Omstreden rechter in Burundi ‘beloond’ met commissariaat Heineken-dochter

Corruptie

Een rechter in Burundi is benoemd tot president-commissaris van de lokale Heineken-brouwerij. Was dat een beloning voor bewezen diensten?

Heineken bierfles vlak voor de bierbrouwerij in Burundi. Foto Martin Roemers

Charles Ndagijimana is een van de belangrijkste rechters van Burundi. Hij is voorzitter van het Grondwettelijk Hof, het orgaan dat toetst of wetten in strijd zijn met de Grondwet. Maar hij heeft formeel ook de leiding over bierbrouwerij Brarudi, een dochter van Heineken en de grootste onderneming van het land, met vrijwel een monopolie op de biermarkt.

Binnen Brarudi, waarin Heineken een aandeel heeft van 59,3 procent en de Burundese staat de rest, bekleedt hij de functie van niet-uitvoerend voorzitter van de raad van bestuur, vergelijkbaar met president-commissaris.

Niet alleen deze dubbele pet is opmerkelijk, het moment van benoeming, eerst tot gewone commissaris, is dat minstens evenzeer. Dat gebeurde namelijk op 8 april vorig jaar per presidentieel decreet, waarna het Hof op 5 mei besliste dat president Pierre Nkurunziza van Burundi zich verkiesbaar mocht stellen voor een derde ambtstermijn.

Vijf maanden later werd Ndagijimana, opnieuw per decreet, gepromoveerd tot voorzitter bij Brarudi. „Het wekt op zijn minst sterk de indruk dat men hem op voorhand heel hard heeft willen aanmoedigen om de politiek wenselijke beslissing te nemen, waarna hij achteraf is beloond”, aldus Stef Vandeginste van de Universiteit Antwerpen, die is gespecialiseerd in de Burundese politiek.

De Grondwet schrijft voor dat de president van Burundi maximaal twee termijnen van vijf jaar mag dienen, maar het Hof onderschreef de argumentatie van de machthebbers in het Centraal-Afrikaanse land. Zij zeiden dat het eerste mandaat niet meetelde, omdat de president in 2005 niet rechtstreeks door het volk was gekozen, maar door het parlement. Dat was afgesproken in een vredesakkoord dat een eind maakte aan een bloedige burgeroorlog die het land twaalf jaar in zijn greep hield, waarbij naar schatting driehonderdduizend doden vielen.

Foto Freek van den Bergh/ANP

Archief: Koning Willem-Alexander ontvangt president Pierre Nkurunziza van Burundi op de Eikenhorst in Wassenaar. Foto Freek van den Bergh/ANP

En dus won Nkurunziza vorig jaar opnieuw de verkiezingen, die als oneerlijk werden bestempeld door onder andere de Verenigde Naties, de Afrikaanse en de Europese Unie. Het grootste deel van de oppositie was woedend en riep op tot een boycot. Tegenstanders van de president stelden schertsend vast dat er slechts één rechter in het land was: de president zelf.

De derde ambtstermijn van Nkurunziza is een van de belangrijkste oorzaken van een nieuwe geweldsuitbraak die het land sinds ruim een jaar teistert en dreigt uit te lopen op een burgeroorlog.

Volgens Sylvère Nimpagaritse, vicevoorzitter van het Hof op het moment dat de kwestie speelde, voerden de autoriteiten in de aanloop naar het oordeel een charmeoffensief. „Ze probeerden ons geweten te kopen. We kregen plotseling een premie even hoog als ons salaris, die niet werd overgemaakt maar cash op het kantoor van de president werd overhandigd. En er werden representatiekosten beloofd, ter waarde van ruim een dubbel maandsalaris. Ook begon Brarudi ongevraagd kratjes frisdrank te bezorgen bij het hof, wat daarvoor nooit gebeurde. Allemaal cadeautjes met de boodschap: de president denkt aan jullie.”

Heineken is medeplichtig aan de wandaden van het regime.

