Column

Waarom de politisering van de journalistiek dichterbij komt

Haagse invloeden Deze week: waarom mediakritiek bij Wilders en Trump een elementair onderdeel van hun politiek is. Ofwel: het verschuivende mediaklimaat en de schade die het aanbrengt.

tomjanmeeus0

Je kunt niet volhouden dat ‘de media’ deze week Wilders’ reactie op de eis van het Openbaar Ministerie hebben gemist. Als ik me niet vergis waren er een paar die na de eis van de officier van justitie - 5.000 euro boete wegens groepsbelediging en aanzetten tot haat – dachten: laten we nou niet wéér elitair gaan doen.

‘Wilders laaiend’, bracht het AD vrijdag als opening. Er stond een feitelijk stuk onder, maar de koppenmaker zag blijkbaar meer in laaiendheid als nieuwsfeit: daar kunnen Henk en Ingrid wat mee.

De Telegraaf bracht dezelfde dag een ‘exclusief interview’ met de PVV-leider, waarin hij het OM op één lijn schaarde met ‘de terroristen’: beide proberen hem het zwijgen op te leggen.

En daags voor het requisitoir had de NOS een eigen invalshoek. Wilders liet zijn 725.000 Twittervolgers weten dat het OM hem ‘in opdracht van de regering’ vervolgde, ‘net als in Turkije’, en een verslaggever vroeg minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) naar dit vrij forse verwijt.

Die zei natuurlijk niets, hij hoort zich niet in strafzaken te mengen, waarna de NOS genoeg wist: ‘Kabinet reageert niet op beschuldiging Wilders’. Het kabinet als probleemgeval in reactie op een onbewezen PVV-beschuldiging.

Zo stond, als je op Wilders afging, aan het einde van de week het hele bestel op instorten. We hadden politieke rechtspraak ingevoerd. Officier van Justitie Wouter Bos was de IS-strijder van de magistratuur. Mark Rutte de Erdogan van de regering.

En niemand van alle ‘deskundigen’ die dag na dag op televisie verschenen om ‘de media’ om hun berichtgeving inzake Trump en Wilders aan te klagen, wist over deze stapeling van enormiteiten het kleinste klachtje te formuleren.

1911ZAT_haagse invloeden_YinYangWilders

Dus ik betwijfel nogal of ‘de media’ de opvattingen van Wilders en zijn aanhang zo vreselijk missen: ik heb vooral het idee dat ze hun kritische houding tegenover Wilders zelf missen.

Ruim twee maanden geleden, 8 september, was er een bijzondere bijeenkomst van het Genootschap van Hoofdredacteuren.

Op initiatief van voorzitter Marcel Gelauff, hoofdredacteur van het NOS Journaal, hadden de voornaamste journalisten van het land een informeel gesprek met Geert Wilders.

Vooropgesteld: daar is natuurlijk niets mis mee. Haagse journalisten voeren voortdurend informele gesprekken met politici, omdat dit de beste manier is om politiek te begrijpen.

Evengoed was het een wonderlijke toestand: de meeste hoofdredacteuren die daar zaten, werken voor een medium waarvoor Wilders en zijn woordvoerder in de dagelijkse praktijk hun neus ophalen.

Want wil een verslaggever een eigen gespreksthema bij de partijleider aansnijden, dan neemt zijn fractie de telefoon niet eens op: Wilders werkt hooguit mee als hij eigen ‘nieuwspuntjes’ kan verspreiden.

Dus wat de zelfverklaarde mediacritici moeten onthouden: Wilders ziet het helemaal niet als zijn probleem als de media zijn geluid of dat van zijn aanhang missen.

Maar tegelijk is hij gráág bereid zijn grieven over dezelfde media te uiten: dat is zelfs elementair aspect in zijn politiek.

Het komt omdat hij, net als Trump, uit is op de politisering van de journalistiek. Dus bij hem doet de journalist die zijn politieke belangen dient, per definitie goed werk. En is de journalist die persisteert in een kritische en onafhankelijke rol, altijd verdacht.

Voor Wilders pakt elke variant goed uit. Of de journalist handhaaft zijn kritische houding: die brandmerkt hij dan als partijdig en unfair - ‘een PVV-basher’. Of de journalist bindt in: dan krijgt hij ook wat hij wil.

Geen journalist die hier goed uitkomt. Maandag zag ik hoofdredacteur Bert Huisjes van de rechtse omroep WNL in De Wereld Draait Door instemmend reageren op een pleidooi van de NPO-baas om lessen te trekken uit de zege van Trump: meer rechtse opvattingen op televisie.

