De nabestaanden van verdronken migranten

Migratie

De meeste drenkelingen op de Middellandse Zee worden nooit geïdentificeerd. Maar ze worden wel gezocht. Derde deel uit een serie over migratie.

Het visserschip dat werd gelicht nadat het meer dan 700 migranten noodlottig was geworden. Foto AP

In de zinderende hitte van Maka-Colibantang wentelt het leven zich rond het telefoontje van de overkant van de Middellandse Zee. De bevestiging van een veilige aankomst van degenen die vertrokken zijn. Op de dag van het noodlot, 18 april 2015, komt het eerste bericht uit Italië bij de imam terecht. Dertien van zijn koranstudenten, talibés, bleken te zijn verdwenen in de golven vlak voor de kust van Libië. „Ze zijn allemaal verdronken”, zegt hij, en staart naar zijn lange vingers die hij op de tafel van het gemeenschapshuis laat rusten. Nooit eerder verdwenen op één dag zoveel zonen uit dit dorp in het zuidoosten van Senegal, op het drielandenpunt met Mali en Gambia.

Die dag verdrinken meer dan 700 migranten aan boord van een Libische vissersboot zonder naam. Honderden zijn opgesloten onder in het ruim, als de boot water begint te maken. Een half uur voor middernacht zendt de kapitein een noodsignaal uit. De boot is dan zo’n vijftig kilometer van de haven van Tripoli. Het Portugese vrachtschip King Jacob pikt het signaal op en schiet te hulp. Als het schip in zicht komt, rennen de passagiers op het dek massaal naar stuurboord. Nog voor de King Jacob zijn reddingsboten te water kan laten, kapseist de Libische vissersboot en zinkt naar de bodem van de zee, naar een diepte van 375 meter.

Foto AFP

Geredde schipbreukelingen, eerder deze maand in Italië. Foto AFP

Grootste scheepsramp

Slechts 28 opvarenden worden levend uit het water gevist, letterlijk, met visnetten. Onder hen twee Senegalezen, die direct na redding het thuisfront bellen. Het is de grootste scheepsramp op de Middellandse Zee sinds de Tweede Wereldoorlog. „Het probleem hier is dat niemand aan de doden denkt als ze vertrekken. Ieder stenen huis dat je ziet is gebouwd door een migrant. Dat is het enige dat telt”, zegt imam Seybo Ba. „De rest is in handen van God.”

Wat gebeurt na zo’n ongeluk? Toen MH17 neerstortte boven het oosten van Oekraïne zette de Nederlandse regering alles op alles om de lichamen zo snel mogelijk terug in Nederland te krijgen.

De aankomst van de lijken werd live op tv uitgezonden. Het vliegtuig werd als een puzzelstuk weer in elkaar gezet. Ieder slachtoffer kreeg een gezicht. De rouw van de achterblijvers werd de rouw van de hele natie. Zo gaat het niet met de gezonken migrantenboten op de Middellandse Zee. De boten zijn smeltkroezen van een wereld op drift.

Meesten anoniem begraven

Geen regering zoekt ze. De achterblijvende overheden zijn vaak al lang blij om van de oproerkraaiers in hun dictatuur af te zijn, of zijn te druk met hun eigen sores. Volgens onderzoek van de Universiteit van Amsterdam van de grafstenen in het zuiden van Italië wordt 60 procent van de drenkelingen in de Middellandse Zee anoniem begraven. De Europese Unie spendeert geen eurocent aan die identificatie.

Foto AFP

Foto AFP

„We hebben allemaal wel een idee over waarom het niet gebeurt”, vertelt Cristina Cattaneo, forensisch patholoog van de Universiteit van Milaan. Ik ontmoet haar in Augusta op het eiland Sicilië. Dit is de plek waar Europa de ruwe olie uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika raffineert als die veilig en wel de Middellandse Zee is overgestoken. Augusta is ook de plek waar de NAVO-basis is gevestigd en waar het wrak van de gezonken kotter naar toe is gebracht. De boot staat op twee reusachtige metalen vorken. Als een monument van een mislukte overtocht. Om de boot is een tent gebouwd, die tijdens het bergen van de lijken als koelkast diende. Op de basis hangt de zure geur van de dood. Hier worden de drenkelingen een voor een onderzocht, in de hoop ze een naam te kunnen geven. Het is de eerste keer dat op deze schaal wordt geprobeerd een naam en een gezicht te vinden bij de onbekende drenkelingen van de Middellandse Zee.

Identificatie ‘niet onmogelijk’

„Voor Europeanen zijn de slachtoffers van dit soort rampen te ver weg, we denken dat niemand geïnteresseerd is”, zegt professor Cattaneo. Na een lange dag in de koelcel waar de lijken worden onderzocht, oogt ze bleek en uitgeput. „Maar we zijn het aan de slachtoffers verplicht. Ook al is het moeilijker om deze slachtoffers te identificeren omdat je geen passagierslijsten hebt of nabestaanden die weten waar ze moeten zijn, het is niet onmogelijk. Het is alleen nooit geprobeerd.” Professor Cattaneo is nog nooit in een van de landen geweest waar de doden die ze onderzoekt, vandaan komen.

