NRC checkt: ‘Een op de zeven zwangerschappen eindigt in abortus’

NRC checkt Dat werd gezegd in een radiocommercial van een groep christelijke organisaties.

De aanleiding

Vorige week lanceerde een samenwerkingsverband van christelijke organisaties de ‘Week van het Leven’. Met deze campagne probeerden de organisatoren „aandacht voor het ongeboren kind” te vragen. Onderdeel was een radiospotje waarin werd gesteld dat een op de zeven zwangerschappen in Nederland in abortus eindigt.

Waar is dat op gebaseerd?

De campagne – onder meer gesteund door de politieke partijen SGP en ChristenUnie, vakbond RMU (Reformatorisch Maatschappelijke Unie), zorgverzekeraar ProLife (onderdeel van Zilveren Kruis) en een aantal anti-abortuslobbyisten – baseert zijn uitspraken op cijfers van de Inspectie voor de Volksgezondheid.

En, klopt het?

In 1984 werd de mogelijkheid van abortus in Nederland wettelijk geregeld via de Wet Afbreking Zwangerschap. Sindsdien brengt de Inspectie voor de Volksgezondheid jaarlijks verslag uit van het aantal zwangerschapsafbrekingen (tot 24 weken).

De inspectie baseert die gegevens op de ziekenhuizen en klinieken die een vergunning hebben om een abortus uit te voeren en verplicht zijn daarover aan de Inspectie te rapporteren. Overigens kiezen de artsen ervoor de term abortus provocatus niet meer te gebruiken. Zij prefereren de term zwangerschapsafbreking.

In de laatst beschikbare cijfers, die van 2014, meldt de Inspectie 30.361 abortussen. De laatste vijftien jaar is dit cijfer redelijk stabiel. Bij 12 procent hiervan gaat het om in het buitenland woonachtige vrouwen die hier een abortus laten plegen. Het aantal in Nederland wonende vrouwen dat vervroegd de zwangerschap afbreekt, bedraagt 26.592.

De Inspectie is gewoon om het aantal abortussen af te zetten tegen het aantal vruchtbare vrouwen – daarmee wordt aangesloten bij een internationaal gehanteerde definitie.

In 2014 waren er 8,5 abortussen per 1.000 in Nederland wonende vrouwen in de vruchtbare leeftijd (vrouwen van 15 tot en met 44 jaar). De inspectie hanteert nog een maatstaf: het aantal zwangerschapsafbrekingen in een jaar ten opzichte van het aantal levend geboren kinderen. In 2014 kwam deze ratio uit op 152 per 1.000 levend geboren kinderen. Het laatste cijfer is de bron van de christelijke organisaties, bevestigen zij desgevraagd, en het lijkt de stelling te schragen dat een op de zeven zwangerschappen in een abortus eindigt.

Maar deze ratio drukt toch iets anders uit: abortussen afgezet tegen het aantal geboortes. Het betekent dat geen rekening wordt gehouden met miskramen en doodgeboortes.

In Nederland wordt het aantal zwangerschappen noch het aantal miskramen centraal geregistreerd. Dat is ook begrijpelijk, het is een privé-aangelegenheid. Maar het aantal zwangerschappen is wel rekenkundig grotendeels te herleiden.

Er waren in 2014 volgens het CBS 175.181 geboortes en 854 doodgeboortes, ofwel 176.035 geboortes in totaal. Samen met de 26.592 abortussen bij Nederlandse vrouwen duidt dat op 202.627 zwangerschappen.

De Nederlandse beroepsvereniging van huisartsen gaat ervan uit dat ruwweg 10 procent van de zwangerschappen eindigt in een miskraam. Dat betekent dat er circa 225.141 zwangerschappen zouden zijn geweest in 2014. En dat wijst erop dat 11,8 procent van de zwangerschappen voortijdig is beëindigd.

Conclusie

Een op de zeven zwangerschappen eindigt in abortus, stelt een groep christelijke organisaties. Dat cijfer is aan de hoge kant. Gecorrigeerd voor doodgeboortes en een taxatie van het aantal miskramen komen we uit op 1 op de 8,5 (11,8 procent) en niet een op de zeven (rond de 14,3 procent). Maar gezien het relatief kleine verschil beschouwen wij de uitspraak als grotendeels waar.