemaal nog een stuk vrolijker uit. In het voorjaar van 2015 werd het melkquotum afgeschaft. Dat quotum werd in 1984 ingevoerd om overproductie – de ‘boterberg’ – te voorkomen. Veel boeren waren dolblij onbeperkt te mogen melken. Bevrijdingsdag, werd de eerste dag zonder quotum genoemd. „D-day”, in de woorden van voorzitter melkveehouderij van boerenorganisatie LTO, Kees Romijn.

„Wij zaten er klaar voor”, blikt Jos van den Hurk terug. Hij renoveerde zijn oude stal, die leegstond na de opening van de nieuwe stal voor 250 koeien, en ging nog eens honderd koeien extra melken. Hij heeft zijn „kansen gepakt”, vat hij samen.

Ook Jos Kuijpers zag de groei. Hijzelf breidde niet uit, maar nam regelmatig een kijkje bij collega-boeren die wel grote stallen openden. „Prachtig!” vond hij.

Overal in Nederland groeiden melkveehouders. Zelfs al in aanloop naar de afschaffing van het melkquotum – de boete die ze toen nog kregen voor een te hoge melkproductie namen ze voor lief. In drie jaar tijd kwamen er zo’n 200.000 melkkoeien en -kalveren bij, tot een totaal van nu zo’n 1,7 miljoen. Nog nooit werd in Nederland zo veel melk geproduceerd als vorig jaar: ruim 13 miljard liter werd geleverd aan zuivelfabrieken.

Maar met meer melk kwam ook meer mest. De vraag is natuurlijk: konden de boeren dat niet zien aankomen? Al voor de afschaffing werd ervoor gewaarschuwd, door wetenschappers, natuurbeschermers – én sommige boeren.

Kees Romijn van LTO zegt dat onderschat is hoezeer melkveehouders wilden uitbreiden. Ook dit jaar groeide de sector hard, terwijl al duidelijk was dat er vorig jaar al een mestoverschot was.

Misschien zijn we een beetje naïef geweest, dat we dachten dat het kon zonder beperkingen.

Was toen het melkquotum werd afgeschaf, een nieuwe begrenzing dan toch niet slim geweest? Volgens Romijn was er op dat moment geen draagvlak voor. De „euforie” was te groot. Maar: „Het had veel gedoe van vandaag voorkomen.”

Dat denken de twee Brabantse melkveehouders ook. Jos van den Hurk: „Er zijn te veel koeien bij gekomen. Dat kunnen we onszelf aanrekenen.” Jos Kuijpers: „Misschien zijn we een beetje naïef geweest, dat we dachten dat het kon zonder beperkingen. Het blijkt toch ieder voor zich.”

Fosfaatrechten kopen

Al kort na het afschaffen van het melkquotum bepaalde toenmalig staatssecretaris Sharon Dijksma (PvdA) dat ingrijpen noodzakelijk was. Zij gaf de aanzet tot nieuwe beperkende wetgeving, die uitgewerkt werd door haar opvolger Van Dam.

Volgens een stelsel van fosfaatrechten zouden boeren recht krijgen op een hoeveelheid fosfaatproductie die is gebaseerd op het aantal koeien dat ze hadden in juli 2015. Boeren die toch willen uitbreiden zouden fosfaatrechten van anderen kunnen kopen. Dit wetsvoorstel wordt nu dus een jaar uitgesteld.

Maar als het straks alsnog ingaat, moeten alle boerenbedrijven – groot en klein – waarschijnlijk inkrimpen. Het plan is namelijk dat er straks minder fosfaatrechten worden uitgedeeld dan boeren nodig zouden hebben om al hun vee aan te houden, om zo de hele veestapel doen in te krimpen. Al is het nog niet duidelijk hoe dat uitdelen straks precies in zijn werk gaat.

Van den Hurk, met 350 melkkoeien, weet dat de ‘groter groeiers’ daarom soms met scheve ogen worden aangekeken door collega’s die dat niet deden, maar straks ook moeten inleveren. „Zij hebben part noch deel gehad aan de overschrijding en zien ons als de oorzaak.” Hij snapt dat best, maar hij zegt ook: ik heb me gewoon aan de wet gehouden.

Jos Kuijpers is „bang voor verdeeldheid onder veehouders”. Maar aan verwijten doet hij niet. „Je kunt zeggen: ik heb hier niet aan bijgedragen, maar ik blijf liever nuchter.” Inleveren is de enige manier om de problemen in de melkveesector op te lossen, denkt hij.