Het maakte niet uit dat Clinton een vrouw was

Stemgedrag vrouwen VS Blanke vrouwen stemden vooral op Trump. Sinds 2004 wint onder hen de Republikeinse kandidaat. Dat was deze keer niet anders.

De Amerikaanse verkiezingen hebben laten zien hoe verdeeld de Verenigde Staten zijn. Er lopen diepe breuklijnen tussen steden en dorpen, tussen blanken en niet-blanken, tussen hoog en laag opgeleiden, tussen linkse en rechtse Facebookfeeds. In universiteitssteden gaan mensen de straat op om tegen Trump te demonstreren, terwijl ze in de oude industriegebieden feest vieren. Maar de altijd al bestaande kloof tussen mannen en vrouwen, werd door deze verkiezingen niet breder en dieper.

Sterker nog, de extra steun van vrouwen waar de Clinton-campagne op rekende, bleek niet te bestaan.

Hillary Clinton kreeg landelijk weliswaar meer stemmen dan Donald Trump, maar verloor qua kiesmannen in het electoral college. Ze won onder vrouwen, 54 procent van hen stemde op haar. Maar dat was een procentpunt minder dan in 2012 op Obama had gestemd. Onder blanke vrouwen verloor Clinton van Trump: 53 procent koos voor hem. Waar Clinton hoopte dat zij vrouwen die anders zelden stemmen kon overtuigen dit keer wel te gaan – zoals Obama een recordopkomst haalde onder minderheden en jongeren – daalde de opkomst.

Trump leek zo’n ideale tegenkandidaat, met zijn ‘grab ‘m by the pussy’ agressie en zijn hatelijke opmerkingen over vrouwen die geen standaard ‘lekker wijf’ zijn. Verschillende vrouwen hebben hem aangeklaagd. Maar Clinton wist vrouwelijke kiezers niet voor zich te enthousiasmeren. Was dit een simpele misrekening van de Clinton-campagne, of is er meer aan de hand?

‘Clinton in de steek gelaten’

In het team van Clinton is met verbijstering naar de uitslag gekeken. Campagnemedewerker Jess McIntosh bevestigde afgelopen week op MSNBC dat gerekend was op de stem van vrouwen, ook Republikeinse vrouwen. Ze noemde „geïnternaliseerde vrouwenhaat” de reden dat Clinton de verkiezing niet heeft gewonnen. „We moeten met die vrouwen praten over wat er gebeurd is en waarom zij tegen hun eigen belangen hebben gestemd”, zei McIntosh. Haar aanname dat ‘deze vrouwen niet weten wat goed voor ze is’ en dat zij ‘Clinton in de steek hebben gelaten’ was ook een verwijt in verschillende opiniestukken en op sociale media.

Volgens deskundigen heeft de Clintoncampagne zich echter onterecht rijk gerekend. Kelly Dittmar, die aan Rutgers University gespecialiseerd is in vrouwen in de politiek, noemt het „geen verrassing” dat Clinton niet beter scoorde onder vrouwen. „Ik heb me geërgerd aan het verhaal dat Clinton onder hen vanzelfsprekende steun zou hebben. In al ons onderzoek is geen enkele aanleiding om dat te denken. Kiezers stemmen niet op het geslacht van de kandidaat, maar op de partij die ze het meeste aanspreekt. Blanke vrouwen stemmen al sinds 2004 op de Republikeinse kandidaat.”

Het enige effect dat een bijzondere kandidaat kan hebben is dat deze gelijkgestemden extra kan aansporen. „Dat zie je bijvoorbeeld aan het aantal vrijwilligers en donaties in een campagne, of de opkomst onder mensen die de partij van de betreffende kandidaat sowieso al steunen. Bij Obama was het niet zo dat er veel Afro-Amerikanen van partij wisselden, maar dat mensen die eerder nauwelijks stemden de opkomst verhoogden. Bij Clinton lijkt dat effect uitgebleven. Bovendien ziet het er naar uit dat Republikeinse vrouwen die Trump verafschuwden om zijn seksisme eerder zijn thuisgebleven dan dat ze op Clinton hebben gestemd.”

Obama trok extra Afro-Amerikanen. Clinton geen extra vrouwen.

