Column

Innig verbonden met de bal

De spits liep ontspannen over zijn speelveld. Overal zag hij vrije ruimte. Overal lagen mogelijkheden. Overal rook hij kansen. Zijn wangen hadden de blos van een verlegen puber maar zijn gedrag in de spits van Ajax oogde volwassen. Rustig keek hij hoe het spel zich ontrolde. Hij had een hupje, dat duidde op ontspanning. Zijn trainer Dennis Bergkamp had vroeger ook een hupje als hij lekker speelde.

Het eerste doelpunt van de zuivere hattrick die hij in de eerste helft in de Arena maakte, was van grote schoonheid.

Een miniopera met voorspel, midden en daverend eind.

De blonde spits liep weg van zijn plek – had hij wel een vaste plek? – toen hij werd aangespeeld door Ajax-verdediger Davinson Sánchez. De bal kwam hard op de spits af, hij tikte hem met de buitenkant van zijn schoen naar middenvelder Lasse Schöne.

In zijn rug was ruimte ontstaan, dat wist hij. Hij draaide zich om en begon te lopen. Daar kwam de pass. Hij strekte zich en liet de bal op zijn borst stuiten, vervolgens op zijn bovenbeen, op zijn knie. Drie gefopte verdedigers deden nog een poging de bal af te pakken maar die werd zorgvuldig afgeschermd. De spits gaf een subtiel tikje.

De bal lag klaar voor zijn rechtervoet.

De keeper stond iets uit het midden van zijn doel. De spits koos voor de korte hoek en haalde hard uit. De keeper schrok van de bal en sloeg in een reflex zijn armen naar achteren, alsof hij werkelijk was geraakt door een geweerschot. De bal vloog onbereikbaar in de bovenhoek.

De spits draaide zich om en liet zich omhelzen door zijn medespelers. Hij schreeuwde niet, bracht zijn lippen niet naar het clubvignet. Geen franje na een doelpunt. Alleen een glimlach op het gezicht.

Een spits had zijn werk gedaan: scoren.

Teruglopend naar zijn eigen helft herkende ik een klein ritueel. De lange lokken werden met één handbeweging samengebracht en achter het linkeroor gelegd. Ingehouden coifferen, dat deed de spits met enige regelmaat.

Hij lijkt een in zichzelf gekeerde jongen. Tijdens de wedstrijd komen we niet veel te weten over wat hij denkt. Achteraf ook niet. Zo worden we als kijkers gedwongen zijn doelpunt nog eens te herkauwen.

Kaatsen. Circusact. Schot.

Na afloop slenterde de spits met de wedstrijdbal onder zijn arm over het gras. Innige verkering. De spits bloosde nog steeds en deed de lokken maar weer eens achter zijn linkeroor.

Op de tribune en in de catacomben werd de 19-jarige jongen meteen in een rijtje van beroemde voorgangers gezet. Trainer Peter Bosz had genoten maar bleef nuchter. „Vergelijken vind ik altijd zo’n onzin. Het is Kasper.”

Voor alle volledigheid: Kasper Dolberg.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.