In Ethiopische taal zijn mannelijke dingen klein

Taalkunde

In de Ethiopische taal Hamar bestaan er vrouwelijke en mannelijke dingen. Vrouwelijke dingen zijn groot en belangrijk.

Hamar-klederdracht. Foto Flickr CC

In Ethiopië wordt een taal gesproken waarin ieder zelfstandig naamwoord zowel een mannelijke als een vrouwelijke vorm kan aannemen – ook voorwerpen. Als je het woord ‘huis’ een vrouwelijke uitgang geeft, betekent het: een groot huis. Met een mannelijke uitgang: een klein huis. De vrouwelijke variant van ‘honing’ betekent: een heleboel honing. De mannelijke variant: een beetje honing.

Sara Petrollino van de Universiteit Leiden promoveerde deze maand op de grammatica van deze bijzondere taal, het Hamar.

Bij levende wezens (mensen, dieren) ligt het voor de hand wat die mannelijke en vrouwelijke uitgangen met zo’n woord doen. ‘Hond’ met een vrouwelijke uitgang betekent: een teef. Met een mannelijke uitgang: een reu. Bij de zelfstandige naamwoorden die niet naar levende wezens verwijzen, betekent vrouwelijk: groot of veel. En mannelijk: klein of weinig. Een vrouwelijke rivier is een brede rivier die kan overstromen en waarin je kunt verdrinken. Een mannelijke rivier is: een klein, onschuldig beekje.

De associaties mannelijk-klein-weinig en vrouwelijk-groot-veel zijn opmerkelijk. Een antropologe die het verschijnsel in de jaren tachtig al signaleerde, dacht dat daar een culturele verklaring voor was. In de Hamar-cultuur hoeden de mannen het vee en werken de vrouwen op het land. De rol van de vrouwen zou daarmee belangrijker zijn dan die van de mannen: zonder vrouwen geen oogst. Vandaar dat het vrouwelijke geassocieerd werd met overvloed, en met wat groot en belangrijk was.

Petrollino kijkt er meer als een taalkundige naar: ze weet dat dit soort systemen zich ontwikkeld hebben uit andere. Het kan best zijn dat er vroeger verschillende typen uitgangen waren, die daarna min of meer toevallig met elkaar versmolten zijn.

In het standaard-Nederlands bijvoorbeeld kennen we alleen nog een verschil tussen ‘de’-woorden en ‘het’-woorden. Maar veel zuidelijke dialecten hebben nog drie geslachten (mannelijk, vrouwelijk en onzijdig). In het standaard-Nederlands zijn de mannelijke en de vrouwelijke vorm met elkaar versmolten tot: ‘de’. Zoiets kan ook gebeurd zijn in het Hamar.

Als die uitgangen voor verschillende betekenissen gebruikt kunnen worden (naast geslacht ook omvang en hoeveelheid), kun je ze dan nog mannelijk en vrouwelijk noemen? Ja, vinden taalkundigen. Want de woorden gedragen zich ook echt mannelijk en vrouwelijk in het zinsverband.