Cultuur

Interview

Interview

Foto Evert-Jan Daniels / ANP

Hoogste militair: ‘Tijd om te investeren in de krijgsmacht’

Tom Middendorp De Nederlandse krijgsmacht was verrast door grote internationale ontwikkelingen zoals de opkomst van IS, de Russische annexatie van de Krim en de Arabische Lente. Dit zegt de Commandant der Strijdkrachten, Tom Middendorp. “Tijd om te investeren in de krijgsmacht.”

Het komt niet vaak voor dat de hoogste Nederlandse militair in het openbaar spreekt over de problemen binnen de krijgsmacht. Generaal Tom Middendorp (56), de Commandant der Strijdkrachten, maakt een uitzondering. In zijn kantoor, recht tegenover de Tweede Kamer, wil hij een eerlijk beeld schetsen. Jarenlange bezuinigingen hebben geleid tot „uitholling van de krijgsmacht”. Sommige eenheden hebben zo weinig materieel dat ze „hun werk niet goed kunnen doen”.

Het gesprek komt op een pikant moment. Afgelopen week spraken Europese ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie in Brussel af dat de Europese defensiecapaciteit de komende jaren opgeschroefd moet worden. Daarover werd al jaren gediscussieerd, maar de verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten lijkt te leiden tot een stroomversnelling in de Europese defensiesamenwerking. Die verkiezing heeft onveiligheidsgevoelens aangewakkerd in Europa – vooral doordat Trump heeft laten doorschemeren minder te willen betalen aan de NAVO. Nu betaalt Amerika circa 70 procent van alle NAVO-uitgaven.

Zorgen over veiligheid zijn er in Nederland ook, bleek tijdens de begrotingsbehandeling vorige week van Defensie. Vrijwel alle partijen bepleiten extra geld voor het leger. Ook minister Hennis (VVD, Defensie) is daar voorstander van.

Een legerbaas past het niet politieke uitspraken te doen, en daarom wil Middendorp niet te diep ingaan op de verkiezing van Trump. Maar: „Voor mij blijven de Amerikanen een belangrijke partner voor Europa, en andersom. Dat zal naar mijn verwachting niet veranderen. De NAVO is de hoeksteen van ons veiligheidsbeleid. Daarnaast wint Europese samenwerking aan belang.”

Leunend in een leren stoel maakt Middendorp een rustige indruk. Hij staat bekend om zijn analytisch vermogen. Zijn vader maakte het bombardement van Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog mee, als kind las hij er tientallen boeken over. Middendorp koos voor een militaire carrière in de jaren zeventig. Er werd kritisch naar het leger gekeken. Als hij in uniform in de trein zat, werd Middendorp regelmatig afkeurend aangekeken.

In de vier jaar dat Middendorp aan het hoofd staat van het leger, heeft hij gemerkt dat mensen zich onveiliger zijn gaan voelen. De ramp met vlucht MH17, waarbij bijna tweehonderd Nederlandse doden vielen, bracht geopolitieke spanningen met Rusland dichtbij. Door terroristische aanslagen in Brussel en Parijs beseffen mensen dat veiligheid „een basisvoorwaarde” is. Daardoor worden militairen volgens Middendorp met meer respect behandeld.

Hoe is de veiligheidssituatie in de wereld veranderd sinds u het leger leidt?

„De gordel van instabiliteit om ons heen tekent zich steeds meer af. We zien dreiging in allerlei vormen. Terrorisme maakt mensen onzeker en soms bang, en mondt ook uit in grote vluchtelingenstromen. Oost-Westdreiging die we lang voor onmogelijk hielden, kunnen we niet meer wegcijferen.

Bovendien is dreiging waarbij legers oog in oog staan, weer relevant geworden – terwijl we hadden aangenomen dat die was verdwenen

Klimaatverandering leidt tot een gebrek aan water en voedsel voor sommige bevolkingsgroepen; het moet topprioriteit zijn daar iets aan te doen, ook uit veiligheidsoogpunt. Bovendien is dreiging waarbij legers oog in oog staan, weer relevant geworden – terwijl we hadden aangenomen dat die was verdwenen.”