Landsbelang

Toch bleek volgens Nimpagaritse tijdens de beraadslagingen eind april 2015 dat vier van de zeven rechters, onder wie hijzelf, niet wilden instemmen met een derde termijn, die daardoor op losse schroeven kwam te staan. „De voorzitter zette me diezelfde dag nog onder druk om van mening te veranderen. Ik moest aan het landsbelang denken en kreeg tal van extra voordelen aangeboden, zoals een lucratief baantje bij de belastingdienst. Op het laatst mocht ik zelf een bedrag noemen waarvoor mijn stem te koop was. ’s Nachts ontving ik anonieme dreigtelefoontjes.”

Nimpagaritse was er naar eigen zeggen van overtuigd dat een derde termijn tot meer geweld zou leiden en weigerde overstag te gaan, als enige rechter van het Hof. Hij zag zich gedwongen te vluchten, op de hielen gezeten door paramilitairen. Hij woont nu in ballingschap in België, terwijl oud-collega’s een bliksemcarrière maakten sinds de beslissing. De een is minister van Justitie, een tweede benoemd tot raadgever van de president en de voorzitter kon dus aan de slag bij Heineken.

In die hoedanigheid dient Ndagijimana mee te denken over langetermijnstrategieën en de belangen van de staat te verdedigen. Volgens bronnen binnen de brouwerij heeft de functie in de praktijk weinig om handen en ontvangt de magistraat een veelvoud van zijn salaris als voorzitter van het Hof, waarop hij ook nog steeds recht heeft. De optelsom van een vaste maandtoelage, betalingen in natura (kratten bier en frisdrank), vergoedingen per vergadering en de winstuitkering loopt volgens ingewijden in goede jaren op tot meer dan 30.000 euro per jaar, naar lokale maatstaven een fortuin. Volgens Heineken, dat geen specificatie of details geeft, gaat het om minder dan 20.000 euro per jaar en worden alle commissarissen gelijk betaald „naar gelang hun verantwoordelijkheden”, ongeacht door wie ze zijn aangesteld.

De benoeming van Ndagijimana leidde volgens Vandeginste tot „zorgwekkend weinig ophef” in Burundi. „Er ontstond enige commotie binnen de oppositie en maatschappelijke organisaties, die het beschouwen als een flagrant geval van corruptie en betaling voor de gunsten van een topmagistraat. Tegelijkertijd heerst er al langer berusting in de onmacht of onwil van rechters om in politiek gevoelige dossiers echt onafhankelijk te oordelen.”

Het enige waaraan ze bij Heineken denken is geld. Het lot van de bevolking laat hen koud.

Warme relatie

Bierbrouwer Brarudi was voor de huidige crisis goed voor ongeveer 10 procent van het nationale inkomen en zo’n 30 procent van de totale belastinginkomsten van Burundi. Als gevolg van een krimpende economie (min 4 procent in 2015) en de weigering van veel donorlanden om nog hulpgeld over te maken aan het omstreden regime, is het belang van het bedrijf nog verder toegenomen.

Het is onbekend of Heineken direct profijt heeft van de aanstelling van de rechter. De benoeming bestendigt in elk geval de warme relatie tussen de multinational en de autoriteiten.

Hoewel Heineken vaak klaagt over accijnsverhogingen in Burundi, behoren de winstmarges in het op een na armste land ter wereld – in elk geval tot aan de huidige crisis – volgens een ingewijde tot de hoogste van het continent. En volgens de laatst beschikbare cijfers levert bierverkoop in Afrika de Nederlandse brouwer gemiddeld bijna de helft meer op dan elders.

Verspreid over Burundi heeft Heineken bovendien hoogwaardigheidsbekleders, zoals politici, ambtenaren en militairen, aan zich verbonden door hun het beheer van lucratieve verkoopdepots toe te wijzen. En voor een recent gelanceerd biertje hoeft Heineken 80 procent minder accijns te betalen dan bij normaal bier, volgens Heineken omdat het lokaal wordt geproduceerd.

