Column

De Britten bieden geen excuses aan voor Balfour

Carolien Roelants is Midden-Oostendeskundige en scheidt op deze plaats de feiten van de hypes

Het jaar van Sykes-Picot is nog niet eens afgesloten of we beginnen al aan Balfour! De Palestijnse president Abbas heeft geëist dat de Britten hun verontschuldigingen aanbieden voor „hun beruchte verklaring” in 1917 die de basis legde voor wat in 1948 Israël zou worden. In een toespraak in de Verenigde Naties zei hij ook dat de Britten „de rampen, ellende en onrechtvaardigheid” die ze daarmee hadden veroorzaakt moesten goedmaken, onder andere door de staat Palestina te erkennen.

Even terug voor wie in 1917 nog te jong was: Arthur James Balfour was de Britse minister van Buitenlandse Zaken die in een brief aan Lord Rothschild, een leider van de Britse Zionistische Federatie, steun beloofde voor de vestiging van een „nationaal huis voor het Joodse volk” in Palestina. Waarom deed Balfour dat? Dat was geen aardigheid of zo maar pure Britse belangenpolitiek. Denk 1917: de Eerste Wereldoorlog was nog niet klaar maar een beetje mogendheid kijkt vooruit. De Britten hadden niet alleen het oog laten vallen op de olie van Mesopotamië maar wilden ook Palestina in hun greep krijgen om de routes naar hun kroonjuweel Brits-Indië te beschermen. Met Frankrijk was er wel de verstandhouding over de wederzijdse invloedssferen (Sykes-Picot) maar de rivaliteit was enorm. De Balfour-verklaring was bedoeld om steun van de zionisten te krijgen voor de Britse plannen, en via hen ook die van de Amerikaanse president Woodrow Wilson die niets op had met Groot-Brittanniës koloniale avonturen.

Goed. De Britten bieden helemaal geen excuses aan. Onderminister van Buitenlandse Zaken Tobias Ellwood onderstreepte dat eerder deze maand ook nog eens: de Britse regering zal de Balfour-verklaring noch vieren noch haar verontschuldigingen ervoor aanbieden. Hij vond wel dat Balfour zich destijds eveneens had moeten hard maken voor een Palestijnse staat.

De kans dat die er ooit gaat komen is de laatste paar jaar tot nul gereduceerd. Israël heeft een regering die via de uitbreiding van nederzettingen in bezet gebied een staat feitelijk onmogelijk maakt. Nu is een wetsontwerp in behandeling dat illegale uitbreidingen van de illegale nederzettingen legaliseert. Tegelijk hebben de Arabische landen hun interesse verloren voor de Palestijnen (als ze die al ooit hadden, zeg ik er meteen bij). Kijk maar naar de toenadering tussen Israël en Saoedi-Arabië, dat een van Israëls felste vijanden was. Daar heb je die belangen weer: in dit geval de gemeenschappelijke perceptie van Iran als levensgevaarlijke bedreiging. Palestijnen zijn geen belang.

En nu ook nog eens Trump. Die heeft beloofd „de ultieme deal” tussen Israël en de Palestijnen te regelen, „voor de mensheid” nogal liefst. Maar zijn eerste benoemingen: generaal b.d. Flynn, Giuliani, Pence ook, mannen die Palestijnen als terroristen beschouwen voorzover ze geloven dat Palestijnen überhaupt bestaan, voorspellen een tegenovergestelde uitkomst. En wie kan het wat schelen?