Jean-Claude Juncker, de voorzitter van de Europese Commissie, pleitte ooit voor een Europees leger. Europarlementariër Guy Verhofstadt stelde na de verkiezing van Trump dat Europa er alleen voor komt te staan, en dat een Europees leger het enige antwoord is.

„Het zijn politieke keuzes, maar ik heb er wel een paar bedenkingen bij. Eén daarvan is dat je veel zeggenschap inlevert. Dan gaat het over waar we onze militairen inzetten, en voor welke doelen. Een Europees leger klinkt mooi, maar er zijn grote verschillen tussen de belangen van Nederland en andere landen. Wel pleit ik, net als de minister, voor meer samenwerking met andere EU- en NAVO-landen. Dat is niet vrijblijvend; we moeten proportioneel bijdragen. De groei van ons defensiebudget naar het Europees gemiddelde is de eerste stap.”

In een besloten toespraak legde u onlangs een link met Srebrenica. Daar waren Nederlandse blauwhelmen toen Bosnisch-Servische soldaten meer dan 8.000 mannen en jongens vermoordden. Eén van de kritiekpunten was dat we niet zelf konden beslissen over luchtsteun.

„De eenheden die wij inzetten moeten voldoende robuust zijn om zichzelf te kunnen beschermen. Dat is voor mij geen keuze, maar een noodzaak.”

U schetst een wereld die gevaarlijker wordt, waarin Nederland een krijgsmacht wil die veel eigen zeggenschap behoudt. Toch haalt uw organisatie slechts 59 procent van de operationele doelen, volgens de Algemene Rekenkamer.

„Het is een consequentie van jarenlang bezuinigen. Sinds de Koude Oorlog is ons budget steeds lager geworden. We besteden nu nog 1,14 procent van het bruto binnenlands product aan defensie; de NAVO eist 2 procent. Bij iedere bezuiniging zijn we eerst oplossingen gaan zoeken in de eigen organisatie. In de ondersteuning, in de voorraden, in efficiency.

We innen het vredesdividend: Binnenlandse en economische belangen zijn voorop gesteld

De effecten zijn nu in volle omvang zichtbaar en laten zien dat we te ver zijn doorgeschoten. Dat reken ik mezelf ook aan. Ik had eerder moeten zeggen: het gaat niet meer. We zijn vrede ook vanzelfsprekend gaan vinden. Zeker na de Koude Oorlog is vaak gezegd: we innen het vredesdividend. Binnenlandse en economische belangen zijn voorop gesteld, de onveiligheid was niet voelbaar.”

U leidt een organisatie die niet in staat is ons eigen grondgebied te verdedigen, schreef de minister vorig jaar in een brief. Troepen moeten soms trainen zonder munitie, gemechaniseerde bataljons hebben trainingen te voet moeten afleggen omdat hun voertuigen waren uitgeleend.

„De bezuinigingen hebben geleid tot uitholling van onze gereedheid. Er staan veel eenheden in het rood. De voorbeelden zijn bekend. Ik moet de pijn verdelen en keuzes maken. Ik kies ervoor manschappen nooit op gevaarlijke missies te sturen met slechte spullen. Dat voelen de troepen in Nederland, want voor trainingen hebben we dan minder geld. Ik ben blij dat de politiek nu beweegt naar extra defensiebudget.”

Als we de samenwerking met andere EU- en NAVO-landen willen versterken, moeten we zelf ook iets kunnen bieden. Bijvoorbeeld op het gebied van inlichtingen.

„We zien dat in meer landen is bezuinigd. Dat heeft niet alleen de gereedheid, maar ook het hele voorspellend vermogen van de NAVO, en de EU, aangetast. Van één dreiging in het Oosten moesten we ons ineens gaan richten op een veelheid van dreigingen buiten Europa. Dat legde een grote claim op onze inlichtingencapaciteit. Die werd ondertussen met de rest van de krijgsmacht verkleind. De wereld om ons heen is bovendien onvoorspelbaarder geworden.”

Welke conflicten heeft u precies niet zien aankomen?

„De uitbreiding van de gordel van instabiliteit, de annexatie van de Krim, dat heeft ons voor een groot deel verrast. De Arabische Lente is ook een voorbeeld. Net als de opkomst van IS. Het overkwam ons voor een deel.

