Recensie

In Palm Springs had veel meer diepgang kunnen zitten

Interessante materie, daar ligt het niet aan. Het euvel is echter de spelregie: de acteurs spelen enkel eenduidig de vete uit.

Foto Leo Van Velzen

Het vitten is vaak geestig. Dochter spuugt op ‘de Republikeinse blauwspoelingen’, die haar ouders en hun vrienden zijn, moeder vreest een ‘tsunami van linkse huilebalken’. En allebei zuchten ze onder die ‘contractueel vastgelegde slavernij die familie heet.’ Het is Kerst in Palm Springs, Californië, 2004. En het gaat er in het gezin Wyeth afwisselend ijskoud en oververhit aan toe.

De Amerikaanse schrijver Jon Robin Baitz schreef met Other Desert Cities (2010) een vernuftige en verrassende tragikomedie, waarin via een schrijnend generatieconflict het Amerika van George W. Bush wordt ontleed. Die thematiek had natuurlijk grote actuele urgentie kunnen hebben, als regisseur Antoine Uitdehaag de potentie van het stuk optimaal zou hebben benut. Dat heeft hij niet, en daardoor gaat helaas meer verloren dan alleen die eigentijdse relevantie.

Familietragedie

In Palm Springs bezoekt de progressieve New Yorkse schrijfster Brooke Wyeth (Tjitske Reidinga) voor het eerst in zes jaar haar aartsconservatieve ouders, Polly (Geert de Jong) en Lyman (Han Kerckhoffs). De sfeer in huis wordt van meet af aan gekenmerkt door grimmig onbegrip. Brooke, herstellende van een depressie, schrijft een boek over een familietragedie: de teloorgang en zelfmoord van haar oudste broer. Dat zet de verziekte verhoudingen verder op scherp, tot de onthulling van een geheim dat de personages in een heel ander licht zet.

Lees verder na de video

Interessante materie, daar ligt het niet aan. Het euvel is hier echter de spelregie: de acteurs spelen enkel eenduidig de vete uit. Reidinga is alleen maar vermoeid, sarcastisch en lethargisch. Geert de Jong als de moeder is al even eendimensionaal: streng, hard en koud. De liefde tussen de familieleden, die er onmiskenbaar is, wordt zo nergens invoelbaar. Daardoor is nauwelijks sprake van opbouw, of van enige ontwikkeling in de personages, tot helemaal aan het slot.

Die kentering komt nu volkomen uit de lucht vallen – al is ’ie op zichzelf wel aangrijpend. Maar de knappe ambivalenties in de tekst, zoals de twijfel of het motief van Brooke wel zo zuiver is, gaan in deze rechtlijnige aanpak jammerlijk verloren.

Het maakt het zien van Palm Springs een tweeslachtige ervaring, met continu het vermoeden van méér diepgang - het zit erin, maar het komt er niet uit. Alleen Ria Eimers, die de tikje geschifte zus van Polly speelt, weet in haar spel die complexe emoties te verenigen die een familieband behelst: de onvervulde hunkering, het tot elkaar veroordeeld zijn, de eeuwige poging er iets van te maken, het droeve besef dat dat niet lukt.

Zo toont Eimers wat Palm Springs had kunnen zijn.