Ruim een jaar na de ramp met de vissersboot reis ik naar het oosten van Senegal om de nabestaanden te ontmoeten. Maka Colibantan ligt in de grensregio Tambacounda, die al eeuwen bestaat van de uittocht. De hitte is verlammend. Iedere ademtocht vult de longen met hete splinters. Als de zon rond het middaguur op zijn hoogst staat, voelt elke stap als zeven mijl.

Alle stenen huizen in het dorp verraden een familie met iemand die vertrokken is. Gebakken stenen als bewijs van een succesvolle overtocht. Dit zijn ook de wachtkamers van de achterblijvers. In Maka Colibantang onderscheiden de achterblijvers zich in twee soorten. Zij die het nieuws al kennen. En zij die hopen dat er misschien een andere reden is dat de telefoon niet meer rinkelt, weken, maanden na vertrek. De familie Bâ, weet het. Het krantenbericht dat het nieuws over hun verdronken zoon meldt, heeft vader Ansou Bâ bewaard in een oude schoenendoos. „Hij zei dat het leven hier klaar was”, zegt hij. Zijn rug is naar de rode aarde gebogen. Als je hem vraagt hoeveel kinderen hij heeft zegt hij: „Elf, levende kinderen”. Zes zonen, vijf dochters. En twee vermiste zonen. Zijn oudste zoon belde in 2007 voor het laatst vanuit de woestijn in Mauritanië. Dat was twee maanden nadat hij uit Maka Colibantang was vertrokken. Daarna hielden de telefoontjes op.

Zoon Lamine haalde het wel

Niet lang daarna vertrok de volgende zoon: Lamine. Hij reisde met succes naar Spanje. Zijn broer Bady Ba, 25 jaar oud zag de enveloppen met euro’s binnenkomen. Enkele maanden voor zijn vertrek stopte hij met de koranlessen. „Hij vertelde dat het leven hier klaar was’’, zegt vader. De familie zamelt het geld in voor zijn vertrek: 500.000 CFA, zo’n 750 euro. Als hij op doorreis door Mali, Burkina Faso en Niger in Libië strandt, stuurt de familie hem nog eens 450 euro. Hij stapt op de boot met een vriend uit het dorp. Het was uiteindelijk Diao die naar huis belde met de mededeling dat Bady was verdwenen in de golven. Dat was de wil van God, zegt de familie nu. „Weet u waar het lichaam is?” vraagt Fatou Kamara, de moeder.

De achterblijvers en de onderzoekers in Italië krijgen elkaar nooit te spreken. Professor Cristina Cattaneo maakt zich alleen voorstellingen van de levens van de doden. De kleren zijn haar houvast. Migranten naaien hun identiteitspapieren vaak in de zoom van hun kleren.

Foto’s van familie in plastic zak

Of ze dragen foto’s van familie in een plastic zak met zich mee. „We weten dat iemand ze zoekt. Het is onze plicht om te helpen, het staat in de Geneefse conventie. Identificatie is van groot belang voor de achterblijvers, voor de wezen en weduwen. Zonder overlijdenscertificaat kunnen ze niet verder met hun leven.”

Foto AFP

Foto AFP

In Maka Colibantang snakken ouders naar dat nieuws. Moussa Kahn hoorde voor het laatst van zijn zoon op 25 januari vorig jaar. „Ik heb zijn smokkelaar gebeld, die ik geld heb gestuurd. Die zei dat hij vertrokken was. Daarna zijn ze elkaar uit het oog verloren. Er zijn twee mogelijkheden: of hij zit in een gevangenis op Malta. Of hij ligt in de zee. Als hij in de cel zit, dan kan hij niet bellen.” Met hulp van het Internationale Rode Kruis heeft hij foto’s van zichzelf laten ophangen, in Libië, Tunesië, op Malta. Zodat zijn zoon hem onmiddellijk zal bellen, zodra hij de foto van zijn vader ziet. Anderhalf jaar lang houdt hij zichzelf al op de been met die hoop.

Op de begraafplaats van Syracuse op Sicilië verdwijnen de meeste migranten nu zonder naam in hun graven. Tientallen tegelijk. De kisten dragen serienummers, voor het geval iemand ze toch komt zoeken. Patholoog Cristina Cattaneo troost zich met een belangrijke gedachte. „Zelfs al kunnen we er maar tien identificeren. Dan kunnen zij als voorbeeld dienen, voor wat we eigenlijk zouden moeten doen. Als we alleen maar kunnen laten zien dat we wel om ze geven.”

Aanstaande zondag zendt de VPRO het derde deel uit van de serie De Trek. De drenkeling: zondag, 20.15u., NPO 2.