„De vraag is: hoe kunnen we dat voorspellend vermogen verbeteren? Op zich weten we welke staten kwetsbaar zijn en aan welke gevaren ze blootstaan, maar de interne dynamiek is moeilijk voorspelbaar. En dan ben je toch verrast als een conflict ineens oplaait. Ik heb wel gedacht: hé, had ik dit niet eerder kunnen zien? Ik hád het graag eerder gezien. Als we die regio’s wat beter hadden gekend, en wat betere netwerken hadden gehad, dan hadden we dat wellicht meer kunnen zien aankomen.”

Waren die netwerken er überhaupt niet, van inlichtingendiensten bijvoorbeeld?

„In veel landen kwam onrust ineens in een stroomversnelling. Dreigingen zijn anders geworden, meer hybride. Het is belangrijk een breder beeld op te bouwen dan van inlichtingendiensten alleen. Er zitten ngo’s in die regio’s die veel informatie hebben, multinationals hebben netwerken, nationale regeringen, de EU, de NAVO, inlichtingendiensten, allemaal eigen netwerken. Er wordt wel samengewerkt, maar als je die netwerken allemaal koppelt, is er nog winst te behalen.”

Het is moeilijk voor te stellen dat de VS, Frankrijk of Engeland grote gebeurtenissen als de opkomst van IS, de Arabische Lente en de Krim niet zagen aankomen.

„Je weet niet altijd van elkaar wat je precies weet. Er is niet altijd een open flow van informatie. Betere samenwerking is nodig om die informatie bij elkaar te brengen. Het is ook onvoorspelbaar. Er zijn bewegingen en actoren die ineens oppoppen. Anderzijds ligt het er ook aan: waar had je je focus. Landen als Mali, daar letten we in het verleden minder op, waardoor de onrust onverwacht lijkt te komen. De Balkan, het Midden-Oosten en een paar Afrikaanse landen hadden we goed in de peiling.

„Nu in veel landen onrust in een stroomversnelling kan raken, moeten we netwerken beter op elkaar laten aansluiten. Puzzelstukjes bij elkaar leggen die op zichzelf misschien niets zeggen, maar samen wel. We willen liever voorkomen dan genezen. 90 procent van onze missies is preventief van aard. We willen zoveel mogelijk aan de voorkant van conflicten zitten, om te voorkomen dat het escaleert en dat je te laat bent. Dat lukt in al die gevallen heel goed.”

De ‘basisgereedheid’ van de krijgsmacht is in 2021 op orde. Dat betekent nog geen vernieuwing van materieel.

„Ons investeringsbudget is te klein voor de organisatie. We moeten bijvoorbeeld bijna de complete marine vervangen. Die is verouderd; we hebben schepen van dertig, veertig jaar oud. Met het huidige budget gaat dat niet lukken. Er is ook een disbalans tussen gevechtseenheden en ondersteuning. De genie, de communicatieapparatuur, onze inlichtingen, allemaal ondersteuning die bij iedere missie nodig is. Het zijn nu steeds dezelfde eenheden die dat moeten invullen. Op die eenheden pleeg ik soms roofbouw, noodgedwongen. Het is daarom ook belangrijk meer te investeren, en gelukkig hamert de minister daar nu ook op.”

U waarschuwde hier al voor op uw allereerste werkdag, vier jaar terug. Toch is de kentering er nu pas.

„Dat komt door de voelbaarheid. Ik kan het wel roepen, maar het muntje moet vallen.”

U heeft wel eens opgemerkt dat we vlak voor de Tweede Wereldoorlog meer geld uitgaven aan defensie dan nu.

„Procentueel gezien klopt dat.”

U trekt de twee meest pijnlijke vergelijkingen die in Nederland mogelijk zijn – met de Tweede Wereldoorlog en Srebrenica – om de situatie van de krijgsmacht te schetsen. Vindt u dat passend?

„Ik vind dat je lering moet trekken uit alle periodes. Het zijn geen taboes. Helaas is de voelbaarheid groter geworden. Dan pas beginnen mijn woorden aan betekenis te winnen. In het verleden hebben we wel eens meegemaakt dat het muntje te laat viel.”