Feit is dat dezelfde Huisjes het een week eerder nog met Wilders aan de stok had. Na een uitzending van WNL op Zondag klaagde de PVV-leider, uiteraard op Twitter, dat het programma gezien alle Wilders-kritiek een „VARA op Zondag” is, waarop Huisjes de PVV-leider herinnerde aan de vele uitnodigingen die hij vergeefs naar Wilders uitdeed.

Het bekende verhaal. Maar toen ik er Huisjes donderdag telefonisch naar vroeg, was hij alweer minder scherp op Wilders. Hij was overeengekomen dat de PVV-leider de komende tijd alsnog te gast is bij WNL. En achteraf had Huisjes over die ene uitzending geconcludeerd, zei hij, dat het wel erg op de hand van Clinton was.

Intussen openbaart zich slapper gedrag. Overal zie ik journalisten het verwijt dat zij zoveel zaken ‘gemist’ hebben, beantwoorden met het extra uitvoerig citeren en napraten van Wilders.

Maar journalistiek is, dacht ik, geen populariteitsmeting of bewondering: daar heb je andere beroepen voor. Journalistiek is, als het goed is, feitenonderzoek met een onafhankelijke geest.

Om een cruciaal aspectje te noemen: bij alle rumoer over de strafeis tegen Wilders deze week, ging verloren dat de wetgever nooit de volledige vrijheid van meningsuiting heeft ingevoerd die Wilders opeist.

En ironisch genoeg is dit óók aan de PVV te wijten: een nazomer 2012 door die fractie ingediend initiatiefwetsvoorstel beoogde exact de wetsartikelen te schrappen op basis waarvan het OM nu Wilders’ veroordeling vraagt.

De werkelijkheid is: Wilders en zijn fractiesecretaris Martin Bosma, die het initiatief 24 januari 2013 in portefeuille kreeg, had tot de vervolgingsbeslissing van het OM bijna drie jaar de tijd om de Kamer te overtuigen om de vrijheid van meningsuiting te verruimen.

Maar hij stak nooit een vinger naar het dossier uit. Ik zag er vrijdag een goed stukje over in het AD, maar als je mij vraagt wat de media deze week gemist hebben, is het precies dit: dat de PVV-fractie zelf een levensgrote kans heeft gehad deze vervolging te voorkomen, en er toen niets aan deed.

Dat klagen over zaken die ‘de media’ gemist hebben, is sowieso een nogal selectief spelletje.

Zelf schetste ik in deze rubriek op 28 juni 2014, gebaseerd op een veelheid van PVV-bronnen, hoe de scanderende reacties van het publiek op Wilders’ ‘minder minder’-uitspraken door PVV’ers waren georkestreerd. Het OM trok dit later na en kwam tot dezelfde conclusie: juist die omstandigheden rekent het OM Wilders nu zwaar aan.

Maar wie denkt dat alle zelfverklaarde deskundigen ‘de media’ nu verwijten dat ze dit cruciale aspect onvermeld lieten totdat het OM er zelf meekwam, vergist zich.

Een leerzaam puntje: het draait de zelfverklaarde deskundigen dus niet om het verwijt dat ‘de media’ Wildersnieuws gemist hebben, het draait ze om het verwijt dat ‘de media’ positief Wildersnieuws gemist hebben.

Dit is precies de politisering van de media die Wilders zoekt. En wat het creëert, is een mediaklimaat dat alle redelijkheid overslaat, hoewel verreweg de meeste kiezers nog steeds redelijke politici en redelijke keuzes prefereren.

Ik kan nog mildheid opbrengen voor de absurde overdrijvingen die Wilders zich eind deze week permitteerde: het is persoonlijk voor hem.

Maar om van ‘de media’ nu te verwachten dat zij doordraven in de zoektocht naar boze burgers, is ervan uitgaan dat een ruime meerderheid van het land er niet meer toedoet.

De economie draait sterk, de werkloosheid daalt, dankzij VVD en PvdA is de rijksbegroting op orde zodat er de volgende periode geld is voor investeringen en verbeteringen. En wie denkt dat dit fraaie resultaat van vier jaar redelijkheid geen enkele betekenis heeft, dreigt in alle rumoer te vergeten dat dit land al eeuwen overeind blijft dankzij diezelfde redelijkheid: dat redelijkheid, anders dan Wilderswoede, een oer-Hollandse vorm van vaderlandsliefde is.