De regering profiteert als aandeelhouder niet alleen mee van de winst van Brarudi, maar betaalt van de accijnsinkomsten ook de salarissen van de agenten en soldaten die zich schuldig maken aan mensenrechtenschendingen. „Heineken is medeplichtig aan de wandaden van het regime”, zegt rechter Nimpagaritse stellig. „Het bedrijf heeft een belangrijke rol gespeeld in de totstandkoming van de derde termijn. Het enige waaraan ze bij Heineken denken is geld. Het lot van de bevolking laat hen koud.”

De brouwer verklaart in een reactie dat het bedrijf niet medeplichtig is. Heineken zegt zich zorgen te maken over de situatie in Burundi en claimt dat de veiligheid van het eigen, lokale personeel voorop staat. De economische ontwikkeling en kansen die zij naar eigen zeggen biedt door haar aanwezigheid zijn volgens de onderneming belangrijke redenen om conflictgebieden niet de rug toe te keren. „Sinds 2015 is de situatie in Burundi verslechterd. Bij het werken in zulke omstandigheden spelen altijd dilemma’s.”

Volgens strafrechtadvocaat Michiel Pestman begeeft Heineken zich op glad ijs in Burundi. „De wereld verandert, ook juridisch”, zegt hij. „Van bedrijven wordt verwacht dat hun geld niet wordt misbruikt om corruptie of serieuze mensenrechtenschendingen mogelijk te maken, ook als dat niet hun eigen directe oogmerk zou zijn. De tijd dat je als onderneming kunt zeggen dat je in Nederland niet weet wat er in zo’n ver land precies gebeurt, is nu echt voorbij. Volgens de huidige tendens zijn bedrijven aansprakelijk voor de gevolgen van hun activiteiten.”

In een reactie stelt Heineken dat het bedrijf geen rol heeft gespeeld bij de herverkiezing van de president. Het ontkent dat Brarudi gratis kratjes bij het Hof heeft bezorgd, zoals de gevluchte rechter constateerde. Wel ontvangen bestuurders van Brarudi kratten bier als onderdeel van hun salarispakket.

Een woordvoerder laat verder weten dat Heineken geen invloed heeft op regeringsbeleid of presidentiële benoemingen bij de Burundese dochteronderneming. De dagelijkse leiding van het bedrijf is in handen van Heineken-bestuurders. De overheid heeft als grootaandeelhouder het recht commissarissen te benoemen, onder wie de voorzitter. Die voorzitter is volgens Heineken niet betrokken bij de dagelijkse gang van zaken.

„We werden geconfronteerd met de benoeming van de president-commissaris en zijn daarover van tevoren niet geraadpleegd”, aldus Heineken.

De woordvoerder benadrukt dat Heineken een belangrijke bijdrage levert aan de economie en de werkgelegenheid in Burundi en dat het bedrijf zich aan internationale verdragen houdt op het gebied van mensenrechten. Hij zegt dat het bedrijf erop toeziet dat eigen gedragscodes worden nageleefd.

In september vorig jaar, toen de rechter al benoemd was tot commissaris van Brarudi, prees premier Mark Rutte de activiteiten van Heineken in Burundi tijdens de algemene vergadering van de Verenigde Naties in New York. De brouwer was volgens hem een voorbeeld van een onderneming die bijdroeg aan de ontwikkeling van arme landen en kreeg mede daarom ruim 1 miljoen euro subsidie toegekend voor landbouwprojecten ter plaatse.

Olivier van Beemen is de auteur van het boek Heineken in Afrika, dat een jaar geleden verscheen bij Prometheus. Voor NRC schreef hij eerder over de Belgische dochteronderneming Ibecor die Heineken gebruikt om meer geld uit Afrika naar Europa te brengen en over de klacht van oud-werknemers tegen Heineken in Congo. Voor De Correspondent analyseerde hij de rol van Heineken in Burundi.