De groep vrouwen die op een vrouw wil stemmen omdat het een vrouw is, „is in dit land nu eenmaal ontzettend laag”, zegt Celinda Lake. „Als we al vrouwen kiezen, is het eigenlijk altijd in wetgevende macht, niet in te uitvoerende macht. Er zijn ook nauwelijks vrouwelijke gouverneurs in de staten. Zowel mannen als vrouwen zien een vrouwelijke kandidaat als minder sterk en denken dat mannelijke ondergeschikten niet naar een vrouw zullen luisteren.” Lake doet kiezersonderzoek, meestal voor de Democraten, maar bij de laatste verkiezingen voor een neutrale organisatie.

„Het is een gouden regel dat we makkelijk op mannen stemmen die we niet mogen, maar die wel gekwalificeerd zijn. Voor vrouwen geldt een dubbele standaard.”

Het kan ironisch genoeg wel zo zijn dat Clintons nadruk op haar vrouwzijn de opkomst onder Republikeinse mannen heeft helpen verhogen, zegt Dittmar. In een verkiezing die werd geframed als een strijd tussen de elite (Clinton) en de gewone man (Trump) „bevestigde de ophef over Trumps seksisme voor sommige kiezers het idee dat zij in de samenleving gestraft worden omdat ze een blanke man zijn”, zegt Dittmar. Een sentiment dat wordt aangewakkerd op Alt Right websites. „Nogmaals, gender is niet de reden dat mensen van partij wisselen. Ik denk dat de meeste mensen in de staten die nu van blauw naar rood gewisseld zijn niet recent zijn overgestapt. Maar het kan wel een factor zijn geweest voor de opkomst.”

Een vrouw of deze vrouw?

Toen Clinton acht jaar geleden met Barack Obama streed om de kandidatuur van de Democraten, wilde zij haar sekse niet inzetten in de campagne. Ze deed vooral haar best om sterk, betrouwbaar en ervaren over te komen, te laten zien dat ze een goede commander in chief zou kunnen zijn. Toen ze vorig jaar haar campagne begon, benadrukte ze haar rol als vrouw, moeder en grootmoeder juist wel. Haar overwinningsspeech in New York zou ze hebben gehouden onder een glazen plaat, het symbolische plafond.

Maar niet het glazen plafond, maar het idee dat mensen willen stemmen op een politicus die op ze lijkt, lag na deze verkiezing aan diggelen.

„Clinton was het tegenovergestelde van een stereotype vrouwelijke kandidaat. Zij hoefde niet te bewijzen dat ze ervaren, sterk en gekwalificeerd was, het was juist op empathie waar ze volgens veel kiezers tekort schoot”, zegt Celinda Lake. Vooral onder jongeren was haar aantrekkingskracht beperkt. Dat was al bewezen toen ze de kandidatuur van Obama verloor en weer toen ze dit keer onder millenials minder geliefd was dan Senator Bernie Sanders. „Om een of andere reden bestaat onder jonge vrouwen, ten onrechte, het beeld dat er al hartstikke veel vrouwen in belangrijke politieke posities zitten en dat het dus niet meer iets is om voor te vechten. Alleen onder hoger opgeleide babyboomers was haar steun hoog”, zegt Lake.

Als geslacht niet de reden is waarom kiezers op politici stemmen, hoe komt het dan dat de Verenigde Staten anno 2016 nog steeds geen vrouwelijke president hebben gehad? Lake ziet seksisme en vooroordelen, waar zowel mannen als vrouwen zich schuldig aan maken, als voorname reden. Maar volgens onderzoeker Dittmar komt het vooral door het gebrek aan aanwas van vrouwelijke politici.

Het is niet zo dat vrouwelijke kandidaten vaker van mannen verliezen dan andersom, er zijn ook simpelweg minder vrouwen die zich kandidaat stellen. Zal de nederlaag van Clinton het nog moeilijker maken voor een volgende vrouwelijke presidentskandidaat? „Ik denk het niet”, zegt Dittmar. „De volgende keer zal het geen novum meer zijn dat er een vrouwelijke kandidaat is en zal dat onderwerp minder spelen. Clinton verloor waarschijnlijk niet omdat ze een vrouw was, maar omdat ze een Clinton was.” Lake:

„Ze verloor om verschillende redenen, maar uiteindelijk was de vraag die voorlag niet: wil je op een gekwalificeerde, ervaren, geschikte vrouw stemmen? De vraag was: wil je op deze vrouw stemmen? Ze verloor de populariteitswedstrijd.”