Column

Intussen werkt Google aan de opbouw van een leger

Ergens deze zomer zakte mijn mond zo ver open van verbazing dat ik hem pas weken later weer dicht kreeg. Ik hoorde een hoge ambtenaar praten over het verzamelen van gegevens. Data. Er wordt veel over data gezeurd, zei de ambtenaar, en over privacy. Maar in de gezondheidszorg is privacy niet belangrijk. Hij had er een patiënte naar gevraagd, haar naam was Jolanda, en Jolanda vond privacy onzin. Sindsdien reisden ambtenaar en Jolanda samen door Nederland om te vertellen dat de digitale revolutie maar één echt interessante ontwikkeling oplevert. Beeldschermzorg. Op dit punt zakte mijn mond dus open.

Kennelijk lezen mensen de krant niet. Laten we het daarom eens gezamenlijk doen; we beperken ons tot NRC Handelsblad. „De wereld verandert in één grote Windowscomputer”, schreven Marc Hijink en Wouter van Noort onlangs. Om onduidelijke redenen stond hun artikel in het economiekatern, maar gelukkig haalde een eerder artikel van Van Noort het politieke katern over de Amerikaanse verkiezingen. „Wie alle data beheert, kan de samenleving runnen”, stond daar. „Google, Apple en Facebook liggen voor op Washington.”

De hedendaagse mens ziet de computer vaak nog als een cool hulpje, een hippe versie van de telefoon. Beeldschermzorg! Gossiepietje, wat handig dat de dokter en Jolanda naar elkaar kunnen zwaaien! Terwijl intussen een revolutie plaatsvindt waarbij de definitie van de werkelijkheid en de formulering van normen verschuiven naar grootmachten die inderdaad mijlenver voorliggen op Washington en Den Haag. Grote bedrijven bepalen de definitie van gezondheid en recht; zij zijn eigenaar van ieders data, zij maken beleid, zij beslissen over mens en samenleving.

Mijn hooggeachte collega-columnist Louise Fresco schrijft dat je verkiezingen kunt afschaffen zodra data regeren. Ze heeft gelijk als ze denkt dat dat eraan zit te komen. Maar laten we niet vergeten dat het onzinnig is te denken dat je een complexe maatschappij met data kunt optimaliseren. Hoogleraar computationele sociologie Dirk Helbing zei in augustus zeer bezorgd te zijn over deze claim die rondom Big Data hangt. „We komen steeds meer in een grote systeemcrisis terecht. Ik vrees op korte termijn misschien zelfs oorlog als bedrijven en overheden zo doorgaan als nu.

In november waarschuwt diezelfde Helbing dat politici en beleidsbepalers, met hun slaafse houding tegenover data, een totalitair systeem optuigen „waarop weinig tot geen democratische controle is”. Hij zou willen dat de Amerikaanse president beslissingen neemt om dit te voorkomen. Nu vermoed ik zelf dat de nieuwe president dit niet gaat doen: die is hooguit een stuk in het schaakspel. Enerzijds is hij de hoop van een bevolking die alles in de wereld voelt schuiven en schiften en daarom houvast zoekt. Anderzijds is hij een instabiele factor in een situatie waarin wij zelf het instrument opbouwen waarmee we onderdrukt gaan worden.

Steeds vaker spreek ik werknemers van bedrijven die schrikken van hun eigen omgang met data. Bij documentairefestival IDFA is National Bird te zien, waarin Amerikaanse militairen hun ontzetting uitspreken over hun ‘Distributed Ground System’. Dat systeem, dat de globe omspant, eet data, heel veel data „en schiet mensen neer, overal vandaan en op elk moment.” Staatsgrenzen doen er niet toe. Regels worden naar willekeur aangepast: wie door een drone is gedood, is per definitie een terrorist.

Buitenstaanders blijken nogal eens te denken dat digitalisering vanzelf tot redelijke processen leidt. Ze zijn zich onbewust van de hoeveelheid nattevingerwerk, politieke input en ideologische lading die in datadefinities en beslisregels sluipen. Zelfs de bescheiden claim dat je vanaf afstand met behulp van techniek een lokale situatie kunt overzien is „verleidelijk en bedrieglijk”, zegt een generaal in National Bird.

De krant wemelt deze dagen van de intellectuelen, zoals de politicoloog Jan-Werner Müller, die klagen „dat intellectuelen de strijd met populisten niet harder aangaan”. Maar de populisten zijn een symptoom, niet de kwaal. Ze komen op omdat de wereldmacht verschuift en alles destabiliseert. Je kunt je blijven blindstaren op de wanstaltigheid van Trump en Wilders, je kunt stoer verwijten blijven maken aan mensen met een IQ van 80 omdat ze komen met de verkeerde analyses. Maar je kunt als intellectueel natuurlijk ook eens zelf beginnen met nadenken.

Ben je een beter mens dan Geert Wilders? Fijn. Formuleer je een cultuurfilosofische theorie waarin je op invoelende wijze probeert duiding te geven aan de ruwe emoties van de lagere klasse? Gast! Intussen is de wereld een Windowscomputer geworden en werkt Google aan het opbouwen van een leger.

Maxim Februari is jurist en schrijver. Deze column is wekelijks.