Val enclave niet weer onderzocht

Srebrenica

Een nieuwe studie door het NIOD naar nieuwe feiten rond het drama Srebrenica heeft geen nieuwe inzichten opgeleverd.

Foto Haris Nezirovic / AP

Er komt niet nog een onderzoek naar de val van de enclave Srebrenica in juli 1995. Bij deze gebeurtenis werden naar schatting 8000 Bosnische moslims door Bosnische Serviërs gedood. Een nieuwe studie van het Instituut voor Oorlogsdocumentatie NIOD naar de val van de enclave werpt geen ander licht op eerdere onderzoeken.

Volgens een vrijdag gepubliceerde aanvullende verkenning is er geen sprake van zodanig nieuwe feiten dat dit moet leiden tot andere conclusies dan die al door hetzelfde NIOD in 2002 werden getrokken. Het kabinet dat eind 2015 opdracht gaf voor de verkenning ziet dan ook „op dit moment” geen aanleiding voor een nader onderzoek.

De discussie over Srebrenica laaide in 2015 opnieuw op naar aanleiding van een uitzending van het televisieprogramma Argos en de publicatie van het boek Veilige Gebieden, geschreven door Joris Voorhoeve. De laatste was in 1995 ten tijde van de val van de door Nederlandse militairen beschermde enclave minister van Defensie.

Geheime afspraak

In het programma en het boek werd een geheime afspraak onthuld tussen de Verenigde Staten, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Deze hield in dat werd afgezien van het geven van luchtsteun aan VN-troepen op de grond zoals het Nederlandse Dutchbat. De Nederlanders gingen er in juli 1995, toen de Bosnische Serviërs oprukten naar Srebrenica, vanuit dat deze steun wel zou komen.

De NIOD-onderzoekers concluderen dat de afspraak tussen de drie landen niet is gemaakt. Wat voor een afspraak werd aangezien is volgens de jongste studie slechts een bevestiging van een al eerder binnen de VN genomen besluit om luchtaanvallen op te schorten. Dit omdat de Serviërs een groot aantal VN-militairen in gijzeling hield. Het NIOD heeft ook geen grond gevonden voor de bewering dat inlichtingendiensten vooraf wisten van de aanval op de enclave.