Rode cijfers bij orkesten, opera, dans

Nawerking van de bezuinigingen

De Tweede Kamer praat maandag over de begroting voor cultuur. Wie jaarverslagen naleest, ziet: veel gezelschappen en orkesten komen niet rond.

Koninklijk Concertgebouworkest

Orkesten en operagezelschappen hebben onder de rijksgesubsidieerde instellingen de meeste moeite om de klappen van de culturele bezuinigingen van vier jaar geleden op te vangen. In zakelijk opzicht althans. Dat blijkt uit een inventarisatie die NRC heeft gemaakt van jaarverslagen van 37 grote rijksgesubsidieerde instelllingen de afgelopen vier jaren (van 2012 tot 2015).

Financiële nood

Vrijwel alle orkesten delen in het leed. Dat gaat van de regionale de regionale orkesten, die het meest aan subsidie inleverden, tot het Concertgebouworkest dat de drie jaren in deze huidige subsidieperiode ook steeds in de rode cijfers belandde. Zes van de negen orkesten hadden in 2013, 2014 en 2015 twee of drie jaar een negatief resultaat op de bedrijfsvoering.

Het Concertgebouworkest, dat nu nog een sterke reserve heeft, waarschuwt niet voor het eerst voor de gevolgen, vooral omdat het sinds 2009 de lonen voor musici heeft bevroren en dat onhoudbaar acht. De directie stelt in het jaarverslag dat het na 2021 in financiële problemen kan komen, omdat het eigen vermogen negatief kan worden als er niets verandert aan het subsidiestelsel.

Eerder dit jaar kwam het Orkest van het Oosten in acute financiële nood en de Raad voor Cultuur adviseerde dat orkest om intensief samen te gaan werken of fuseren met het Gelders Orkest.

(Licht)rode cijfers

Over de eerste drie jaar van deze kunstenplanperiode hebben de negen rijksgesubsideerde orkesten in totaal voor 3,6 miljoen euro aan rode cijfers geschreven. De drie operagezelschappen boekten over de hele periode ook een gezamenlijk negatief resultaat van 3,6 miljoen euro. De Nederlandse Reisopera schreef drie keer rode cijfers, de Nationale Opera en Opera Zuid hadden in 2015 voor het eerst een positief saldo op de bedrijfsvoering.

Ook drie dansgezelschappen kwamen over de eerste drie jaar van deze kunstenplanperiode uit op een negatief saldo op de bedrijfsvoering, van 1 miljoen euro. In 2015 schreef alleen het Nationale Ballet met 60.000 euro nog lichtrode cijfers, NDT en Introdans behaalden positieve resultaten vorig jaar. Toneelgezelschappen en de 14 grootste rijksmusea schreven opgeteld zwarte cijfers.

Maandag vergadert de Tweede Kamer over de cultuurbegroting en de meerjarige subsidies voor de komende vier jaar. Over de direct door het Rijk gesubsidieerde topinstellingen zal het daar maar in beperkte mate gaan. Hun subsidies worden tussen 2017 en 2021 bevroren, maar gaan niet omlaag. Op hun reserves hebben ze, zelfs als ze moeite hebben om positieve resultaten te halen, de afgelopen jaren nog niet zodanig ingeteerd dat ze acuut in problemen zullen komen.

Bezoekersinkomsten

De aandacht zal tijdens het Kamerdebat meer uitgaan naar instellingen die zijn afgewezen voor rijkssubsidies en vooral naar middelgrote en kleine toneel- en dansgezelschappen en muziekensembles waarvan de aanvraag door het Fonds Podiumkunsten is afgewezen. De podiumsector lobbyt bij de Kamer om 14 miljoen extra om deze overeind te houden.

De gezelschappen die de afgelopen vier jaar door het Fonds meerjarig zijn gesubsidieerd hebben het over het algemeen goed gedaan. De 68 gezelschappen haalden in die drie jaar opgeteld een positief resultaat van 3,4 miljoen euro. Het valt daarbij op dat vooral de 17 muziekensembles het goed doen, vooral door stijgende bezoekersinkomsten en hogere private giften. Dat blijkt uit cijfers die het Fonds op verzoek heeft aangeleverd.

De eigen inkomsten van de door het Fonds gesubsidieerde instellingen stegen van 25,3 naar 28,4 miljoen euro. Vooral de theatergezelschappen zijn verantwoordelijk voor die stijging, zij zagen door stijgende bezoekersinkomsten hun eigen inkomsten met 2 miljoen toenemen van 8,2 naar 10,2 miljoen euro.

Opvallend is dat onder de direct door het Rijk gesubsidieerde instellingen eigenlijk alleen de rijksmusea een sterke stijging in de bezoekersinkomsten laten zien. Tussen 2012 en 2015 zelfs met 176 procent, maar dat is zwaar vertekend door de heropening van een aantal musea, waaronder het Rijksmuseum. Daar steken de stijging in de bezoekersinkomsten van toneel- en dansgezelschappen met respectievelijk 2 en 4 procent dan schril bij af. Bij de orkesten stabiliseerden de bezoekersinkomsten.