Nederlandse rugbyers beuken zich een weg naar boven

Rugby Na jaren van ellende krabbelt het Nederlandse rugby weer overeind. In de Europe Trophy won Nederland ook zijn tweede wedstrijd tegen Moldavië.

Niels Blekemolen

Terwijl de stadionomroeper zich door de namen van de Moldavische spelers heen worstelt, maken dertig stoere mannen zich in de catacomben op voor een potje beukwerk. Het rugbyduel tussen Nederland en Moldavië – de nummer 29 tegen de nummer 32 van de wereld in het rugby. De bijtende kou en de regen maken het plaatje van de ruwe mannensport compleet.

Op de hoofdtribune van sportpark De Eendracht in Amsterdam, die met een dak in ouderwetse Engelse stijl aan het iconische Craven Cottage van voetbalclub Fulham doet denken, is het drommen. De barre weersomstandigheden hebben de toeschouwers niet weerhouden om de rugbywedstrijd bij te wonen. Het publiek vermaakt zich zelfs uitstekend. Nederland walst over Moldavië heen in de wedstrijd in de Europe Trophy. Bij rust is de wedstrijd al gespeeld (32-12). In de tweede helft loopt de ploeg van de Zuid-Afrikaanse bondscoach Gareth Gilbert nog verder uit naar een voor rugbybegrippen hoge score: 44-17.

Dat de barre weersomstandigheden weinig invloed hebben op de opkomst, geeft aan dat rugby leeft in Nederland. Dat ziet aanvoerder Rik Roovers ook. „Het gaat goed met de sport.” Dat blijkt eveneens uit de cijfers. Het financiële dal waar de sport in Nederland in zat – er was een tekort van liefst 1,3 miljoen euro – behoort inmiddels tot het verleden. De Nederlandse jeugdteams beschikken over veel talenten en het aantal lidmaatschappen van rugbyclubs in Nederland stijgt. Volgens de sportkoepel NOC*NSF zijn er sinds 2013 jaarlijks 1.500 nieuwe leden bij gekomen. Sommige clubs moesten zelfs een ledenstop instellen.

Bekijk de fotoserie : Rugby in oranje

Iets wat Janheim Pieterse, voorzitter van de Nederlandse Rugby Bond (NRB) tevreden stemt. „Het WK in 2015 was al een drukbezocht sportevenement in Nederland”, verklaart hij de cijfers. „Bovendien is het een echte ‘karaktersport’ met discipline, respect en kameraadschap als basiswaarden. Dat straalt de sport ook uit. Ouders vinden dat belangrijk voor hun kind.”

Rugby Academies

De omslag komt niet vanzelf, er wordt veel geïnvesteerd. De voorbije jaren zijn verschillende Rugby Academies opgericht in alle hoeken van het land. Zo heb je in Alkmaar, Den Haag, Den Bosch, Hilversum en Heerenveen opleidingscentra die verbonden zijn aan scholen. Daar krijgen jonge rugbytalenten de kans zich te ontplooien door naast school dagelijks een aantal uur te rugbyen. Het gebeurt nu al op kleine schaal, maar in de toekomst moeten de academies een lichting toptalenten aanleveren. „Naast de opgerichte academies wordt het ook gepromoot op scholen”, zegt captain Roovers. „Dat had je vroeger allemaal niet. Het wordt zichtbaarder en bekender en daardoor leeft het ook meer. Daardoor krijg je ook meer talent.”

Vooral in de leeftijdsgroep rond achttien jaar loopt veel talent rond, zegt Pieterse. „Maar ook in jongere groepen. Onze nationale jeugdteams onder zestien, achttien en twintig spelen beter dan ooit tevoren. Bovendien doen ook de vrouwen het goed. Wat we nu zien, is nog maar het begin. Zo goed hebben we er nooit voor gestaan.”

Yves Kummer, zelf een 84-voudig Nederlands rugby-international, erkent de omslag die het Nederlandse rugby heeft gemaakt „Het succes van het rugby is niet wat je nu doet, maar wat je acht jaar geleden gedaan hebt. De komende jaren zullen steeds meer spelers van die academies komen. Over een jaar of vijf zal je pas echt de resultaten zien.” Dat ontgaat ook scouts uit de internationale topcompetities zoals Zuid-Afrika, Frankrijk en Engeland niet. „Onze talentenopleiding is momenteel gewoon zeer goed. Je ziet bovendien dat er steeds meer Nederlandse jongens een professionele rugbycarrière nastreven”, zegt Kummer.

Bovenaan in de poule

Met de overwinning op Moldavië en een nog grotere zege op op Oekraïne (55-12) twee weken geleden, is Nederland nu koploper in de Europe Trophy, waaraan verder Oekraïne, Polen, Portugal en Zwitserland deelnemen. „We spelen mooi en snel rugby” zegt Roovers. „Daar hebben Oost-Europese landen moeite mee. Voor het eerst zijn we het toernooi begonnen met twee zeges. De voorbije jaren ging het op en neer met onze ploeg, maar nu maken we voor het eerst kans om bovenaan in de poule te eindigen.”

Toegegeven, landen als Oekraïne en Moldavië zijn geen begrippen in de rugbywereld. Maar Nederland ook niet. In maart is Portugal de derde tegenstander. De groepswinnaar promoveert naar het tweede Europese landenniveau, de Rugby Europe International Championship. Dat is de volgende stap voor Pieterse: „Doordat je er ervaren WK-gangers zoals Georgië treft, worden we als rugbynatie meer op de proef gesteld. Dat zou mooi zijn. Het wereldkampioenschap in Japan over drie jaar komt echter nog te vroeg. Wij richten ons op het halen van het WK in 2023.”

Lesje geleerd

De Nederlandse competitie zelf is niet zo heel sterk. Het niveau ligt structureel te laag om te kunnen wedijveren met de grote landen. De komst van de academies is niet voldoende om dat te keren. „De rugbybond is een groot voorstander van het uitsturen van jonge talenten naar het buitenland”, zegt Pieterse. „In de jeugdopleiding van toplanden als Frankrijk, Engeland en Zuid-Afrika krijgen ze de kans om ervaring op te doen. Wanneer ze terugkomen, kunnen ze zowel ons clubniveau als het nationale team naar een hoger niveau tillen. Dat is de wisselwerking die nu plaatsvindt.”

Dat heeft ook een keerzijde. In het verleden verloor Nederland op deze manier topspeler Tim Visser aan de Schotse nationale ploeg. Daar wil de rugbybond lessen uit trekken. Pieterse: „Het is zaak goeie contacten te onderhouden met de spelers die op jonge leeftijd naar het buitenland trekken zodat we de voeling met hen niet verliezen. Zodat ze, zodra ze aan de oppervlakte komen, voor Nederland kiezen.”