Recensie

Kristian Bezuidenhout laat Beethoven als nieuw klinken

Pianist Bezuidenhout speelt met het goed ingevoerde Orchestre Révolutionnaire et Romantique een gedenkwaardige ZaterdagMatinee.

Archieffoto van Kristian Bezuidenhout in het Concertgebouw Amsterdam Foto Marco Borggreve

Hoe klinkt Beethovens veel gespeelde Vierde pianoconcert ooit nog als nieuw? Bij de Zuid-Afrikaanse pianist Kristian Bezuidenhout begon het in het Concertgebouw al bij het eerste akkoord: de acht noten die altijd simultaan worden ingedrukt, ontvouwde hij nu als een waaier. Dat gewaagde harp-arpeggio voerde hij uit op een kopie van een vroeg 19e-eeuwse fortepiano bovendien – de oren werden meteen op scherp gezet.

Tel daar de goed ingevoerde musici van het Orchestre Révolutionnaire et Romantique van sterdirigent John Eliot Gardiner bij op, en je hebt een gedenkwaardige aflevering van de ZaterdagMatinee. Neem het beroemde middendeel: de korte orkestnoten werden luid en puntig neergezet, de lange ongehoord streng uitgespeeld. Bezuidenhout plaatste daar sussende fluisteringen tegenover – dat Beethoven hier Orfeo zou verklanken die zich een toegang tot de onderwereld verschaft, geloof je meteen.

In de snelle delen legde Bezuidenhouts lage register het soms af tegen het orkest, maar speels geïmproviseerde nootjes in de finale maakten veel goed.

Hoe je puntig retorisch fraseert zonder aan zangerigheid in te boeten, toonde Gardiner in een staand uitgevoerde Schuberts Vijfde symfonie. Brahms’ Tweede serenade, zonder violen, werd een weldadig betoog van naturel aanzwellen en weer wegebben. Uit elke kleine vertraging sprak de overtuiging: het moet zo en niet anders.