Aantal fout veroordeelden hoger dan tot nu gedacht

Onschuldig Wetenschapper Ton Derksen schat het aantal foute veroordelingen in de strafrechtspleging tussen de 4 en de 11 procent.

Cellen in Den Helder. Foto: Koen Suyk/ANP

In de strafrechtspleging worden veel meer fouten gemaakt en onschuldigen veroordeeld dan tot nu toe is aangenomen. Vooral bij zware misdrijven en veroordelingen tot levenslang ligt het aandeel foute veroordelingen hoog. In een boek dat dinsdag verschijnt, noemt de Nijmeegse wetenschapsfilosoof Ton Derksen foutpercentages voor de strafrechtspleging tussen 4 en 11 procent.

Ieder jaar zouden zo’n duizend burgers ten onrechte worden veroordeeld, schat Derksen. Zijn resultaten komen overeen met andere landen, waar de herzieningsprocedures makkelijker toegankelijk zijn en meer fouten aan het licht komen.

Derksen maakte in 2006 naam met een boek over de destijds onrechtmatig wegens moord veroordeelde Haagse verpleegkundige Lucia de Berk – hij was sindsdien betrokken bij veertien individuele herzieningszaken. Derksen, emeritus hoogleraar wetenschapsfilosofie, deed daarnaast empirisch onderzoek naar het generieke foutpercentage in de strafvervolging. Op basis van interviews met praktijkbeoefenaren, eigen en buitenlands onderzoek, kennis van cognitieve instincten en waarschijnlijkheidstheorie – zijn vakgebied. In Nederland veroordeelt de strafrechter de laatste tien jaar ieder jaar zo’n 23.000 personen. Er zijn slechts vijf veroordelingen door de Hoge Raad herzien die achteraf op een dwaling bleken te berusten.

We spraken uitgebreid met Ton Derksen over zijn boek: Onschuldig en veroordeeld: zie dan maar eens vrij te komen

Derksen presenteert zijn bevindingen als schattingen – ze zijn mede gebaseerd op inzichten in het beroepsveld. Geïnterviewde politiemensen en gevangenisdirecteuren menen dat in 10 procent van de veroordelingen fouten zijn gemaakt.

Volgens Derksen blijkt uit Noors onderzoek dat strafrechters genoegen nemen met minder sterk bewijsmateriaal naarmate het delict zwaarder is. Daarbij zouden ze onbewust hun ‘waarschijnlijkheidsdrempel’ laten dalen tot 83 procent en een foutpercentage van 17 procent accepteren. Mogelijk omdat de vrees voor het laten lopen van een dader uiteindelijk groter is dan de angst voor het opsluiten van de verkeerde.