Rapport referendum Oekraïne is niet wat Rutte had gehoopt

Motieven

In het Oekraïnereferendum was corruptie het belangrijkste motief voor tegenstemmers. Maar juist hieraan kan Rutte weinig doen.

Jan Roos van het actiecomite GeenPeil. Foto ANP / Bart Maat

Premier Rutte heeft het eindeloos herhaald na het Oekraïne-referendum van 6 april. „Recht doen aan de wensen van het nee-kamp.” Dat is zijn inzet bij de onderhandelingen in Brussel over aanpassing van het associatieverdrag, dat door een meerderheid werd weggestemd in een raadgevend referendum. Maar wat zijn die wensen van het nee-kamp? Waarschijnlijk niet wat Rutte hoopte, blijkt uit het vrijdag gepubliceerde Nationaal Referendum Onderzoek.

De premier mikt in Brussel op een extra verklaring waarin staat dat het associatieverdrag geen opmaat is naar EU-lidmaatschap, dat geen sprake is van militaire bijstand door de EU, geen extra geld naar Oekraïne gaat, er geen vrij verkeer van werknemers komt tussen Oekraïne en de EU en dat versterking van de rechtsstaat, en in het bijzonder corruptiebestrijding, een centraal onderdeel zijn van de associatieovereenkomst met Oekraïne.

Met 34,1 procent is dat laatste onderwerp, corruptie in Oekraïne, veruit het meest genoemde motief onder de tegenstemmers. Het is echter de vraag of Rutte de zorgen daarover kan wegnemen met een verklaring bij het verdrag die op dit punt vooral bevestigt wat al in het weggestemde verdrag staat. Bij de tweede zorg onder de tegenstemmers, de angst dat Oekraïne lid wordt van de EU, is dat wellicht makkelijker. Nergens staat in het verdrag namelijk expliciet dat het geen opmaat is naar EU-lidmaatschap.

De initiatiefnemers van het Oekraïne-referendum hebben het kabinet vaak laten weten dat maar op één manier recht kan worden gedaan aan de uitslag: niet ratificeren. Volgens het onderzoek wil ook een meerderheid van de kiezers (62,6 procent) dat de regering luistert naar de uitslag van het referendum. Recht doen aan de wensen van het nee-kamp zou er volgens dit onderzoek al snel in resulteren dat het „geitenpaadje” dat Rutte momenteel zegt te bewandelen eindigt in het niet ratificeren van het verdrag. De corruptie in Oekraïne is namelijk niet zomaar uitgebannen en het is de vraag of een verklaring die op dit punt alleen bevestigt wat al in het weggestemde verdrag staat tot veel geruststelling zal leiden.

Ongewenst geopolitiek signaal

Mocht Nederland besluiten inderdaad niet te ratificeren dan is het huidige associatieverdrag van tafel. Rutte vindt dat een ongewenst geopolitiek signaal van Europese verdeeldheid richting Rusland, dat zich altijd fel tegen het associatieverdrag heeft verzet. Bovendien is de kans groot dat de overige EU-landen uiteindelijk toch een verdrag met Oekraïne sluiten waarvan in ieder geval de handelsdelen ook voor Nederland gelden. Half december moet blijken of het kabinet in Brussel steun krijgt van de overige EU-landen voor de gewenste toevoeging met extra garanties. Daarna moet Rutte nog op zoek naar meerderheden in de Tweede en Eerste Kamer.

Steekproef onder duizenden huishoudens

Uit het referendumonderzoek blijkt ook dat het ‘ja’ niet alsnog zou hebben gewonnen als strategisch thuisblijvers, die hoopten dat zo de opkomstdrempel van 30 procent niet werd gehaald, wel hadden gestemd. Als de strategische niet-stemmers allemaal waren komen opdagen was het verdrag alsnog met een ruime meerderheid verworpen.

Slechts een kwart van de kiezers (23,8 procent) vond het associatieverdrag een geschikt onderwerp voor een referendum. Dat wil niet zeggen dat een meerderheid van de kiezers tegen referenda is om over belangrijke onderwerpen te beslissen. Van de ondervraagden is 47,7 procent voorstander van dergelijke referenda. Een beperkte minderheid van 18,5 procent is tegen.

In dit artikel stond eerst dat premier Rutte vier garanties wil laten opnemen in een extra verklaring bij het EU-associatieverdrag met Oekraïne. In werkelijkheid zijn dat er vijf. Het kabinet wil in de verklaring namelijk ook laten opnemen dat versterking van de rechtsstaat en in het bijzonder corruptiebestrijding een centraal onderdeel zijn van de Associatieovereenkomst met Oekraïne.