In Zuid-Soedan dreigt een massaslachting

Dreigende genocide In het door burgeroorlog geteisterde Zuid-Soedan dienen zich nieuwe verschrikkingen aan. De tribale haat heeft de regio ten zuiden van de hoofdstad Juba bereikt. Er dreigt een genocide.

Foto Albert Gonzalez Farran/AFP

Vermoedelijk is de situatie in Zuid-Soedan nog nooit zo slecht geweest als nu, bijna twee jaar na het uitbreken van de burgeroorlog. „Er bestaat een groot risico op massaslachtingen. De Verenigde Naties zijn niet in staat dat te voorkomen”, zei VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon vorige week.

Adama Dieng, zijn speciale adviseur voor de preventie van genocide, waarschuwde eerder deze maand al voor het naderend onheil in Zuid-Soedan. „De etnische haat en het tot doelwit maken van burgers kunnen leiden tot een genocide als er nu niet onmiddellijk wordt ingegrepen”, luidde zijn alarmkreet.

De Zuid-Soedanese bevolking had zwaar te lijden ten tijde van de bevrijdingsoorlog tegen Soedan. Tussen 1983 en 2005 vielen meer dan een miljoen doden in de oorlog tegen het noorden. En de bevolking werd opnieuw slachtoffer toen in de jonge natie eind 2014 een burgeroorlog uitbrak tussen troepen van president Salva Kiir en zijn in juli afgezette vicepresident Riëk Machar – met vermoedelijk tienduizenden doden.

Nieuwe verschrikkingen

En nu dienen zich nieuwe verschrikkingen aan. Want dit keer is er niet alleen sprake van een conventionele oorlog tussen de eenheden van president Kiir en die van zijn afgezette rivaal, maar voeren ook losbandige milities strijd. Bovendien, zo waarschuwen de VN, is er door het prediken van haat een klimaat ontstaan waarbij tribale wraakgevoelens gemakkelijk in grootschalig bloedvergieten kunnen ontaarden.

De toestand in en rond het stadje Yei ten zuiden van de hoofdstad Juba spreekt boekdelen. Lange periodes tijdens de oorlog tegen het gearabiseerde Noord-Soedan en ook daarna heerste er vrede in de regio. Nu is het stadje toneel geworden van nieuwe gruwelijkheden. Op straat liggen met hakmessen bewerkte kinderlijkjes en de verkoolde lijken van mensen wier handen en benen werden gebonden. Vrouwen worden verkracht, mannen op willekeurige basis opgepakt.

Op de 150 kilometer lange weg van Juba naar Yei houden strijders auto’s aan en halen ze leden van bepaalde stammen eruit om hen te executeren. Na maanden van isolement slaagde een verslaggever van het persbureau AP er vorige week Yei te bereiken. Burgers en plaatselijke ambtenaren vertelden over regeringssoldaten en in mindere mate rebellen die de bevolking terroriseren en mensen doden op basis van hun tribale achtergrond.

Vruchtbaar

Yei ligt in de zuidelijke regio Equatoria. Dit is het meest vruchtbare gedeelte van het land en de inwoners bleven neutraal bij het in 2014 uitgebroken conflict tussen Salva Kiir (een Dinka) en Riëk Machar (een Nuer). Daar is een einde aan gekomen. ’s-Lands grootste stam, de Dinka, monopoliseert onder Kiir en diens legerleider Paul Malong de macht en dat is de Equatorianen een doorn in het oog. „Er bestaat geen verschil tussen de Dinka en de regering”, vertelt een inwoner van Yei over de telefoon.

Ruim 25 jaar geleden begonnen Dinka’s hun woongebied ten noorden van Juba te ontvluchten en vestigden ze zich in Equatoria. Dat leidde al eerder tot spanningen, maar het neemt nu de vorm van een oorlog binnen een oorlog aan. Rijke legercommandanten en ministers laten hun kuddes van tienduizenden koeien rond Yei grazen, waardoor de akkers van de lokale boeren worden kaalgevreten. In zijn verslag uit Yei schrijft de verslaggever van AP dat volgens inwoners het leger de slachtpartijen aanricht, soldaten die volgens hen synoniem zijn met de Dinka.

Zo neemt de haat tegen de Dinka’s gevaarlijke vormen aan. In de gebieden van ’s lands tweede stam, de Nuer, was die antipathie al groot en sinds legerleider Paul Malong hun leider Riëk Machar in juli uit de hoofdstad Juba verjoeg zinnen de Nuer op wraak tegen de Dinka’s. „Of dat tot een genocide zal leiden, lijkt me de vraag”, zegt een antropoloog met kennis van het land, „maar het gevaar is groot dat er heel veel slachtoffers gaan vallen”.

Lijken op straat

Het vredesplan van de regio voor Zuid-Soedan strandde in juli met de vlucht uit Juba van Riëk Machar, die werd opgevolgd door zijn voormalige medewerker Taban Deng. „Niet-Dinka’s zijn hun leven hier niet meer veilig” vertelden inwoners van de hoofdstad. „Iedere nacht wordt er geschoten en de volgende ochtend liggen er lijken op straat, soms onthoofd”.

Riëk Machar staat buiten spel. Vanuit zijn ballingsoord in Zuid-Afrika probeerde hij afgelopen weekend naar Nuer-gebied in Zuid-Soedan terug te keren. Hij mocht in Ethiopië echter zijn vliegtuig niet uit en vervolgens ontzegden de Soedanese autoriteiten hem permissie om te landen. „Politiek is hij misschien uitgespeeld”, zegt een Zuid-Soedanese waarnemer, „maar de Nuer zullen nooit accepteren dat hij is afgezet door een Dinka. De strijd tussen Dinka’s en Nuers gaat door”.