Recensie

Boreyko pakt de sfeer bij bijzondere Neruda Songs

De dirigent speelde met het Rotterdams Philharmonisch Orkest ook een daverende Sacre du printemps van Stravinsky.

De Neruda Songs (2005) van Peter Lieberson zijn door de goden aangeraakt. Ze hebben ook een bijzonder verhaal. Lieberson schreef de vijfdelige liedcyclus voor zijn vrouw, mezzosopraan Lorraine Hunt, toen zij ongeneeslijk ziek was. Het is het laatste werk dat Hunt voor haar dood uitvoerde én opnam.

Christianne Stotijn zong de liederen in 2013 al eens in het Concertgebouw, toen met de Venezolaan Gustavo Dudamel op de bok. Dit keer zegde de Colombiaan Andrés Orozco-Estrada ziek af en was het aan de Russische veteraan Andrey Boreyko om de fijnzinnig getoonzette liefdeslyriek van Neruda te begeleiden. Dat deed hij met verve. Stotijns interpretatie bleek gerijpt – volgens haarzelf heeft het moederschap haar band met het werk verdiept – en de afwisseling tussen temperamentvol en etherisch verlangen kreeg overtuigend gestalte.

Niet binnen de lijntjes

Boreyko ging na de pauze voor in een daverende, onheilszwangere Sacre du printemps van Stravinsky. Vanaf de warmbloedig gespeelde fagotsolo was duidelijk dat het Boreyko om de juiste sfeer te doen was, en niet om binnen de lijntjes kleuren. De gesyncopeerde accenten waren niet spatgelijk, maar kwamen wel aan als collectieve elleboogstoten. De gelaagde maalstroom van klank dreigde af en toe te ontsporen, maar wat er verloren ging aan ritmische precisie maakte de geïnspireerde rauwheid dubbel goed.

Boreyko koos gechargeerde tempi, extra slepend of jagend, voor maximaal contrast. De details waren verzorgd: perfect ingepaste soli, koperglissandi als olifanten in doodsangst. De introductie van het tweede deel etaleerde de impressionistische kleurenpracht van het orkest, dat moeiteloos van kleur verschoot voor de duistere doodsdansen van het slot.